nieuws

Hendriks werkt bevlogen samen met corporaties

bouwbreed

Hendriks Bouwbedrijf wil intensief met corporaties samenwerken bij het opknappen van oude en vervallen stadswijken. Een lopend project met Brabant Wonen in ‘s-Hertogenbosch smaakt volgens directeur Rob Haarmans naar meer. “Het is moeilijk om te zeggen waar en wanneer, maar we willen wel vaker van dit soort projecten opzetten.”

In de buurt Hinthamerpoort in ‘s-Hertogenbosch bouwt Hendriks, op jaarbasis goed voor een omzet van zo’n 100 miljoen euro, in samenwerking met Brabant Wonen driehonderd nieuwe woningen. Voor het project is eerst stevig gesloopt. Maar nu is de bouwfase aangebroken. “De ontwikkeling van de nieuwe woningen doen we samen. Brabant Wonen neemt daarbij de huur voor zijn rekening, wij doen de koop en dragen daarbij ook een deel van het risico”, vertelt Haarmans over het project.
De samenwerking met Brabant Wonen loopt gesmeerd. Toch maakt Haarmans zich zorgen over het contact met de bewoners van de wijk. “We zouden beter over ons werk moeten communiceren. Die mensen zitten toch acht jaar in de rommel.” De bouwbestuurder pleit dan ook voor een betere communicatie van bouwpartijen over wat zij doen en hoe daarbij te werk wordt gegaan. “Een goed contact met bewoners begint bij zo’n project eigenlijk bij de corporatie. Die moet hen als eerste inlichten over de komende bouwplannen.”

Onderhoud

Het enthousiasme van Haarmans over samenwerking met corporaties bij het opknappen van oude en vervallen wijken, straalt niet uit naar de verwachtingen over nieuwe samenwerkingsvormen bij onderhoud. “In theorie klinkt het goed”, reageert Haarmans op de discussie over Life Cycle Costing. De werkwijze maakt de bouwer niet alleen verantwoordelijk voor de realisatie van de woningen, maar ook voor het onderhoud. De werkwijze zou de kosten aanzienlijk kunnen drukken. Een aannemer die zijn eigen werk moet onderhouden levert immers geen prutswerk af. Want de schade die daardoor ontstaat komt dan een paar jaar na de oplevering alsnog op zijn bordje terecht.
“Wij proberen wel een onderhoudscontract af te sluiten met corporaties, maar dat lukt meestal niet. Volgens mij zijn ze er gewoon nog niet klaar voor”, schetst Haarmans zijn ervaringen. Hij is niet alleen kritisch over de bereidheid van corporaties om voor langere tijd met aannemers in zee te gaan, maar ook over de kansen die de werkwijze bouwers daadwerkelijk biedt. “Ik denk dat veel aannemers moeilijk kunnen overzien hoe onderhoudscontracten op de lange termijn uitpakken.”

Kranen

Dat Haarmans zelfverzekerd naar de toekomst kijkt, blijkt in ieder geval uit de recente aanschaf van acht rupskranen. Met de aankoop is 4,5 miljoen euro gemoeid. “Je kunt het ook in een stukje grond stoppen”, relativeert Haarmans de investering. Toch is goed nagedacht over de aanschaf van het materieel. “Wij hebben altijd onze eigen kranen gehad. En daar hebben we nooit spijt van gekregen.”
De keuze voor de aanschaf van eigen kranen wordt niet alleen door financiële motieven ingegeven. Met het eigen materieel denkt Haarmans ook de kwaliteit beter te kunnen waarborgen. “Wij werken met eigen mensen en eigen materieel. Dan weten we zeker dat het goed gaat.”
De kranen verdienen volgens Haarmans zichzelf al op de korte termijn terug. De bestuurder rekent voor de komende jaren op een nieuwe piek in de bouwproductie. “Als je het mij vraagt, staan we aan de vooravond van een nieuwe bouwhausse.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels