nieuws

Vergrijzing beïnvloedt vraag naar woningen nauwelijks

bouwbreed Premium

De toekomstige vraag naar woningen wordt nauwelijks beïnvloed door de vergrijzing, maar is veel meer afhankelijk van de economische groei. Dit zei CPB-directeur Coen Teulings bij de presentatie van langetermijnramingen.

Speciaal voor het eerste congres van Bouwend Nederland heeft het CPB de vier langetermijnscenario’s die in 2004 zijn ontwikkeld, losgelaten op investeringen in de bouw. De vier scenario’s lopen van een wereldeconomie met veel markt en minder overheid, en dus een hoge economische groei, naar regionale gemeenschappen met veel overheidsbemoeienis en minder markt, en dus een lage economische groei.
Voor de woningbouw blijkt dan dat de economische groei een veel grotere invloed heeft op de vraag naar woningen. Volgens Teulings heeft dit alles te maken met een verdergaande gezinsverdunning bij een hoge economische groei. “Kinderen gaan eerder zelfstandig wonen”, legde hij uit.
Daarnaast heeft economische groei ook een positieve invloed op arbeidsmigratie. Ook dat stuwt de vraag naar woningen op. De vergrijzing zal in die visie vooral leiden tot een andere kwalitatieve vraag. Vooral grondgebonden woningen zijn in trek.

Kantoren

Eenzelfde beeld treedt op voor de vraag naar kantoren en bedrijventerreinen. Bij een hoge economische groei is de vraag groter. Voor bedrijventerreinen geldt zelfs dat slechts in éé n scenario, de wereldeconomie, er zelfs in de periode 2021-2040 nog groei in de vraag zit. In de andere drie scenario’s ontstaat een overschot.
Voor kantoren is een soortgelijk beeld zichtbaar. Teulings vindt dan ook dat kantoren die nu nieuw worden gebouwd, zodanig moeten worden ontworpen en gerealiseerd dat herbestemming eenvoudig is.
De investeringen in infrastructuur door de overheid lopen minder snel terug. Tussen 2007 en 2010 zal jaarlijks zo’n 7,3 miljard euro in de infra worden gestopt. Dit zal dalen naar 6 miljard in de periode 2011-2020 en naar 5 miljard tussen 2021 en 2040. Voor rijkswegen lopen de investeringen minder snel terug. Tot 2010 wordt jaarlijks 2,2 miljard ge ï nvesteerd daarna tot 2020 2 miljard. Dit bedrag zal halveren na 2020. De uitgaven aan onderhoud van rijkswegen blijven stabiel gedurende de hele periode, zo rond de 1 miljard.
Teulings benadrukte nog eens dat aan de cijfers geen absolute waarde mag worden toegedicht gezien de lange periode van de voorspelling. Maar trends zijn er volgens hem zeker uit te halen.
“De bouw heeft dus behoefte aan een wereldeconomie met een verder terugtredende overheid en een sterke economische groei”, concludeerde hij.

Reageer op dit artikel