nieuws

In hoeverre is het aanbestedingsrecht sociaal te noemen?

bouwbreed

Als we de media volgen, zien we dat de openbaar vervoersbedrijven in Nederland zich hevig verzetten tegen de marktwerking door middel van het aanbestedingsbeleid bij openbaar vervoersdiensten. Gelet op de verwachte negatieve effecten op werknemers van het aanbestedingsbeleid in de openbaar vervoersector heeft Kamerlid Van Oudenallen een motie ingediend bij de regering. De vraag is of het aanbestedings-beleid sociale ongewenste effecten kan hebben en hoe die het beste kunnen worden weggenomen.

A ls overwegingen van het motievoorstel van Van Oudenallen stelt zij onder meer dat een voorgenomen marktwerking in het openbaar vervoer recentelijk tot veel onzekerheid bij werknemers van ov-bedrijven heeft geleid en dat vele aanbestedingen in het openbaar vervoer niet succesvol zijn geweest. De motie-indiener verzoekt de regering op zeer korte termijn een evaluatie te maken van alle tot nu toe gerealiseerde aanbestedingen in het openbaar vervoer waarbij alle succes- en faalfactoren in kaart worden gebracht waarbij de evaluatie bepalend dient te zijn voor in de nabije toekomst te voeren beleid inzake aanbesteding in het openbaar vervoer.
Ongeacht dat de motie-indiener zich wellicht onvoldoende realiseert dat het Europese aanbestedingsbeleid met haar aan­be­ste­dings­richt­lijnen maakt dat opdrachten die een zekere drem­pel­waarde overstijgen op de daarvoor bepaalde wijze dienen te worden aanbesteed, is het interessant om stil te staan bij de sociale aspecten van het aanbesteden.

Sociaal?

Een open deur is wellicht dat de achtergrond van het hele aanbestedingsbeleid is dat ingezetenen cq belastingbetalers van dit land - in dienst waarvan de overheid acteert - niet te duur uit is, althans zoveel mogelijk kwaliteit wil voor zijn geld. Het aanbesteden van opdrachten op basis van de gunningscriteria van de laagste prijs en de economisch meest voordelige aanbieding, twee economische georiënteerde criteria, zijn bepalend voor een overheid(-sdienst) of zij een opdracht gunnen aan een gegadigde/inschrijvende partij.
Dat geldt voor de openbaar vervoersector, voor de bouw en andere sectoren. In beginsel wordt slechts gekeken naar economische effecten. De laagste prijs in het bijzonder en de Economisch Meest Voordelige Aanbieder in mindere mate, laten weinig ruimte voor de kwaliteit van sociale omstandigheden van werknemers. Eigenlijk interesseert het de belastingbetaler niets; hij wil alleen dat die overheid zo’n scherp mogelijke (kwaliteit/) prijs heeft. In die zin is het aanbestedingsbeleid met haar economische benadering niet sociaal te noemen.
Toch biedt het aanbestedingsrecht ruimte voor sociale criteria. Op 26 september 2005 schreef de staatssecretaris van Economische Zaken, mevrouw Van Gennip, immers nog aan de Kamer dat de Europese aanbestedingsrichtlijnen de mogelijkheden bieden om milieu en sociale criteria te stellen bij overheidsaanbestedingen. Een aanbestedende overheidsdienst kan met name bij de formulering van de opdracht en bij gunning - in haar aanschaffingenbeleid opgenomen - sociale en milieudoelstellingen verwezenlijken.
Tijdens de definitie fase van de opdracht kunnen in de opdrachtbeschrijving cq het bestek eisen en wensen worden opgenomen, die gericht zijn op milieu en/of sociale aspecten. Bij gunning komt alleen het gunningcriterium van de Economisch Meest Voordelige Aanbieding in aanmerking om sociale aspecten in op te nemen. Het ééndimensionale criterium van de Laagste Prijs is daarvoor niet geschikt. Dit criterium zou wat mij betreft alleen nog aan de orde zijn bij standaardwerken/opdrachten, plaatsen lantaarnpalen of als het opdracht/bestek de duidelijke eisen stelt aan milieu, duurzaamheid, van sociale aard en dergelijke. Immers dan zijn deze niet economische voorwaarden opgesloten in de opdracht, die dan in de markt wordt geplaatst.

MMVA

Meermalen heb ik hier betoogd dat het zuiverder en beter is om de Maatschappelijk Meest Voordelige Aanbieding te introduceren, immers het criterium van de Economisch Meest Voordelige Aanbieding heeft oorspronkelijk een meerdimensionale economische afweging, terwijl dat nu – mede vanwege de Europese jurisprudentie – opgerekt wordt voor aspecten niet direct van economische aard (milieu, sociale factoren).
Een overheid die de maatschappij - waaronder niet alleen belastingbetalers, maar ook (de belastingbetalende) werknemers van ov-bedrijven - zo goed mogelijk wil bedienen, wekt misschien ook meer sympathie als zij opdrachten gunt op basis van een criterium dat maatschappelijk gezien het meest voordelig is. Het pessimisme van de ov-werknemers en de kritische houding van Van Oudenallen ten aanzien van het aanbestedingsbeleid deel ik niet direct. Het aanbestedingsbeleid - wat ook sterk Europeesrechterlijk is bepaald -heeft mogelijkheden om sociale aspecten (arbeidsomstandigheden en dergelijke) mee te nemen, echter voorwaarde is wel dat overheden daarmee al rekening houden bij de vraagspecificatie en bij vormgeving gunningcriterium.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels