nieuws

Samenwerken aan infraprojecten

bouwbreed

den haag – Als Rijkswaterstaat van zijn voetstuk komt en kiest voor samenwerking, hebben grote infrastructurele projecten sneller kans van slagen. Dit stelt Ad de Rooij, redacteur van het lijvige boekwerk Krachtenfusie in de inrichting van Nederland.

Procedures zijn zo ingewikkeld geworden dat alleen een gezamenlijk draagvlak werkbaar is. De Rooij heeft in opdracht van Rijkswaterstaat de methode beschreven. Het boek is gisteren in ontvangst genomen door minister Peijs (verkeer) en directeur-generaal Bert Keijts van Rijkswaterstaat. Peijs belooft de nieuwe methode los te laten op de A6/A9 en Ruimte voor de Rivier.

De Rooij beschouwt zijn boek niet als blauwdruk bij nieuwe infrawerken. “Het is een uitvoerbare en flexibele procedure gebaseerd op het idee dat partijen samenwerken”, licht hij toe. “Het klinkt raar, maar dat is tot nu toe nog nooit gebeurd.” Idee is dat de vier B�s van burgers, bestuurders, bureaucraten en bedrijven gezamenlijk een project uitwerken. Op die manier ontstaat draagvlak, kan besluitvorming sneller tot stand komen en krijgt kwaliteit een kans.

De schrijver hoopt dat er een eind komt aan de praktijk dat Rijkswaterstaat een plan op tafel legt, dat daarna de inspraak ingaat. Het logische gevolg is namelijk dat bestuurders en burgers in eerste instantie de hakken in het zand zetten. De Betuweroute en hsl-zuid zijn enkele projecten waarvoor eindeloze procedures zijn doorlopen. Hetzelfde geldt voor de A4 Midden Delfland en tweede Maasvlakte, maar daar is nog steeds geen spade de grond in.

Minister Peijs ziet wel iets in de nieuwe werkwijze en heeft twee pilots aangewezen waarbij samenwerking het uitgangspunt moet zijn. Hier past echter de kanttekening dat voor zowel de A6/A9 als Ruimte voor de Rivier al veel procedurele hobbels zijn genomen. Van een blanco begin, met ruimte voor ideeën van marktpartijen of burgers is geen sprake meer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels