nieuws

Ingenieurs Rotterdam moeiteloos in top tien

bouwbreed

Het gemeentebestuur van Rotterdam zou wel gek zijn het eigen ingenieursbureau van de hand te doen. De slimmeriken van Gemeentewerken handhaven zich te midden van hun commerciële collega’s moeiteloos in de nationale top tien en dragen bovendien een slordige 7 miljoen euro bij aan de stadsbegroting.

SDLq Effectief bestuur is afhankelijk van kwalitatief goede ondersteuning”, verzekert directeur Hans Nijssen van het Rotterdams Ingenieursbureau. “Kwaliteit is nodig om te weten waarover je praat. Het gemeentebestuur moet onafhankelijk van de markt tot beslissingen kunnen komen. De overheid moet geen speelbal zijn maar speler”.
Nijssen is overtuigd dat Rotterdam zonder sterk eigen ingenieursbureau grip verliest. Sterker nog, hoe valt dan nog te garanderen dat elke euro op de beste manier wordt besteed? Kortom: de bijzondere positie van het Rotterdamse ingenieursbureau is het bevechten waard.
Hans Nijssen (54) is vergroeid met zijn ingenieursbureau. De dienst haalde vorig jaar met 986 medewerkers 91 miljoen euro uit de markt. De omzet en winst per werknemer steken gunstig af bij de meeste branchegenoten.
Na een opleiding tot biochemicus streek Nijssen in 1980 neer bij de Gemeentewerken Rotterdam, zijn eerste en tot op heden enige werkgever. Als man uit Leiden was hij tussen het Delfts blauw van de ingenieurs een beetje een vreemde eend in de bijt. Maar het tij zat mee. Het snel opkomende thema milieu bood in Rotterdam een prima voedingsbodem voor de biochemicus.
“De maatschappij vroeg zich af hoe met de milieuproblemen om te gaan. Hoe de hinder terug te dringen, zonder economische schade te berokkenen. Zo kwam ik in de baggerspecie terecht. We baggerden volop maar hadden ineens geen plek meer om te storten. Voorheen werd de specie gebruikt bij het bouwrijp maken van nieuwe woongebieden. Dat bleek heel vies. Het was de tijd van gifwijk Lekkerkerk. De noodzaak ontstond grootschalige oplossingen te vinden”.
Nijssen haalde zijn hart op in de bagger. Nationaal beleid bestond nog niet, Rotterdam moest pionieren. Na de jaren van inhoudelijk werk – met als kerntaken baggerdepot Slufter, de milieueffectrapportage Noordrand Rotterdam en het waterproject Onderzoek Maas – volgde de overstap naar het management. Van de toenmalige directeur Guus Thijssen kreeg Nijssen de taak als projectleider voorstellen te doen om de ambtelijke organisatie flink te moderniseren.
“Zonder drastische veranderingen zou het ingenieursbureau kopje onder gaan. In 1997 gingen we van start om van het bur e au een ondernemende overheidsdienst te maken”.
De vraag lag op tafel welke rol Rotterdams ingenieurs moesten spelen. Wat moest het bureau willen?
Nijssen: “Het bureau is onderdeel van de gemeente. Taak is te werken voor en in het belang van Rotterdam. Commerciële belangen bestaan niet. Wel moet het bureau zijn eigen broek ophouden. We dragen zelfs bij aan de gemeentelijke begroting. De periode van gedwongen winkelnering werd afgesloten. Voortaan zou de organisatie zich op het gebied van kwaliteit en prijs met de markt moeten kunnen meten”.
De nieuwe koers zette de luiken open. De relatie met klanten en partners veranderde. Transparantie rukte op tot de top van de prioriteitenlijst. Net als de collega’s Arcadis, Haskoning of Tauw laat het bureau jaarcijfers zien.
Een cultuuromslag werd ingezet, de aanpassing van de structuren zou volgen. Bewust in die volgorde, vanuit de overtuiging dat het tekenen van nieuwe organisatieschema’s slechts kinderwerk is vergeleken bij het opschudden van vastlopende ambtenarij.
“In ons werk staat of valt alles bij relaties. Dat zijn we gaan ontdekken. Je hebt te maken met talrijke partners, bewoners en winkeliers, het ambtelijke apparaat. Elk project kent geweldig veel actoren. Of een werk slaagt, ligt altijd aan de communicatie. Niet voor niets zie je een vak ontstaan als omgevingsmanagement”.
Het ingenieursbureau gaf de oude indeling naar disciplines op en kantelde naar een werkwijze met teams. Uitblinkers in het vak hoefden niet langer chefje te spelen om in aanmerking te komen voor een hogere salarisschaal. Van de lijnmanagers zit vrijwel niemand nog op zijn oude stoel.
Ingenieursbureau Rotterdam nieuwe stijl concentreert zich op drie thema: milieu, haven & transport en de stad. De milieutak buigt zich over bodems, beheert een grond- en reststoffenbank en schrijft milieueffectrapportages. Fijn stof en biobrandstoffen zijn goede bekenden. Biobrandstoffen? Als Rotterdam schone voertuigen wil, moet je toch echt bio-kennis in huis hebben!
Haven & Transport is het terrein van de civiele technici, 400 mensen van beton en staal. De werkzaamheden blijven niet beperkt tot Rotterdam. “Voor werken als de reconstructie van het Centraal Station, de Erasmusbrug en de spoortunnel heb je veel kennis en ervaring nodig. Dat zit in mensen. Ik beschik niet altijd over goede projecten om de mensen actief te laten zijn. Daarom kun je Rotterdamse ingenieurs tegenkomen in Vlissingen, Delfzijl en zelfs Amsterdam. Zo houden we onze kennis in stand”.
Vanwege specifieke kennis doen andere gemeenten en overheden elders in het land regelmatig een beroep op de kennis en ervaring van Rotterdamse ingenieurs. Bijvoorbeeld vanuit Den Haag bij de Tramtunnel en de Randstadrail. Het recente rapport Schutte over de oorzaak van het bezwijken van een trap in Utrecht is grotendeels gebaseerd op Rotterdams onderzoek.
“Rotterdam heeft een bijzondere relatie met havenstad Sjanghai. Daarom werkt ons ingenieursbureau wel eens in China. Altijd als een bescheiden expert, voor het geven van een tweede opinie. Zo komen we ook in Curaçao. Ons werkterrein ligt nadrukkelijk in onze eigen stad. We willen niet concurreren met andere adviesbureaus”.
Ankerpunt van zijn ingenieursbureau is volgens directeur Nijssen de 300-koppige afdeling die zich richt op de openbare ruimte van de stad. De werken zijn meestal niet spectaculair. Wat zou Rotterdam zijn zonder riolen, wegen en pleinen?
“De kleinste projecten zijn het leukst. De grootste springen meer in het oog. Dicht bij de burgers worden heel goede prestaties verricht met de aanleg van trapveldjes, rontondes en parken. Kom kijken bij het Zuiderpark”.
Als specialist in eigen stad werd het ingenieursbureau van Nijssen aangewezen het voortouw te nemen bij de herstructurering van Rotterdam. “Ons bureau heeft een sterke positie verworven bij de corporaties. Op basis van lokale kennis, ervaring met beheer en onderhoud en kennis van het omgevingsmanagement viel de keuze op ons. In Amsterdam echter ben ik net zo kansrijk als een ander ingenieursbureau”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels