nieuws

Diensten lopen elkaar in de wielen

bouwbreed

amsterdam – Het loskoppelen van de handhaving- en de uitvoeringstaak bij gemeentelijke bouwprojecten is goed voor de transparantie, maar zorgt ook voor flinke bureaucratie. Dat zegt Gerard Scheffrahn, projectleider van de sanering en herinrichting van het Polderweggebied in Amsterdam. De gemeente wist de bureaucratie terug te dringen door de taken van de twee betrokken diensten opnieuw te “verweven”.

Het Polderweggebied is het terrein van de Oostergasfabriek, een kolenvergassingsinstallatie gebouwd rond 1885. Ze wordt op dit moment geschikt gemaakt voor woon-, winkel- en culturele bestemming. Het terrein is op meerdere plaatsen verontreinigd, en moet gedeeltelijk worden afgegraven. Toen hij driekwart jaar geleden aan het werk begon leek het hem een relatief makkelijke klus

“Het is een kwestie van het inbrengen van damwanden rondom het terrein en het afgraven van vervuilde grond. Hoe moeilijk kan dat zijn?”, vraagt Scheffran. Hij geeft zelf het antwoord: “heel moeilijk”. Een saneringsproject is wat meer dan het ontwikkelen van zomaar een woningbouwproject, leerde Scheffrahn. “Bij een project als dit heb je te maken met veel verschillende complexe onderwerpen, op technisch, sociaal, financieel en organisatorisch gebied”.

Het begint al bij de techniek. “Ik heb hier een plattegrond van het terrein met de vervuilde delen als vlekken ingetekend. Zie je wel? Nou, daar zaten ze dus niet. De vervuiling zat vaak op een heel andere plek dan uit het milieutechnisch rapport bleek”.

Bijkomende problemen vormden de strenge eisen over stankoverlast en het behoud van oude gebouwen op het terrein. “Om de stankoverlast te beperken valt het te proberen zoveel mogelijk buiten de zomermaanden te werken, als mensen buiten in de tuin zitten. Maar de nabijgelegen school wilde liever dat er in de zomervakantie werd gewerkt”. Scheffrahn kan zo een tiental moeilijkheden met een dergelijk project opnoemen: de slechte bereikbaarheid van het terrein, de veel te gedetailleerde regelgeving of de complexe financiering.

Maar het meest opvallend waren de problemen die ontstonden door de scheiding van de werkzaamheden tussen het Projectbureau Bodem, en de Dienst Milieu- en Bouwtoezicht (DMB), de een als uitvoerder, de ander als handhaver. “Er waren te veel mensen bezig met de naleving van onderling afgesproken regels. Er zijn achttien personen met bouwwerkzaamheden bezig. Voor de bouwdirectie en het toezicht werken al zestien mensen. Dan heb ik de medewerkers bij de projectbureaus en diensten niet meegerekend. Het lijkt wel een werkgelegenheidsproject voor hoger opgeleiden!”

Onoverzichtelijk

Anke Hopman van DMB deelt zijn mening over de bureaucratie: “Door alle regeltjes en detailafspraken werd het overzicht steeds moeilijker. De organisaties waren niet ingericht op het extra werk dat een dergelijk project heeft als uitgangspunten niet kloppen, zoals de verontreinigingssituatie. De rapporten die we binnenkregen en zelf schreven, waren veel te gedetailleerd. We konden de enorme papierberg op een gegeven moment niet meer aan”. De oplossing werd gevonden door de inhoudelijke discussies tot een minimum te beperken en de rollen van opdrachtgever en beschikkingsverlener te verweven.

Maar waren die niet juist uit elkaar getrokken om de taken van de diensten transparant te maken? “Inderdaad”, beaamt Jacoline Bijlsma van DMB. “Maar in deze situatie werkte het niet. Het is een beetje kiezen uit twee kwaden.”

Projectleider Scheffrahn heeft één ding geleerd: “Je kan een complex proces als dit nooit voor de volle honderd procent beheersen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels