nieuws

Kritiek op Vinex

bouwbreed

Zes villa’s op een rijtje langs rijksweg A13. Eind 1996 zijn dat de eerste huizen op Vinex-locatie Ypenburg bij Den Haag. De jaren erna komen er alleen al op die locatie nog zo’n slordige 11.000 huizen bij. Met 57 Vinex-locaties door het hele land werd in de jaren negentig serieus werk gemaakt van mega-locaties vlak bij de grote steden. De Leidsche Rijn (Utrecht), IJburg (Amterdam), Vathorst (Amersfoort) en de Regenboogwijk in Almere zijn slechts een greep.In april 1998 reist een verslaggever van Cobouw mee met staatssecretaris Tommel en een Kamerdelegatie, op speurtocht naar ‘leuke’ Vinex-wijken.

“Misschien had het iets weg van de ultieme 1 april-grap. Op zoek naar leuke Vinex-wijken; die bestaan toch niet? Ze worden betiteld als: “Tuttig. Een te duur confectiepak. Veel te eenzijdig en te weinig aandacht voor kwaliteit”. Tommels opvolger Remkes probeert daadwerkelijk in te grijpen in de bouwgrogramma’s. Tot ongenoegen van projectontwikkelaars en gemeenten. Want de bouw is door grondspeculatie, bodemsaneringen en moeizame onderhandelingen juist zo traag op gang gekomen. Pas in 1997 concludeert VROM dat de aanloopproblemen voorbij zijn en de productie op stoom is gekomen.
‘Remkes breekt Vinex-contracten open’, kopt Cobouw maart 2000. “Gemeenten en ontwikkelaars houden met de huidige Vinex-contracten elkaar in een wurggreep. Staatssecretaris Remkes van volkshuisvesting meent daarom dat de contracten op de werkvloer stuk voor stuk moeten worden opengebroken.
Hij houdt pleidooien om een derde van de grond in vrije kavels uit te geven en dreigt zelfs de rijkssubsidies stop te zetten. In de praktijk is daar weinig van terecht gekomen; alle locaties zijn inmiddels volgebouwd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels