nieuws

Nederland ontzettend zwak in Brusselse lobby

bouwbreed

utrecht – Ons land is ontzettend zwak in lobbyen binnen de Europese Unie. Dat geldt niet alleen voor het bedrijfsleven, maar ook voor de overheid. Gevolg is dat het maar ploeteren blijft met aanbesteden.

Het fenomeen is welbekend en de effecten ervan evenzeer. Neem bijvoorbeeld de
ontwerp-kaderrichtlijn water van de Europese Unie. Pas toen Cobouw berichtte dat
die richtlijn tot gevolg zou hebben dat ondergronds bouwen onmogelijk zou worden
doordat grouten niet meer kon, schrok Verkeer en Waterstaat wakker.

Maar nog steeds hangt diezelfde richtlijn als een zwaard van Damocles boven
het hoofd van de bouw. Een soortgelijk probleem trad op bij de richtlijn
luchtkwaliteit. Hier speelde nog mee dat de implementatie ervan in Nederland op
een manier gebeurde die als onbedoelde effect had dat bouwen lastig wordt. Ook
nu geldt echter dat een aanpassing die aanstaande is, eerder nog slechter wordt
dan beter.

Aanbesteden

Een vergelijkbaar probleem heeft Nederland met aanbesteden. Hoofddoelstelling
van de Europese richtlijn is bevordering van concurrentie en transparantie. De
uitwerking is echter zodanig dat nieuwe initiatieven in de kiem dreigen te
worden gesmoord, zo bleek vorige week bij een bijeenkomst van de
Betonvereniging. Gesproken werd daar over de zogenoemde Unsollicited proposal,
door BAM omgedoopt tot Eigen Initiatief. Zelfs werd al een plan ingediend voor
een nieuwe verbinding tussen Amsterdam en Rotterdam, de A3.

Directeur-generaal Rijkswaterstaat Bert Keijts verkondigde daarover samen met
het bedrijfsleven te willen bekijken “hoe we binnen het bestaande EU-beleid wat
kunnen doen”. Het was voor hem aanleiding nog eens te wijzen op het belang van
een goede lobby in Brussel om ervoor te zorgen dat binnen de belangrijkste
uitgangspunten, EU-regels werkbaar zijn. Want dat is de zwakte van Nederland in
zijn visie.

Met Nico de Vries van BAM was hij het erover eens dat de ingenieursbureau in
de toekomst meer aan de kant van de opdrachtnemers zouden staan. Momenteel
treden ze vaak op voor de opdrachtgever.

Daar is Keijts overigens niet altijd even gelukkig mee, zo bleek. “Een
professioneel opdrachtgever moet het grotendeels zelf doen”, is zijn stelling.
“Bij de hsl was 80 procent ingehuurd. Daar slaap je niet lekker bij”, zei hij.

Kapitaallasten

De Vries wees er verder nog eens op dat publiek-private samenwerking
eigenlijk alleen maar moet worden toegepast bij grote projecten. Alleen al de
hoge transactiekosten vragen daarom in zijn visie.

Prorail had een andere reden om niet te hard te lopen met pps-projecten.
Volgens Peter de Weijs van de raildienst is toepassing van ‘best practises’ de
verstandigste keuze voor de belastingbetaler. Als ware hij een minister van
Financiën verkondigde hij dat de kapitaallasten anders veel te hoog zijn.

Prorail kan overigens bij aanbestedingen ook wat gemakkelijker opereren dan
Rijkswaterstaat, omdat de dienst onder de richtlijn nutsbedrijven valt. “Vreemd
eigenlijk”, vond Keijts met een lichte zweem van jaloezie in zijn stem. “Wij
doen exact hetzelfde, aanleggen van infrastructuur, maar vallen onder
verschillende aanbestedingsregimes.” Daar zal de zwakke Nederlandse lobby niet
vreemd aan zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels