nieuws

Minister Winsemius’ noodkreet verdient absoluut gehoor bij coalitiepartijen

bouwbreed

Een land draait om zijn steden: als centra van economische creativiteit én als leefbare woonplaatsen. Daarom moeten we achterstandswijken aanpakken, de structurele fileoorzaken wegnemen en voor groene oases zorgen. Minister Winsemius heeft een ambitieuze agenda voor de stad gelanceerd. Geen enkel nieuw kabinet kan daarom heen. Volgens Mirjam de Rijk heeft de minister gelijk: de steden hebben grote investeringen nodig. Maar uit interdepartementaal onderzoek blijkt dat investeerders liever buiten de stad bouwen

Een land draait om zijn steden: als centra van economische creativiteit én als leefbare woonplaatsen. Daarom moeten we achterstandswijken aanpakken, de structurele fileoorzaken wegnemen en voor groene oases zorgen. Minister Winsemius heeft een ambitieuze agenda voor de stad gelanceerd. Geen enkel nieuw kabinet kan daarom heen. Volgens Mirjam de Rijk heeft de minister gelijk: de steden hebben grote investeringen nodig. Maar uit interdepartementaal onderzoek blijkt dat investeerders liever buiten de stad bouwen
Het is goedkoper en winstgevender om buiten de stad te bouwen. En dat terwijl de rest van de samenleving juist belang heeft bij bouwen in de stad. Ziehier een schoolvoorbeeld van een situatie waarin de overheid een onwenselijke uitkomst van marktwerking moet corrigeren.

Uitzendkracht

‘Een mannetje van Tempo-Team’, zo noemt minister Winsemius (VROM, VVD) zichzelf, vanwege zijn korte ambtstermijn. Maar een uitzendkracht met visie dan toch. Luttele weken na zijn aantreden luidde hij de noodklok over 140 probleemwijken, waarvan 40 in acuut gevaar: ‘Een van de grootste vraagstukken waarmee Nederland kampt.’ Hij pleitte ervoor dat het nieuwe kabinet jaarlijks 1 à 1,4 miljard euro extra zou uittrekken voor stedelijke vernieuwing. Om die 140 wijken op te kalefateren, maar ook overbodig geworden ‘steenpuisten’ als oude havens en tramremises. Zo’n rijksinspanning zal bij andere partijen, de rijke woningbouwcorporaties voorop, nog eens een veelvoud aan investeringen uitlokken.

Filedruk

Wat is dat maatschappelijk belang? Bouwen in de stad, ook voor de middenklasse, versterkt het draagvlak voor voorzieningen, variërend van winkels en scholen tot openbaar vervoer en bibliotheken. De stedelijke publieke ruimte stijgt in waarde. De landelijke groene ruimte blijft groen en open. En de filedruk neemt af. Dat laatste heeft het Ruimtelijk Planbureau (RPB) onlangs nog bevestigd: elke woning in de bestaande stad verlaagt de filedruk, elke woning daarbuiten verhoogt die. Hoe dichter woningen bij een groot station staan, des te gunstiger het effect. Dit geldt grosso modo ook voor banen: in het stadshart bestrijden die files, aan de stadsrand verergeren ze die. Dat is dan ook precies wat er gebeurt: juist de (te) goedkope terreinen aan de stadsrand lokken steeds meer bedrijvigheid – niet alleen hindergevende fabrieken, maar ook kantoren en dienstverleners, tot tandartsen aan toe. Geen wonder, want gemeenten ontwikkelen als bezetenen nieuwe bedrijventerreinen. Er dreigt een overaanbod van 45.000 hectare, hebben we berekend. Het is veel beter om bedrijven ín de stad te houden. Stedelijke vernieuwing zou daarom óók het opknappen (‘herstructureren’) van verouderde bedrijventerreinen moeten behelzen. Zo’ n opknapbeurt kost al gauw twee ton per hectare. Vermenigvuldig dit met 26.000, want dat is volgens de Nijmeegse planoloog Barry Needham de oppervlakte die onder handen moet worden genomen. Dan kijken we dus tegen een miljardenoperatie aan. Om de huidige achterstand in tien jaar in te lopen is een investeringsimpuls van tenminste 250 miljoen euro per jaar nodig, bovenop Winsemius’ investeringsbedragen. Veel geld, maar het versterkt wel de stedelijke economie en helpt het verkeersinfarct genezen. Winsemius zelf benadrukt dat in zijn cijfers nog iets ontbreekt: de kosten van ‘grootschalig stedelijk groen’, beleids-Nederlands voor parken in de stad, natuur net daarbuiten en verbindingen voor mens en dier tussen die twee.
Het gaat om groen dat een hoge gebruikswaarde heeft voor zowel mens als natuur – de tijden van nutteloos kijkgroen liggen achter ons. Hoopgevend is dat de NVB (ontwikkelaars en bouwers) het belang van hoogwaardig groen onderschrijft: ‘Goed voor de economie en goed voor vastgoed’, zei voorzitter Jo Goossens vorige maand. Sterker nog, hij ziet ook de financiële behoeften onder ogen: een deel van de winsten die ontwikkelaars op nieuw bebouwde greenfield-locaties behalen, zullen in de bestaande stad geïnvesteerd moeten worden, onder meer in groenaanleg. Dat zo’n belangrijke partij de redelijkheid van dit soort verevening onderschrijft, is goed nieuws. Wij denken daarbij aan een constructie die de ontwikkeling van huizen en bedrijventerreinen buiten de bestaande stad duurder maakt. Om het uitdijen af te remmen en om stedelijke vernieuwing er deels mee te financieren.
Jammer genoeg denkt de NVB dat voldoende groen niet samengaat met een compacte stad. Begrijpelijk, maar een misverstand. Zie de mogelijkheden: parkeren kan ondergronds, sportcomplexen kunnen dankzij kunstgras met minder ruimte toe, het overkappen van stadssnelwegen creëert nieuwe gebruiksruimte en in naoorlogse wijken kunnen de ruim bemeten wegen een stuk smaller, en daarmee veiliger, etcetera.

Urgentie

De bouwwereld argumenteert graag dat de meeste mensen een eengezinshuis met een tuintje aan de stadsrand willen. Maar willen ze dat nog steeds als ze beseffen dat ze zo hun eigen files organiseren? Plus: de praktijk wijst uit dat in slim ontworpen compacte stadswijken toch veel woningen een eigen of collectieve tuin hebben. Vraag het de bewoners: ze hebben het beste van twee werelden. Deze week bespreekt de Tweede Kamer de VROM-begroting, tegen de achtergrond van een kabinetsformatie. Als de drie beoogde coalitiepartijen zich nou eens achter de verstandige agenda van een ervaren VVD-minister zouden scharen – dat zou de Haagse sfeer én de Nederlandse steden zeer ten goede komen. Want de meningsverschillen zijn op dit punt niet zo groot, en de urgentie is dat wel.
Mirjam de Rijk
Directeur van Stichting Natuur en Milieu, Utrecht
Natuur en Milieu en de provinciale Milieufederaties voeren campagne tegen het dichtslibben van Nederland onder het motto ‘Zuinig op Ruimte’. Zie www.zuinigopruimte.nl, waar voorbeelden van slordig ruimtegebruik kunnen worden gemeld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels