nieuws

Werkland nu definitief bepalend bij diensten

bouwbreed

Het Europees Parlement heeft gisteren in Straatsburg de sterk gewijzigde Europese dienstenrichtlijn met een ruime meerderheid definitief goedgekeurd. Hiermee is het werklandbeginsel voor het verrichten van diensten een feit geworden.

Met de goedkeuring is er een definitief einde gekomen aan de jarenlange discussie over de ontwerprichtlijn van de hand van oud-Eurocommissaris Frits Bolkestein. Die stelde destijds voor het woonlandbeginsel te hanteren. Dat wil zeggen dat werknemers die in een ander land worden gedetacheerd voor het verrichten van diensten moeten voldoen aan de wet- en regelgeving in het land van oorsprong en niet van het werkland.
Dit leverde enorme protesten op met name vanuit de Europese vakbeweging. Die vreesde vooral dat werknemers uit goedkopelonenlanden massaal zouden worden “geïmporteerd” en de plaats zouden innemen van duurderbetaalde werknemers in eigen land. Een compromis is daarom gesloten.
Dat betekent dat bevoegdheden van de lidstaten voor de arbeidswetgeving (inclusief de nationaal geldende sociale regelgeving) alsmede het nationale beleid voor publieke diensten volledig overeind blijven. De dienstenrichtlijn maakt wel een einde aan elk protectionisme van de lidstaten om dienstverleners uit andere EU-landen van de eigen markt te weren.
Na de stemming verklaarde PvdA-europarlementslid Ieke van den Burg, dat er ondanks het bereikte compromis nog veel werk aan de winkel is, met name met betrekking tot het detacheren van werknemers en het inzetten van schijnzelfstandigen bij het verlenen van diensten over de grens. Van den Burg: “De lidstaten moeten bij de omzetting van de richtlijn zorgen dat inspectiediensten effectief kunnen controleren en samenwerken. De dienstenrichtlijn mag niet leiden tot ontduiking van sociale verplichtingen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels