nieuws

Procesintegratie

bouwbreed

Inkopen vormen het leeuwendeel van de kosten van bouwbedrijven. Bouwmaterialen, zowel als onderaanneming winnen het van de kosten van de inzet van eigen personeel. Als er dus wat te verdienen valt door innovatie zijn activiteiten buiten de deur van levensbelang. Volgens rond 90 procent van de ondernemingen die leveren aan bouwbedrijven letten deze scherp op […]

Inkopen vormen het leeuwendeel van de kosten van bouwbedrijven. Bouwmaterialen, zowel als onderaanneming winnen het van de kosten van de inzet van eigen personeel. Als er dus wat te verdienen valt door innovatie zijn activiteiten buiten de deur van levensbelang.

Volgens rond 90 procent van de ondernemingen die leveren aan bouwbedrijven

letten deze scherp op de prijs van de materialen. Zij doen dat ook wel als het gaat om de kwaliteit van deze materialen, maar volgens handel en toeleveranciers in aanmerkelijk mindere mate. Dit is een van de uitkomsten van het onderzoek Procesin-

tegratie en innovatief ondernemerschap in de aan de bouw toeleverende industrie en de bouwmaterialenhandel, dat het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) in opdracht van PSIBouw heeft uitgevoerd. Het onderzoek zal nog driemaal plaats vinden, waardoor veranderingen in de komende jaren in kaart gebracht kunnen worden.

Op zich is het niet verwonderlijk dat de prijs een prominente rol speelt bij de keuze van een leverancier. Wie doet dat niet.

Toch herkennen we in het onderschrijven van de stelling dat scherp op de prijs wordt gelet – en dat aanzienlijk meer dan op welk ander facet ook – de klacht die bouwbedrijven voortdurend uiten dat de opdrachtgever aannemers laat concurreren op prijs. Andere bekwaamheden die het productieproces en het eindproduct meer kwaliteit en daardoor meer waarde geven, worden volgens hen daardoor naar de achtergrond gedrongen.

De nadruk op de prijzen in combinatie met zeer veel in bestekken vastgelegde details laat slechts een beperkte mate van betrokkenheid over en weer toe. Een onderscheid wordt door de onderzoekers aangebracht tussen toeleveranciers van (half)producten en die van bouwmaterialen.

Toeleveranciers leveren hun producten in 70 procent van de gevallen inclusief montage, al of niet met eigen personeel.

Bouwmaterialen worden bijna altijd verwerkt door bouwbedrijven zelf.

Voor nieuwe producten moet je vooral bij de toeleveranciers zijn. Van alle bedrijven meldt bijna eenderde de afgelopen vijf jaar met iets nieuws op de markt te zijn gekomen. Daarbij geldt dat bedrijven met meer dan 50 werknemers in bijna zestig procent van de gevallen nieuwe producten hebben ontwikkeld.

Opvallend is de relatief beperkte mate waarin daarbij samenwerking met andere bedrijven in de keten is samengewerkt. Voor zover dit als een vorm van procesintegratie zou kunnen worden aangemerkt is er het een en ander te verbeteren. Anders ligt de situatie bij de handelsbedrijven, maar dat is logisch.

Handel vindt meestal plaats in producten die door anderen zijn vervaardigd, dus je moet het wel samendoen. Het EIB heeft voor het onderzoek een model geconstrueerd om tot een indeling van de bedrijven naar de graad van innovatief gedrag en tevens procesintegratie te komen. Daartoe zijn een aantal kenmerken gegroepeerd als benadering van afnemers, vastgelegd bedrijfsbeleid, planhorizon, r&d-personeel, aandacht voor efficiënter produceren en nieuwe producten en tot slot klanttevredenheidsmeting.

Een score van minimaal drie kenmerken maakt dat het bedrijf als innovatief geldt. Deze exercitie is gecombineerd met het wel of niet verrichten van montage en uitvoerend werk op de bouwplaats. Als ook hier positief gescoord is krijgt het bedrijf het predikaat �moderne toeleverancier�. Niet meer dan 13 procent van de bedrijven kan als zodanig worden betiteld. Zeker 40 procent kan als �traditionele� toeleverancier worden beschouwd.

De vraag is of in de toekomst voor genoemde 40 procent nog plaats is. Voor de individuele bedrijven is dit de belangrijkste vraag die aan dit onderzoek verbonden moet worden.

Er zijn aanwijzingen dat er een verband bestaat met het deel zijn van een (internationaal) concern, bedrijfsgrootte en het soort (vaste) afnemers. Wel is aan de orde of er beleid bestaat dat de ontwikkeling bespoedigt. Dan

zal eerst moeten worden vastgesteld waar de voorkeur naar uitgaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels