nieuws

Heijmans krijgt deels gelijk van rechter

bouwbreed

den haag – Heijmans Infrastructuur heeft van de Haagse voorzieningenrechter gedeeltelijk gelijk gekregen in een aanbestedingszaak rond asbestwegen in Harderwijk. De rechter vond dat Heijmans gelijk had wat het schenden van het ARW 2004 betreft, maar gunt het werk niet.

De zaak draaide rond het afgraven en weer bedekken van wegen en paden in Harderwijk. Dit was onderdeel van de sanering van de zogenoemde asbestwegen in Goor en Harderwijk waarvoor het ministerie van VROM al 47 miljoen euro beschikbaar had gesteld.

In de uitslagenlijst stond BAM eerste met de laagste prijs, Heijmans was vijfde. Het Rosmalense bedrijf vindt echter dat de aanbestedende dienst en het ministerie van VROM de regels van het Aanbestedingsreglement Werken 2004 heeft geschonden.

Volgens die regels moet een bedrijf een zogenoemd model-K-verklaring overleggen. Daarin staat dat de bestuurder van een bedrijf verklaart dat geen vooroverleg heeft plaatsgevonden dan wel anderszins is gehandeld in strijd met de Mededingingswet.

BAM had verzuimd die verklaring te overleggen evenals de andere drie gegadigden. Alleen Heijmans had zich wel keurig gehouden aan de ARW-eis. Voor de Brabanders was dat reden een kort geding aan te spannen waarin werd geëist de inschrijvingen van de andere vier ongeldig te verklaren en de aanbestedende dienst op te dragen het werk aan Heijmans te gunnen.

De Haagse rechter kon zich gedeeltelijk vinden in de argumenten van Heijmans. Maar in plaats van de andere inschrijvers uit te sluiten, waardoor Heijmans automatisch het beste bod zou hebben neergelegd, verklaarde hij de totale aanbesteding ongeldig. Daardoor zal de aanbesteding volledig over moeten zodat de andere inschrijvers de gelegenheid hebben hun omissie in de eerste aanbesteding goed te maken. Daarnaast zijn nu ook de inschrijfbedragen bekend, waardoor de bedrijven daarmee rekening kunnen houden.

De diverse partijen beraden zich nu nog over de vraag of ze van dit kortgedingvonnis in hoger beroep zullen gaan. Gezien het verplichte karakter van het ARW 2004 vinden juristen de uitspraak van de Haagse rechter betwistbaar op het punt van het totaal ongeldig verklaren van de aanbesteding. Volgens hen had Heijmans het werk moeten krijgen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels