nieuws

Waterproblematiek moet absoluut in regeerakkoord

bouwbreed

Het nieuwe kabinet zal zich rekenschap moeten geven van zijn verantwoordelijkheid op het terrein van wateroverlast en -onveiligheid. Het lijkt Robbert Coops zelfs raadzaam om een speciale minister voor dit probleem te benoemen. Het gaat daarbij zeker niet alleen om de inzet van extra financiële middelen, de vergroting van de ‘sense of urgency’ of de bestuurlijke coördinatie tussen rijksoverheid en provincies. Ook en vooral de relatie tussen wateroverlast en bovenregionale gebiedsontwikkeling zou daardoor in het juiste perspectief geplaatst kunnen worden.

Het nieuwe kabinet zal zich rekenschap moeten geven van zijn verantwoordelijkheid op het terrein van wateroverlast en -onveiligheid. Het lijkt Robbert Coops zelfs raadzaam om een speciale minister voor dit probleem te benoemen. Het gaat daarbij zeker niet alleen om de inzet van extra financiële middelen, de vergroting van de ‘sense of urgency’ of de bestuurlijke coördinatie tussen rijksoverheid en provincies. Ook en vooral de relatie tussen wateroverlast en bovenregionale gebiedsontwikkeling zou daardoor in het juiste perspectief geplaatst kunnen worden.
Nu lukt het bestuurlijk gezien immers onvoldoende om de vele, sectorale belangen van gebiedsontwikkeling te koppelen met de huidige en toekomstige wateropgave. Tijdens de lancering van vier nieuwe concepten voor waterproof wonen door Heijmans brak stedenbouwkundige Riek Bakker een lans voor meer centrale sturing. Zeker waar het gaat om grote gebieden – zoals langs de Noordzeekust of het waterrijke gebied van de dubbelstad Almere-Amsterdam – is er sprake van een dusdanige schaal en complexiteit dat met een gerust hart gesproken kan worden van nationale projecten. Daarbij zijn natuurlijk ook allerlei regionale projecten, zoals in Zeeland (Scheldedelta), Overijssel (IJssel), Limburg (Maas) en het rivierengebied in Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland van het grootste belang.

Historisch

Er zal dus fundamenteler moeten worden nagedacht over functionele en duurzame oplossingen waar het gaat om het verband tussen de noodzakelijke waterberging en in kwalitatief opzicht adequate vormen van ruimtelijke ontwikkeling. De slag die nu vooral door projectontwikkelaars gemaakt wordt met de introductie van allerlei vormen van drijvende woningen of bouwprojecten in kwetsbare uiterwaarden of in stedelijke havengebieden met een hoog historisch gehalte is op zichzelf begrijpelijk, maar gaat nog teveel voorbij aan een vorm van ruimtelijke inrichting, waarbij ook de gevolgen van de wateroverlast worden betrokken.

Aantrekkelijk

Een herhaling van zetten is geen oplossing. Het heeft geen zijn om nu opeens drijvende Vinex-wijken te ontwikkelen, al hoewel dat prijstechnisch gezien geen bijzondere opgave meer is. De techniek en ervaringen op dit gebied zijn zeker in ons land voldoende aanwezig. Het gaat er nu om een serieuze poging te wagen om te komen tot duurzame projecten, waarbij wel beseft moet worden – volgens landschapsarchitect Adriaan de Geuze – dat voorkomen moet worden dat ‘waterwonen’ al gauw kan ontaarden in een “ongehoorde aanslag op de ruimtelijke inrichting door onevenredige hoge investeringen en een onevenwichtige belasting van het milieu”.
Allerlei, deels vernieuwende vormen van woningbouw – drijvende, amfibische en paalwoningen – zoals die tijdens de genoemde bijeenkomst in Rotterdam werden gepresenteerd laten zien wat er nu al technisch en commercieel mogelijk is. Uit onderzoek onder consumenten door het bureau Motivaction blijkt dat het bijzonder aantrekkelijk gevonden aan of in het water te wonen. De belangstelling daarvoor is een trend, die wellicht ook gevoed wordt door het particulier opdrachtgeverschap en de vele, geslaagde pilots op dit terrein. Heijmans is in dat opzicht bijzonder actief; in Meerstad, Gouda en rond de Zuidplas worden concrete pogingen gedaan om vormen van meervoudig ruimtegebruik te koppelen aan de noodzaak van waterberging.
Tijdens de lancering van vier concepten onder het motto van WaterWonen bleek dat er in dat opzicht nog veel werk te doen is. Vooral gemeenten beseffen onvoldoende welke bouw- en ontwikkelmogelijkheden er bestaan – niet alleen technisch, maar ook stedenbouwkundig, sociaal-economisch en uit milieu overwegingen – en zijn in dat opzicht nog te traditioneel bezig. Juist hier zijn interessante mogelijkheden voor pps-constructies, waarbij het voor de hand ligt in stedelijke gebieden – bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van havengebieden of industrieterreinen aan het water) te starten.
Drs. Robbert Coops
Sociaal-geograaf en algemeen directeur van HVR, bureau voor communicatieadvies en -implementatie, Den Haag
robbert.coops@hvrgroep.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels