nieuws

Juiste onderbouwing saldering heeft positief effect

bouwbreed

De Raad van State heeft bij de verlegging van de N201 voor de eerste keer een saldering goedgekeurd. En dat terwijl het er even op leek dat de Raad van State nooit zou overgaan tot goedkeuring. Op grond van deze uitspraak, is nu bekend dat er ook anders kan worden geoordeeld. Wellicht is dit de eerste uitspraak geweest waarbij het overheidsorgaan de saldering voldoende toereikend heeft onderbouwd. Mogelijk is dit een aanzet naar meerdere positieve uitspraken met betrekking tot saldering.

Op 23 juni 2005 is het Besluit luchtkwaliteit 2005 gepubliceerd. Het nieuwe Besluit is op 5 augustus 2005 samen met de Meetregeling luchtkwaliteit 2005 in werking getreden. Aanleiding voor de vervanging van het oude Besluit luchtkwaliteit 2001 zijn de vele uitspraken van de Raad van State waarbij diverse besluiten werden en nog steeds worden vernietigd wegens ontoereikende onderbouwing van de salderingswijze (compensatie van negatieve effecten op de luchtkwaliteit binnen een bepaald gebied met de positieve effecten op de luchtkwaliteit in andere gebieden). Grote delen van de bepalingen uit het oude Besluit zijn inhoudelijk ongewijzigd gebleven. Eén van de belangrijkste verschillen tussen het oude en nieuwe Besluit is de saldobenadering opgenomen in artikel 7, derde lid onderdeel a en b, van het nieuwe Besluit.
De saldobenadering geeft ruimte voor bouwplannen in gebieden waar de grenswaarden voor NO 2 of PM10 (in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes met een doorsnee tot 10 micrometer) worden overschreden. Het kan gaan om plannen die negatieve effecten of zelfs positieve effecten hebben op de luchtkwaliteit in het plangebied (onderdeel a). Het kan ook gaan om plannen waar sprake is van een geringe verslechtering van de luchtkwaliteit (onderdeel b). Voorwaarde voor deze laatste plannen is dan wel dat in een ander gebied de luchtkwaliteit aanzienlijk verbetert. Per saldo zal er dan sprake zijn van een verbetering van de luchtkwaliteit. De saldobenadering kan betrekking hebben op een groter gebied dan een gebied dat een gemeente beslaat.
De nota van toelichting bij het nieuwe Besluit noemt als maximaal gebied het gebied van de agglomeratie of de zone zoals verwoord in de Meetregeling. Het voorbeeld van een plan waarbij saldering aan de orde is, is de aanleg van een rondweg, de verlegging van de N201. De aanleg zorgt voor een beperkte overschrijding van de grenswaarde NO 2 en fijn stof maar zorgt er tegelijk voor dat het verkeer in het binnenstedelijk gebied in belangrijke mate afneemt waarmee de luchtkwaliteit verbetert.
Onzekerheden
Het lijkt wel of met het gegeven voorbeeld in de hand de Raad van State uitspraak heeft gedaan in de procedure met betrekking tot een bestemmingsplan (eerste herziening N201-zone) waarin de verlegging van de N201 is opgenomen. In deze zaak speelde de fijn stof problematiek een rol. De Raad van State heeft in deze uitspraak voor de eerste keer een saldering goedgekeurd. Waar ging het om? Het betrof een herziening van het bestemmingsplan dat betrekking heeft op het tracé van de om te leggen N201 voor zover deze is gelegen in de gemeente Aalsmeer. Voor het tracé was in het bestemmingsplan de bestemming ‘verkeersdoeleinden N201’ opgenomen. Uit de uitspraak blijkt dat het tracé op enkele onderdelen wijziging zou ondergaan en dat daarvoor inmiddels ook besluiten waren genomen.
Door een aantal appellanten is aangevoerd dat het luchtkwaliteitsonderzoek dat aan het plan ten grondslag is gelegd onbetrouwbaar en onvolledig is en tevens te veel onzekerheden bevat als gevolg waarvan het niet aannemelijk is dat het plan per saldo daadwerkelijk lijdt tot een verbetering van de luchtkwaliteit. Met name wijzen zij erop dat de omlegging van de N201 lijdt tot een toename van de absolute uitstoot van luchtverontreinigende stoffen.
Uit het voor de besluitvorming opgestelde rapport volgt echter dat de luchtkwaliteit pers saldo juist zou verbeteren. Vervolgens moest de Raad van State beoordelen of was voldaan aan de vereisten voor saldobenadering uit het nieuwe Besluit. Of dat het geval is moet worden beoordeeld aan de hand van de relevante factoren waaronder in ieder geval de concentraties van de stoffen ter plaatse van de verslechtering en de verbetering, het gebied waarvoor een overschrijding is vastgesteld, het gebied waarop de verbetering betrekking heeft en het aantal blootgestelden (personen) dat door de verslechtering en verbetering wordt geraakt. De Raad van State constateert dat als gevolg van het uit te voeren plan met betrekking tot de verlegging van de N201 de totale uitstoot van zwevende deeltjes en stikstofdioxide ten opzichte van de autonome ontwikkelingen zal toenemen en de grenswaarden met betrekking tot de zwevende deeltjes en stikstofdioxide zullen worden overschreden. Daarbij wordt geconstateerd dat na uitvoering van het verleggingsplan het aantal adressen waar de maatgevende grenswaarden voor zwevende deeltjes wordt overschreden afneemt met 12 ten opzichte van de autonome ontwikkelingen. Voor de maatgevende grenswaarden van stikstofdioxine is dit aantal 15.

Stikstofdioxide

Niet onbelangrijk is dat het betrokken oppervlakte van het grondgebied in het rapport waar de twee maatgevende grenswaarden worden overschreden toeneemt met respectievelijk 6 procent voor de zwevende deeltjes en 11 procent voor stikstofdioxide.
De oppervlakte van het grondgebied neemt toe doordat het traject van de omgelegde traject van de N201 langer wordt. Hierdoor wordt langs de bestaande N201 in Aalsmeer de maatgevende grenswaarde voor stikstofdioxide buiten het asfalttraject niet meer overschreden. Daarbij is er tussen de betrokken overheden een zogeheten realisatieovereenkomst gesloten waarin is opgenomen dat de verkeersintensiteit van de bestaande N201 wordt gehalveerd.
De Raad van State overweegt dat alle relevante factoren zijn onderzocht en zijn afgewogen. Daarbij is voldoende aannemelijk dat door de realisatieovereenkomst de gestelde halvering van de verkeersintensiteit daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. Aan de afname van het aantal adressen waar de grenswaarden wordt overschreden mocht een zwaarder gewicht worden toegekend dan aan de toename van het aantal hectaren waar een nieuwe overschrijding ontstaat. Dit nu daar veel minder personen aan de nieuwe overschrijdingen worden blootgesteld.
De Raad van State overweegt tevens dat hoewel de uitstoot toeneemt, door een verspreiding van de concentraties sprake kan zijn van een verbetering van de luchtkwaliteit. In conclusie constateert de Raad van State dan ook dat de luchtkwaliteit per saldo zal verbeteren en dat het bestemmingsplan op dit punt terecht is goedgekeurd.
Bart Koolhaas,
DLA Piper N.V, Sectie Onroerend Goed-, Bestuurs- en Milieurecht, Amsterdam
Bart.Koolhaas@dlapipercom

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels