nieuws

Wet straft sjoemelende aannemer

bouwbreed

“Bouwfouten zijn niet altijd door arbitrage op te lossen. Een algemene bouwwet biedt meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld strenge straffen voor aannemers die de hand lichten met wet en regel.”

Cobouw bepleit op 13 januari 1961 niet zomaar een strenger toezicht. Fouten blijken schering en inslag; lekkende gasbuizen onder magnesietvloeren in een Haagse flat, doorgeregende muren en slechte kozijnen zijn er maar enkele van. De praktijk leert dat een deel van die fouten voortkomt uit zorgeloosheid. En uit fraude: bij het uitblijven van een titel kan iedereen zich architect noemen zoals ook iedereen zich als bouwkundige of aannemer kan aanbieden.
De overheid heeft de middelen daar iets aan te doen. Maar ook dan al zijn de gemeenten, die de fouten moeten opsporen, beducht voor de kosten. Het Rijk stelt voor dat gemeenten die de kosten slechts met moeite kunnen opbrengen, samenwerken met andere zodat ze de kosten kunnen delen. Gemeenten die desondanks in gebreke blijven, krijgen van Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie een ambtenaar als controleur aangewezen.
Zo’n controleur moet dan wel weten waar hij op moet letten, meent Bouw en Woningtoezicht. En het toezicht strekt niet verder dan de voorbereiding. De praktijk leert hen dat niet zelden jonge ambtenaren naar een werk werden gestuurd die zich door het ontbreken van vakkennis alles laten wijsmaken. De diensten zeggen niet genoeg gekwalificeerd personeel te kunnen vrijmaken voor de controles, voor zover dat door het ontbreken van bindende bepalingen al iets zou opleveren.
Mede met dat in gedachten liet de directie van Bouw en Woningtoezicht Amsterdam zich ‘erg pessimistisch’ uit over de nieuwbouw in het westelijke stadsdeel. De dienst had eerder een onderzoek laten uitvoeren naar de kwaliteit van de nieuwbouw; het resultaat werd nooit bekendgemaakt.
Meer dan eens werd in Cobouw de vrees geuit dat de nieuwbouwproductie eigenlijk alleen maar toekomstige krotten opleverde.
Voorzitter J.P.A. Nelissen van de Stichting Raad van Bestuur Bouwbedrijf, voorganger van Bouwend Nederland, erkent “Ik mag het niet verzwijgen, het kan natuurlijk veel beter”. Om meteen zijn gal te spuien over prijzen die telkens weer worden afgeknepen en de vrees te uiten dat het op die manier een keer fout loopt.
Ook lezers beklagen zich in ingezonden brieven over dat laatste waarin ze onder meer schrijven over aannemers die nog een keer extra leuren met het laagste bedrag waarmee bijvoorbeeld een loodgieter op een deelcontract inschrijft.

Minimum

Architect J.J. Vriend laat later weten: “De Nederlandse woning is constructief tot een onaanvaardbaar minimum teruggebracht”. En vraagt zich af: “Wat gebeurt er over veertig jaar met de woningen die nu met kunst en vliegwerk in elkaar worden geprutst?”
Het draait in deze periode vaak uit op sloop en vervangende nieuwbouw en op verguizing van de architecten die toen als met prijzen bedachte mensen van goede wil met hun ontwerp een bijdrage wilden leveren aan een betere samenleving!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels