nieuws

Rechtmatigheidsverklaring en ongeldigheid van de inschrijving

bouwbreed

Zowel het ARW 2004 als het ARW 2005 bevat voor verschillende aanbestedingsprocedures de bepaling dat de inschrijver bij zijn inschrijving een verklaring moet overleggen dat de inschrijving niet tot stand is gekomen onder invloed van een overeenkomst, besluit of gedraging in strijd met het Nederlandse of Europese mededingingsrecht. Deze verklaring moet op grond van dat artikel ingericht zijn volgens het zogenaamde formulier model K en dient ondertekend te zijn door de bevoegde bestuurder van de inschrijver. In het ARW 2004 en het ARW 2005 wordt het achterwege laten van het overleggen van de verklaring bij de inschrijving gesanctioneerd met ongeldigheid van de inschrijving.Recentelijk is door de voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Haag geoordeeld over de vraag of de Staat een opdracht mocht gunnen aan de inschrijver die de bedoelde verklaring niet bij inschrijving had overgelegd.

De voorzieningenrechter heeft in zijn uitspraak vooropgesteld dat het ARW – indien van toepassing verklaard – integraal moet worden toegepast. Het niet overleggen van het ingevulde en rechtsgeldig ondertekende formulier �model K� heeft de ongeldigheid van de inschrijving tot gevolg.

Inschrijvingsleidraad

Op grond daarvan staat het de Staat niet vrij een opdracht te gunnen aan de inschrijver die dat formulier niet bij inschrijving heeft ingediend. Nu het ARW de ongeldigheid aan de inschrijving verbindt indien niet aan dit vereiste is voldaan, is geen sprake van een geringe fout of gebrek in de verstrekte gegevens die na sluiting van de inschrijving nog kan worden hersteld. Daarbij is van belang dat de Staat door haar zelf verplicht gestelde beleidsregels moet naleven.

In de onderhavige zaak speelt ook een rol dat in de aanbestedingsleidraad een uitputtende opsomming leek te zijn opgenomen van de gegevens die door de inschrijver moesten worden overgelegd. Het formulier �model K� was niet vermeld bij de in de inschrijvingsleidraad verlangde gegevens. Bovendien liet de inschrijvingsleidraad de mogelijkheid van afwijking van het ARW open.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver daaruit kon afleiden dat het formulier �model K� niet hoefde te worden overgelegd. De inschrijvers waren daardoor op het verkeerde been gezet.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanbestedingsprocedure in strijd was met de wet en de aan het aanbestedingsrecht ten grondslag liggende rechtsbeginselen. De aanbestedingsprocedure moest worden afgebroken omdat deze niet tot een rechtsgeldige gunning kon leiden.

De uitspraak van de voorzieningenrechter geeft de Staat voor wat betreft het indienen van het formulier �model K� geen manoeuvreerruimte. Deze moet worden overgelegd om te kunnen leiden tot een rechtsgeldige inschrijving. Verder moet in de aanbestedingsdocumentatie duidelijk zijn aangegeven welke stukken of gegevens moeten worden overgelegd. Van belang in deze zaak is dat toepassing van het ARW 2004 voor de bouwministeries verplicht is. Deze situatie is onder het ARW 2005 niet anders.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels