nieuws

Kamer stapt af van verplicht archeologiefonds

bouwbreed

den haag – Projectontwikkelaars worden niet verplicht via lokale fondsen te gaan bijdragen aan de kosten van archeologisch onderzoek en opgravingen. VVD en CDA trekken een voorstel daartoe in.

De twee fracties doen dit omdat staatssecretaris Van der Laan (cultuur) inmiddels ruim 10 miljoen euro apart heeft gezet voor de extra kosten die de nieuwe archeologiewet met zich meebrengt. Dit geld wordt beschikbaar gesteld als er sprake is van excessieve kosten voor archeologisch onderzoek en opgravingen. Wat precies onder “excessief” moet worden verstaan, regelt de wet niet. Volgens Van der Laan zal de praktijk dit uitwijzen en kan dit desnoods door de rechter worden bepaald.

De Tweede Kamer twijfelt of er niet toch wettelijke drempels moeten komen om aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding uit het potje van het Rijk. Ook betwijfelen diverse fracties of het gereserveerde bedrag wel voldoende is.

De Tweede Kamer debatteert vandaag met Van der Laan over de archeologiewet waarmee het kabinet na 14 jaar eindelijk gevolg geeft aan het verdrag van Valletta. Dit verdrag uit 1992 heeft als doel het culturele erfgoed in Europa te beschermen.

Uit de Europese afspraken vloeit voort dat het in Nederland wettelijk verplicht wordt voorafgaand aan bodemverstorende ingrepen onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van archeologisch erfgoed. Uitgangspunt daarbij is dat de verstoorder de archeologische (meer)kosten ophoest. Daarnaast moeten gemeenten in de voorbereidingsfase van een bestemmingsplan altijd een inventariserend archeologisch onderzoek doen.

In en buiten de bouwwereld bestaat al jaren verzet tegen de aanstaande wet waarmee het verplichte archeologische onderzoek wordt geregeld. De NVB en Neprom waarschuwden eerder voor enorme kostenstijgingen en vertragingen bij de woningbouwproductie. Van der Laan heeft daarentegen altijd gesteld dat de nieuwe wetgeving juist grote tijdvoordelen oplevert. De kans op vertraging van bouwactiviteiten door een toevallige vondst wordt immers kleiner nu er voorafgaand al goed gekeken wordt naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische schatten.

De Tweede Kamer stemt op hoofdlijnen in met het wetsvoorstel. CDA en VVD verzetten zich er wel tegen dat het verplichte archeologische onderzoek per definitie ook voor zogeheten postzegellocaties, terreinen van maximaal honderd vierkante meter, gaat gelden. Van der Laan wil gemeenten de vrijheid geven om daarvan gemotiveerd ontheffing te verlenen.

CDA en VVD vinden dat de postzegellocaties juist per definitie vrijgesteld moeten worden van het verplichte archeologische onderzoek. Als gemeenten bij een bepaalde locatie het onderzoek wel willen opleggen kan dit als dit voldoende gemotiveerd is. Neprom blijft bezwaar houden tegen de wet omdat de veroorzaker van de betreffende bodemverstoring opdraait voor de archeologische kosten. “Archeologie is een publiek belang maar de rekening wordt bij de markt neergelegd”, aldus directeur Jan Fokkema. Niettemin is Fokkema tevreden dat de scherpste kantjes van het wetsvoorstel zijn afgehaald. Zo is hij blij dat het lokale fonds, waaraan alle projectontwikkelaars zouden moeten bijdragen, van de baan is. Grote winst van de nieuwe wet is volgens Fokkema is dat dit op termijn zal leiden tot een duidelijk beeld waar er vermoedelijk wel en geen archeologische waarden in de grond zitten. “Als je weet dat de kans op een archeologische vondst groter is, kun je daarmee rekening houden bij het verwerven van de grond.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels