nieuws

Kartelspecialist: Schade bouwfraude veel hoger

bouwbreed

De bouwfraude heeft in de periode 1992 – 2001 geleid tot een aanzienlijk grotere schade dan de aangenomen 8,8 procent van de omzet. De Amsterdamse kartelspecialist Maarten Pieter Schinkel vindt een prijsverhoging van 10 tot 15 procent veel realistischer en schat de schade op tussen de 15 en 25 miljard euro.

“Ik geef toe dat de schade moeilijk is vast te stellen. De bouwafspraken waren echter een klassiek model van prijsopdrijving. Het is raar dat de slachtoffers niet hebben geprobeerd te achterhalen hoe groot hun werkelijke schade is. Zie mijn optreden in het tv-programma Zembla als een oproep tot nader onderzoek”.
Het ontbreken van gedetailleerd onderzoek is volgens Schinkel, docent aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de reden dat kartel- en sectorspecialisten geweldig van mening kunnen verschillen.
Bouweconoom Adri Buur veegt sinds jaar en dag de vloer aan met de veronderstelling dat de bouwnijverheid voor miljarden heeft gefraudeerd. “De marge op de omzet van 3 tot 4 procent wijst niet op prijsopdrijving. Miljardenfraude? Te onzinnig om op in te gaan”. Ook Henk Vermande van PRC Bouwcentrum hecht weinig geloof aan alle grote getallen. Uit internationaal onderzoek blijkt keer op keer dat het prijsniveau van de Nederlandse bouw concurrerend zo niet het laagste is in vergelijking met de ons omringende landen. Het Centraal Plan Bureau twijfelt eveneens en stelt dat ondanks het vooroverleg de onderlinge concurrentie groot bleef.

Interessant

NMa-adviseur Maarten Pieter Schinkel volhardt in zijn miljardenfraude en noemt de verboden bouwafspraken een a-typisch kartel, ingebed in de Nederlandse cultuur. Wat de fraude alleen nog maar interessanter maakt om nader te onderzoeken.
“Het totaal aan illegale winst en schade bepaal ik op 1,5 tot 2,5 miljard euro per jaar over de periode 1992 – 2001. Het grootste deel hiervan, tussen de 1,4 en 2 miljard euro, is illegale winst. De rest, tussen de 100 miljoen en een half miljard euro per jaar, is efficiëntieschade. Dit zijn conservatieve waarden”.
De illegale winsten zijn volgens Schinkel in principe geen maatschappelijk verlies maar een herverdeling van surplus van de koper naar de verkoper. Hij neemt echter aan dat een belangrijk deel van de winsten is uitgegeven aan onnodige kosten. Zoals aan smeergeld om de samenzwering stabiel en operationeel te houden. Tot de efficiëntieschade rekent Schinkel de daling van het aantal uitgevoerde projecten vanwege de kunstmatig opgedreven prijzen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels