nieuws

Elf Nederlandse bouwbedrijven in Europese top 100

bouwbreed

De top 100 van Europese bouwers telt elf Nederlandse bedrijven in 2005. Dat is evenveel als vorig jaar. Het Verenigd Koninkrijk is het beste vertegenwoordigd met 36 bouwers tegen 24 in 2004.

In de European Powers of Construction, de benchmark van Deloitte, doet Nederland het bepaald niet slecht. Met de elf bedrijven in de top 100 neemt Nederland een tweede plaats in voor Frankrijk en Spanje die beide negen bedrijven bij de top hebben.
Slechts een van de elf, Koninklijke BAM Groep, prijkt in de top 10. Dat is dan beter dan het Verenigd Koninkrijk, dat pas op de elfde plaats is terug te vinden met Balfour Beatty.
De top 10 wordt gedomineerd en ook aangevoerd door Franse bedrijven. Op nummer 1 staat net als vorig jaar Vinci met een bouwomzet van bijna 20 miljard. Op nummer 2 is Bouygues te vinden dat een kleine 18 miljoen binnenhaalt in de bouw. De derde Franse bouwer Eiffage is te vinden op nummer 6 net boven BAM.
Op nummer drie is het Duitse Hochtief te vinden gevolgd door het Zweedse Skanska en Grupo Ferrovial uit Spanje op vijf. De top 10 wordt gecompleteerd Strabag (8, Oostenrijk), Bilfinger Berger (9, Duitsland) en ACS (10, Spanje). Het laatste bedrijf heeft weliswaar een omzet van dik 12 miljard, maar slechts 5,7 miljard daarvan wordt in de bouw verdiend.

Gefragmenteerd

Het tweede Nederlandse bedrijf is Volker Wessels op 17. Heijmans staat op 25 en TBI Holdings op 35.
Volgens Deloitte blijkt uit de cijfers dat er in het Verenigd Koninkrijk sprake is van een sterk gefragmenteerde markt. De 36 bedrijven in de top 100 vertegenwoordigen slechts 24,9 procent van de totale omzet. De negen Franse bedrijven zitten daar maar licht onder met 22,1 procent. Alleen al de grootste twee, Vinci en Bouygues, vertegenwoordigen 14 procent van de totale omzet van de 100 grootste bedrijven in Europa.
Het Verenigd Koninkrijk compenseert dit echter weer in nettowinst. Gemiddeld genomen wordt een marge behaald van 3,7 procent. In Engeland is het percentage 4,9. Dit is vooral te danken aan de woningbouw waar gemiddeld 10 procent nettowinst wordt behaald.
In Nederland gaat inmiddels een stuk. In 2004 bedroeg de nettomarge nog 1,4 procent. Dat is opgelopen naar 2,4 procent. “We zijn bezig met een inhaalslag die naar onze verwachting dit jaar doorgaat”, vertelt Luuk van der Pal van de bouw- en infragroep van Deloitte.
Of dit ook betekent dat de koers/winstverhouding van de beursgenoteerde bedrijven meer naar het Europees gemiddelde toekruipen, durft hij niet te zeggen. De lage beurswaarde kan ook te maken hebben met de zogenoemde Dutch discount, een lagere waardering door beleggers als gevolg van de beschermingsconstructies die in Nederland nog steeds bestaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels