nieuws

Stedenbouw in de krant Jane Jacobs, The Death and Life of Great American Cities, Modern Library;

bouwbreed

De hoeveelheid artikelen over architectuur en stedenbouw in de Nederlandse dagbladpers is, behalve in Cobouw, behoorlijk klein. Vreemd, want het aantal disciplines dat zich met de ruimtelijke inrichting van Nederland bemoeit, is niet op de vingers van één hand te tellen. De ontwerpende vakken hebben sinds jaar en dag gezelschap van sociale, ecologische, economische en, […]

De hoeveelheid artikelen over architectuur en stedenbouw in de Nederlandse dagbladpers is, behalve in Cobouw, behoorlijk klein. Vreemd, want het aantal disciplines dat zich met de ruimtelijke inrichting van Nederland bemoeit, is niet op de vingers van één hand te tellen.

De ontwerpende vakken hebben sinds jaar en dag gezelschap van sociale, ecologische, economische en, om mezelf niet te vergeten, historische disciplines. Daarom staan stukken over ruimtelijke inrichting de ene keer op de kunstpagina, dan weer bij binnenlandse politiek (als er een bos sneuvelt voor militaire doeleinden) of in de economiebijlage. Maar naar aanleiding van de rellen in Frankrijk, gesymboliseerd door brandende auto�s in de banlieues, zien we ineens een omvangrijke discussie in diverse media over de relatie tussen die rellen en het soort stedenbouw en architectuur dat daarbij hoort. Eindelijk! Het onderwerp leeft! Over de volle breedte van het veld bestoken diverse opinion leaders de opiniepagina�s. De meesten grijpen de pen uit ongerustheid: kunnen we dergelijke rellen ook in Nederland verwachten? Zo ja, waar dan? De keuze valt vervolgens snel op gebieden die op het eerste gezicht op de Franse wijken lijken. Dat zijn de naoorlogse tuinsteden met veel hoogbouw van modernistische signatuur. Daar worden door andere deskundigen dan weer vraagtekens bijgezet: �het modernisme is onschuldig!�. Maar in hoeverre gaat het eigenlijk om stedenbouw en architectuur, in hoeverre zijn de problemen structureel? Of gaat het hier om incidenten?

Laagbouwzee

Ruim 40 jaar geleden beschreef de Amerikaanse journaliste Jane Jacobs de voorwaarden voor een dynamische stad: hoge dichtheden, menging en diversiteit (van zowel bevolking, functies als architectuur), een fijnmazig stratenpatroon (scharrelstructuur), afwijkende gebouwtypen (ook in leeftijd) en concentratie van functies. Helder en overzichtelijk, en inderdaad, de naoorlogse woonwijken voldoen niet aan haar criteria. Maar ook de woonwijken uit de jaren 70 met laagbouw, bijvoorbeeld in Lelystad en Almere, of de recente met Vinex-subsidies tot stand gekomen laagbouwzee voldoen niet aan Jacobs� definitie. Hoge dichtheden? Bijna nergens. Menging en diversiteit? Helaas. Fijnmazig stratenpatroon? Soms wel, maar meestal met als enige effect dat het huis van de kennissen waarbij je op bezoek moet, haast onvindbaar blijkt. Afwijkende gebouwtypen? Alweer niet. De laagbouw wordt hoogstens afgewisseld met wat torentjes of een appartementenblok. Zelfs scholen, een kinderdagverblijf of een zorgcentrum zijn meer dan eens in een apart cluster ondergebracht, zoals in Floriande in Hoofddorp. Daarmee is ook meteen iedere kans op levendigheid uitgevlakt. Concentratie van functies? Dat zien we alleen in de winkelcentra, waar de overbekende ketens allemaal de bij de branche passende vierkante meters hebben gekregen. Maar of Jacobs dat bedoelde? Conclusie: de problemen zijn structureel en kunnen overal de kop opsteken, met name in gebieden waar een relatief hoge werkloosheid en aanverwante sociale problematiek heerst. Nu zijn dat de naoorlogse woongebieden, maar straks?

Stedenbouw en architectuur doen er dus wel degelijk toe, in welke stijl dan ook. De les van Jacobs is nu juist dat het ontwikkelen van monofunctionele gebieden waar het onmogelijk is economische uitwisseling te faciliteren, altijd verkeerd is, ongeacht het uiterlijk.

Aandacht voor details helpt. Gebouwen met bijvoorbeeld op de begane grond een verdiepingshoogte van meer dan drie meter, maken verschillende functies anders dan wonen mogelijk. Het lijkt triviaal, maar is wezenlijk. Ook schaal is essentieel. Hoe groter een monofunctionele gebied is, des te slechter het is. In het relatief kleine Molenwijk, slechts 16 hoogbouwflats in Amsterdam Noord en een vingeroefening van de Amsterdamse stedenbouwers voor de Bijlmermeer, zijn er weinig tot geen problemen, laat staan dat er daar Franse toestanden zullen ontstaan. Ontwikkelaars die gedurende langere tijd profijt willen hebben van hun niet geringe investeringen, doen er goed aan zich bewust te zijn van dit soort zaken. Jacobs herlezen, dat is stap één. En dan met z�n allen de schouders eronder. Want hoe leuk zwartepieten met modernistische stedenbouw in de media ook is, het gaat er natuurlijk om dat we dit soort fouten nooit meer maken.

Allard Jolles

Architectuurhistoricus,

Amsterdam (jolles@hetnet.nl)

herdruk uit 1993,

ISBN: 0679600477,

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels