nieuws

Drempelbedragen zijn er niet voor niets

bouwbreed

brussel – De Europese aanbestedingsrichtlijnen hebben niet geleid tot een aanmerkelijke toename van het grensoverschrijdend verkeer in de uitvoerende bouw. Ze zijn wel van invloed geweest op de binnenlandse markt, omdat ze hebben geleid tot grote aandacht voor het fenomeen aanbesteden.

Die mening vertolkte Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman, onder meer als vertegenwoordiger van de Europese bouw, op de hoorzitting van het Europese parlement over de werking van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Dat de invloed van de richtlijnen op het grensoverschrijdend verkeer gering is, heeft volgens hem niet zozeer te maken met een eventuele mindere naleving, maar des te meer met de aard van het bouwbedrijf en van het bouwproduct.

Ook al weet een bedrijf van het vergeven van een opdracht in een andere lidstaat, dan zijn er nog heel wat beletsels om ook daadwerkelijk een werk in het buitenland te gaan uitvoeren. Taal, cultuur (plaatselijke werkwijzen en gebruiken in de bouw), het niet beschikken over een netwerk van onderaannemers en leveranciers, alsmede afwijkende publiekrechtelijke regelgeving zijn zulke belangrijke beletsels, aldus Brinkman.

Daar komt nog bij dat in de verschillende lidstaten bouwbedrijven in doorsnee over dezelfde bekwaamheden beschikken. Het in een andere lidstaat opereren heeft dan ook alleen zin – en gebeurt ook met succes – wanneer buitenlandse bouwbedrijven over een bepaalde deskundigheid beschikken waarover bedrijven in die andere lidstaat niet beschikken. Een mooi voorbeeld daarvan is het in Nederland boren van tunnels in zachte grond door buitenlandse (Franse en Duitse) ondernemingen. Die buitenlanders hadden een kans omdat Nederlandse bedrijven eenvoudigweg niet beschikten over de vereiste knowhow.

De richtlijnen zijn volgens de voorzitter van Bouwend Nederland intussen wel degelijk van invloed geweest op de binnenlandse markt. Want zij hebben geleid tot grote aandacht voor het fenomeen aanbesteden. Het gevolg van de Europese aanbestedingsrichtlijnen is dan ook vooral geweest dat nationale bouwbedrijven nationale aanbestedende diensten en elkaar aanspreken op het in acht moeten nemen van de regels van de richtlijn.

Kritiek had hij onder meer op het feit dat de Europese Commissie zich ervoor inzet om aanvullende voorschriften te geven over de aanbesteding van opdrachten waarvan de geschatte waarde ligt beneden de drempelwaarden van de richtlijn.

“Ik gaf al aan dat de richtlijn bij bouwopdrachten nauwelijks leidt tot een toename van grensoverschrijdend verkeer. En dat effect zal er al helemaal niet zijn wanneer het gaat om kleine opdrachten. Ik meen dus dat de Commissie zich niet moet bemoeien met de wijze waarop opdrachten beneden de drempel worden vergeven. De drempelbedragen zijn er niet voor niets.”

Aan de andere kant lijkt de richtlijn volgens Brinkman onvoldoende toegesneden op het in de markt zetten van ingewikkelde projecten. “Weliswaar kent de Richtlijn de procedure van de �competitive dialogue�, maar het toepassingsgebied daarvan is zeer beperkt. En het lijkt er sterk op dat de geringe toepassingsmogelijkheden nog eens verder zijn ingesnoerd in de interpretatieve mededeling van de Europese Commissie over die procedure.”

�In house opdrachten�

Hij benadrukte verder absoluut geen voorstander te zijn van het vertrekken van �in house opdrachten�, zoals bijvoorbeeld ontwerpopdrachten van een gemeente aan een door de gemeente opgerichte vennootschap. “Bedacht dient ook te worden dat het hier gaat om – met belastinggeld – betaalde opdrachten en dat er geen enkele garantie is dat de te betalen prijs marktconform is, zoals wel het geval is wanneer de opdracht zou zijn aanbesteed.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels