nieuws

Openbare ruimte is hot in Engeland Sarah Gaventa: New Public Spaces,

bouwbreed

“In Engeland moeten we nog veel leren”, lezen we in het voorwoord van het kleurrijke boek �New Public Spaces�. Openbare ruimte is �hot� in Engeland, en daarom is dit boek uitgebracht, als lesmateriaal. Door middel van een overzicht van �best practices� in de openbare ruimte die vanaf 2000 overal ter wereld tot stand zijn gekomen, […]

“In Engeland moeten we nog veel leren”, lezen we in het voorwoord van het kleurrijke boek �New Public Spaces�. Openbare ruimte is �hot� in Engeland, en daarom is dit boek uitgebracht, als lesmateriaal.

Door middel van een overzicht van �best practices� in de openbare ruimte die vanaf 2000 overal ter wereld tot stand zijn gekomen, probeert dit boek �awareness� te kweken bij het grote publiek. Helaas, ik ben bang dat het daar met een adviesprijs van ongeveer 50 euro te duur voor is. Daarbij zijn de teksten over het algemeen nogal ontoegankelijk voor niet-professionals door de vele tips over beheersaspecten, achterliggende ontwerpprincipes en artistieke referenties. Dat lijken me typisch zaken die interessant kunnen zijn voor ontwerpers. Maar precies die professional, die overigens wel gewend is dit soort bedragen voor boeken neer te tellen, moet het dan weer doen zonder de gebruikelijke overzichtskaarten, ontwerptekeningen, situatieschetsen, doorsneden en wat niet al, liefst op schaal natuurlijk.

Onvoldoende

Het is een beetje vlees nog vis, dit fotoboek. Jammer, want er staan interessante projecten in, het begeleidende commentaar is to the point en Nederland en het Nederlands ontwerp spelen een belangrijke rol. Bij de �best practices� horen ontwerpen van Nederlandse bureaus als West 8 (Breda en Lille) en DS (Berlijn), terwijl er mooie pagina�s zijn ingeruimd voor het geweldige skate-park Westblaak te Rotterdam, het Westerpark in Amsterdam en de herinrichting van delen van de binnenstad van Zutphen. Verder valt Kopenhagen op met meerdere vermeldingen. Deze stad is een sterke klimmer op de ladder van Europese steden die het in economische zin goed doen, en dat heeft alles te maken met de hoogwaardige manier waarop ze daar de openbare ruimte inrichten.

Juist in deze tijd van internet, telecommunicatie en het tot in de details gedigitaliseerde dagelijkse werk wordt �face-to-face� contact hogelijk gewaardeerd, en waar kan dat beter dan in een goed geoutilleerde openbare ruimte, met langs de randen banken en kiosken, en in de gebouwen langs het plein restaurants, cafés en andere voorzieningen die het praten verder vergemakkelijken. Bepaalde beroepen, en dan gaat het tegenwoordig vooral om de creatieve kenniswerker in de meeste brede zin van het woord, gedijen zelfs alleen maar in steden waar de openbare ruimte meer is dan alleen maar functioneel.

Schoon, heel en veilig, hoe belangrijk ook, zijn als uitgangspunten onvoldoende als ze vervolgens een openbare ruimte opleveren die – hoe functioneel en robuust ook – saai, karakterloos en oninteressant is. Het vermijden van gevaar schiet soms enorm door. Zo moest een plan met steile heuvels van Charles Jencks in Edinburgh aangepast worden omdat mensen er wel eens vanaf zouden kunnen glijden en in het water terecht zouden kunnen komen. Hoewel daar helemaal geen bewijs voor was, dorstte de overheid het toch niet aan, bang als ze was voor schadeclaims van gevallenen, en Jencks moest terug naar de tekentafel. Hetzelfde gebeurde met een pad bij de Westergasfabriek waar de flauwte van de helling voortkomt uit de eis dat in de achtste maand zwangere vrouwen op een fiets vol boodschappen hem nog moesten kunnen nemen. Exit uitzicht over het park vanaf een hoger punt. Angst voor schadeclaims is blijkbaar een slechte raadgever als het om interessante openbare ruimte gaat.

In het laatste hoofdstuk is aandacht voor nieuwe types openbare ruimte, waar vooral opvallen het Green Green Screen in Tokio (een hek bestaande uit rechtopstaande grasveldjes, waarbij op sommige plekken ruimte is voor reclame: het dure groene hek levert tegenwoordig zelfs geld op) en Guerilla Gardening in Toronto (waar vergeten stukken stad illegaal worden beplant en verzorgd). Al met al toch wel een aardig boek, door al die voorbeelden. De gedroomde opvolger van Jan Gehls New City Spaces uit 2001 is het niet geworden, maar de reislust wordt er zeker door gewekt.

uitgeverij Mitchell Beazley, ISBN: 1845331346,

adviesprijs ¤ 51,75,

importeur Nilsson & Lamm, Weesp

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels