nieuws

Ongenuanceerde kritiek op verlijmen gevelplaten

bouwbreed

In Cobouw , 29 september 2006 (nummer 180) is ingegaan op een aantal incidenten met loslatende gevelplaten. In een apart kader is er kritiek geuit op het lijmen van gevelplaten. De reactie op de kritiek op gevelplaten lijkt volgens Mario van Leeuwen op de wet van de spookrijder. Als u er honderd ziet dan bent u het waarschijnlijk zelf.

In Cobouw , 29 september 2006 (nummer 180) is ingegaan op een aantal incidenten met loslatende gevelplaten. In een apart kader is er kritiek geuit op het lijmen van gevelplaten. De reactie op de kritiek op gevelplaten lijkt volgens Mario van Leeuwen op de wet van de spookrijder. Als u er honderd ziet dan bent u het waarschijnlijk zelf.
De wet van de spookrijder kan volgens ons zo maar van toepassing zijn op enkele geciteerde ‘deskundigen’ in de artikelen in Cobouw over het verlijmen van gevelplaten. De artikelen zijn volgens ons tendentieus, geven een eenzijdige kijk op de beschreven systematiek, zijn onvolledig en soms zelfs onjuist.
Hoe zit het nu met de geuite kritiek? “Een mooi gebouw en met de veiligheid zal het wel in orde zijn”: het is een vaak voorkomende gedachtegang die jammer genoeg maar al te vaak onjuist is. We hebben vastgesteld dat men bij voorkeur een flamboyante architect kiest en vervolgens de goedkoopste manier wordt gezocht om zijn aansprekende ontwerp te realiseren. En daar wringt de schoen: kwaliteit van een gebouw bestaat niet alleen uit zijn ‘uiterlijk’ ook door zijn veiligheid. Voor de gevelbranche geldt dan nog dat we te maken hebben met een voorkeur aan rijk gebruik van materialen in allerlei combinaties, liefst in een creatieve toepassing van ruimtelijke vormen. Daardoor treedt er telkens een paradox op. Enerzijds worden de processen op de bouwplaats steeds complexer, anderzijds is ons vak nog vaak traditioneel en ambachtelijk.

Applicatie

In de voorbereidende fase, waar wij als adviseurs bij betrokken zijn, krijgen we hele volksstammen over de vloer die een oordeel willen of moeten vellen over de geproduceerde tekeningen en berekeningen. Maar als het op uitvoering aankomt neemt men het niet zo nauw en vele bedrijven doen maar wat, met alle gevolgen van dien. Echter opdrachtgevers willen op alle fronten maximale kwaliteit en de verplichting is er een zo optimaal mogelijk kwaliteits- en veiligheidsniveau te realiseren. Maar waar loopt het in de praktijk nu uit de pas? Waarom schiet men tekort bij het eerder genoemd kwaliteitsaspect? Vrij eenvoudig: er blijkt in de voorbereiding veel te weinig aandacht te worden besteed aan de uitvoering en men is zich onvoldoende bewust van het vereiste kwaliteitsniveau.
Ook in communicatie tussen de uitvoerende, controlerende, c.q. sturende partijen schiet men te kort. Daarom wordt er nog te veel op kritische plaatsen maar wat aangerommeld. Wij stellen vast dat het plaatsen van gevelplaten, óók middels mechanische bevestiging, een specialisme is. Je kunt niet zo maar iemand op de steiger zetten, ook al lijkt dat de laatste tijd wel te gebeuren. De verschillende nationaliteiten die men tegenwoordig op de steiger aantreft spelen hierin mede een cruciale rol. Naar aanleiding van de vermelde schadegevallen, die overigens allen mechanisch bevestigde gevelpanelen betreffen, moet gewoon worden vastgesteld dat er nog een lange weg te bewandelen is: hier ontbreken duidelijke applicatievoorschriften.

Ervaringscijfers

Allereerst noemen wij de ongenuanceerde opmerking over de hechtproef : bij Tweha geldt de eis dat eerst de hechting op het beoogde substraat vooraf in eigen laboratorium voor elk project wordt getest en gecontroleerd. Boven dit alles geldt nog eens dat er bij ons al sinds jaren dag een rekenmethode wordt gehanteerd die is gebaseerd op het bepalen van de karakteristieke sterkte. En verder: geïnterviewden zijn natuurlijk vrij om een mening te uiten. Zij zijn daar echter niet vrij in wanneer zij dit publiekelijk doen zonder dat zij zich daarbij afdoende vergewissen van hun stellingen. Het in de artikelen gestelde staat lijnrecht tegenover het feit dat verlijmen van gevelplaten reeds 15 jaar succesvol wordt gebezigd en er wereldwijd miljoenen vierkante meters met succes zijn verlijmd. Gerenommeerde organisaties, zoals de erkende certificerende instituten Stichting Hout Research SHR, Stichting Kwaliteit Gevel SKG, Stichting Keuringsbureau Hout SKH staan dan ook volledig achter genoemde verlijmtechniek.
Ook het KOMO-keurmerk wordt in het artikel gebagatelliseerd. Nonsens en onbegrijpelijk, omdat juist de betrokken lijmproducenten jaren terug al hebben onderkend dat met het groeien van de toepassing, de noodzaak tot een kwaliteitskeurmerk (lees kwaliteitsbewaking) noodzakelijk werd. Op verzoek is dan ook in samenwerking met de hiervoor genoemde certificerende instituten SKG, SKH en SHR, alsmede de dienst dS+V Rotterdam een beoordelingsrichtlijn BRL samengesteld om de toepassing onder KOMO-kwaliteitscertificaat mogelijk te maken. Nu deze BRL 4101, deel 7, in oktober 2001 door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit is aanvaard, is voor de verlijming van diverse gevelplaten een KOMO attest met productcertificaat verstrekt. Het KOMO keurmerk is door de Minister aangewezen als nationaal bouwkeurmerk. Hierdoor wordt de zekerheid geboden dat KOMO gecertificeerde producten voldoen aan de Nederlandse Bouwregelgeving, zoals die van het Bouwbesluit, het Bouwstoffenbesluit alsmede ook voldoen aan vastgelegde markteisen.

Kwaliteitsverklaring

Een bevestiging met lijm moet ingevolge van het Bouwbesluit voldoen aan de NEN 6700, verwezen via artikel 2, lid 5 en artikel 174 lid 6. Toepassen van lijm is dan ook volledig mogelijk middels de door VROM publiekrechtelijke erkende kwaliteitsverklaring. Zo’n erkende kwaliteitsverklaring is voldoende bewijs dat aan de voorschriften van het Bouwbesluit wordt voldaan.
M.J.P. van Leeuwen
Tweha, Eersel
www.tweha.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels