nieuws

Staanders Amersteiger tegen vloeigrens

bouwbreed

breda – Hoewel sommige staanders met hun belasting tegen de vloeigrens aanzaten, was de steiger in de Amercentrale berekend op de gebruiksbelasting. Dat concludeert een Belgische expert. Vervorming van de trog van de ketel was volgens hem de oorzaak van het bezwijken.

Constructief ontwerper dr. ir. Y Willems was op verzoek van de advocaten van steigerbouwer Albuko als deskundige opgeroepen door de rechtbank in Breda. Daar vond gisteren de derde zittingsdag plaats in de rechtszaak naar het steigerongeval in de Amercentrale.

Willems� conclusie druist lijnrecht in tegen die van TNO, dat in de computer de steiger �as built� nabouwde. Doorrekenen van dat model leidde tot de conclusie dat de steiger alleen al onder zijn eigen gewicht zou bezwijken. De verschillende uitkomsten zijn voor een belangrijk deel veroorzaakt door de verschillende aannames die Willems en TNO hanteerden. Waar TNO uitging van een staalkwaliteit met een vloeigrens van 235 kN/mm2, rekende Willems met een waarde van 320 kN/mm2. Dat komt volgens Willems overeen met de productinformatie van steigerfabrikant Layher. Ook voor de andere steigersystemen van Ascot en Scaffon die door steigerbouwer Albuko door elkaar heen zijn gebruikt, hanteren volgens Willems dezelfde waarden. Alleen de schoren zijn in een lagere staalkwaliteit uitgevoerd.

Rekenmethode

Deels ook zijn de verschillende uitkomsten een gevolg van een andere rekenmethode die de twee partijen hanteerden. TNO voerde alleen een eerste orde-berekening uit. Daar is een stabiliteitstoets aan gekoppeld, waarbij de steiger faalde. TNO merkte ook op dat de constructie erg gevoelig is voor tweede orde effecten.

En dat is precies de reden dat Willems een tweede orde berekening uitvoerde die meer rekening houdt met verplaatsingen van de steigerconstructie, scheefstand en een herverdeling van krachten.

Net als TNO ging Willems bij zijn eerste computermodellering er vanuit dat de steunpunten van de steiger, de spindels die op de trogwand afsteunen, absoluut stabiel zijn. In een tweede berekening hield hij wel rekening met het verplaatsen van die steunpunten, als gevolg van het uitbollen van de trogwand. TNO doet dat in haar rapportage af als een onwaarschijnlijke oorzaak van bezwijken. Willems verbaasde zich erover dat de organisatie die bewering met geen enkele berekening onderbouwt.

De vervorming van de liggers die de trogwand ondersteunen, bedroeg volgens Willems� berekening 45 millimeter. Bij die verplaatsing van de steunpunten ging de steiger in Willems� model onderuit. Koren op de molen van de advocaten van steigerbouwer Albuko die Willems hadden opgeroepen en hard bezig zijn om de schuld in de schoenen te schuiven van Essent, de eigenaar van de stoomketel.

De 45 millimeter verplaatsing van de trogwand is vergelijkbaar met de waarde die ingenieursbureau IV Bouw eerder berekende, toen het werd ingeschakeld voor de bouw van de nieuwe steiger om de ketelrevisie te voltooien. Die steiger, neergezet door de firma Spreeuwenberg, was wel ruim 30 procent zwaarder, aangezien het bedrijf bijna veertig staanders meer gebruikte dan Albuko. Naar aanleiding van de bevindingen van IV Bouw besloot Essent de ondersteuning van de trog te versterken met twee extra liggers IPE 900. Vandaag wordt de opsteller van het TNO-rapport gehoord door de rechtbank.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels