nieuws

Kranenbouw introduceert groot materieel uit Spanje

bouwbreed

bergeijk – Met Comansa en Saez zet Kranenbouw uit Bergeijk de machines van twee Spaanse kranenfabrikanten op de Beneluxmarkt. Comansa bouwt het grotere materieel en Saez de snelmontagekranen. De eerste Comansa-kranen draaien inmiddels op enkele Nederlandse bouwplaatsen. De eerste Saez-kranen komen binnenkort in Nederland.

Kranenbouw zag zo�n twee jaar terug ruimte op de markt voor een nieuw kranenmerk, zegt adviseur Edwin van Zitteren. De keuze viel op Comansa uit het Spaanse Pamplona. Deze fabrikant wilde op zijn beurt meer werk maken van zijn export. De machinebouwer leverde al wel kranen voor de Verenigde Staten maar streefde ook naar een grotere afzet in Europa. In prijs en kwaliteit zit het merk net onder de kranen van Potain en Liebherr. Van Zitteren verwacht dat de prijs halverwege dit jaar nog iets zal zakken.

Comansa gebruikt staalsoorten van goede kwaliteit en conserveert de bouwdelen in een lakstraat voor de auto-industrie, vult Van Zitteren aan. Nederlandse gebruikers die met het zeeklimaat te maken krijgen doen er evenwel goed aan een zwaardere laklaag te kiezen. Voor meer en betere productie investeerde de machinebouwer inmiddels ruim 27 miljoen euro in nieuwe faciliteiten. De huidige productie bedraagt ongeveer 700 kranen per jaar. De fabrikant verwacht in de nieuwe hal 1200 tot 1500 kranen per jaar te bouwen.

Kranenbouw zette zijn eerste Comansa-kranen in op het project Kievitsplein in Antwerpen. De grootste reikt zo�n 100 meter hoog en staat vrij. Van Zitteren ziet daarin de tred voor de komende jaren weerspiegeld. De grootte van de kranen houdt gelijke tred met de nog steeds toenemende omvang van de voorgefabriceerde bouwdelen die ze op hun plaats moeten hijsen. Ook montagegemak en efficiëntie wegen steeds zwaarder, net als transportgemak. De onderwagens van Comansa kunnen worden ingeklapt waarna ze op één vrachtwagen kunnen worden vervoerd. Mede daardoor duurt de opbouw doorgaans niet langer dan één dag.

Voor de Benelux zet Kranenbouw vooral in op de loopkatkranen van de series Linden 2100, LC 1000 en LC 5211. De nadruk ligt op de 2100 en de 1000; de 5211 is volgens Van Zitteren eigenlijk net iets te klein voor de Nederlandse bouwpraktijk. De 2100 telt vier modellen met een capaciteit van 170 tot 550 tonmeter. De 1000 telt eveneens vier modellen met een capaciteit van 90 tot 140 tonmeter. Comansa levert ook snelbouwkranen maar die zitten niet in het pakket dat Kranenbouw vertegenwoordigt. Het Bergeijkse bedrijf stelt binnenkort wel de eerste vijf snelbouwkranen van Saez voor omdat die volgens Van Zitteren beter voldoen in de Nederlandse bouwpraktijk.

Terug naar af

Mogelijk komt er ook meer interesse voor de serie LCL met een beweegbare giek, overweegt Van Zitteren. Met deze laatste constructie gaat de kraantechniek in zijn visie eigenlijk weer terug naar af. Kranen met een beweegbare giek zijn minder stabiel dan loopkatkranen waarbij de spankabels van de giek gevoelig blijken voor mankementen. Het grote voordeel van deze kraan is vooral juridisch van aard: de machinist hoeft een last niet over de naastgelegen locaties te hijsen. Als er iets van de haak valt ontstaat alleen op de eigen locatie schade.

Comansa bouwt alleen spitsloze loopkatkranen. Die hebben onder meer het voordeel dat de giek in delen aan de toren kan worden gezet.

De giek van spitskranen moet op de grond in de gewenste lengte worden gemonteerd en als één geheel aan de toren worden gezet. De monteur kan bouten zonder hamergeweld in de giek schuiven. Op de assen zit een beetje speling; het gewicht van de constructie zorgt ervoor dat de giek altijd een strak geheel vormt. Comansa kent daarbij het voordeel dat de giekdelen van de verschillende kraanseries door elkaar kunnen worden gebruikt. Voor de kleinste kraan kan dat in bepaalde gevallen nadelig uitvallen omdat de giek zwaarder is dan voor een project moet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels