nieuws

Hoogleraar geotechniek mist harde data in rapport over verzakte woningen Zevenaar

bouwbreed Premium

De recente verzakkingen van woningen in Zevenaar is volgens Fugro Ingenieursbureau alleen veroorzaakt door de klimatologische omstandigheden van de droge zomer van dit jaar. Volgens professor Frans Molenkamp van de TU Delft ontbreekt echter een grondige onderbouwing van deze conclusie.

Molenkamp is hoogleraar geotechniek. Hij heeft op verzoek van de voorzitter van de bewonersgroep ‘Zakkende Woningen, Inklinkende Klei’ (Zwik) het rapport ‘Verzakking woningen te Zevenaar’ van Fugro van 20 september 2006 geëvalueerd. Eerste reden om op het verzoek in te gaan, is volgens de hoogleraar dat Fugro als mogelijke de oorzaak voor de verzakkingen de droge zomer van 2006 aanwijst, terwijl soortgelijke verzakkingen niet op dezelfde schaal zijn opgetreden gedurende de droge zomer van 2003.
Fugro Ingenieursbureau kreeg in augustus van dit jaar de opdracht van de gemeente Zevenaar voor een onderzoek naar de verzakking van op staal gefundeerde woningen in Zevenaar. Aanleiding tot het onderzoek was de scheurvorming die in de droge zomerperiode dit jaar bij een aantal woningen is opgetreden. De schademeldingen betreffen dertig woningen die gemonitord moeten worden en één woning waarbij herstel nodig is. De woningen liggen verspreid over het grondgebied van Zevenaar. Ze zijn gebouwd in de jaren 1950 tot 1980.
Medio augustus dit jaar kwamen Fugro en de gemeente Zevenaar tot een afbakening van de onderzoeksvragen. Schetsenderwijs: wijziging van de grondwaterstand in de loop van de tijd, de grootte van zakkingen en zakkingsverschillen, andere oorzaken (dan grondwaterstand) van zakkingsverschillen en constructieve schade, externe factoren voor grondwaterstanden en maaiveldzakkingen, oplossingsrichtingen. Bovendien maakte de gemeente Zevenaar kenbaar dat het onderzoek op korte termijn en met beperkte doorlooptijd diende plaats te vinden. Ook moest grootschalig onderzoek op locatie naar individuele schade in dit stadium worden beperkt.
Molenkamp heeft het Fugro-rapport van 20 september 2006 gecontroleerd op feiten en verifieerbaarheid. Dat laatste is niet mogelijk, stelt hij. “Er is niet goed naar 2003 gekeken. Alles is betrokken op 2006. Het gaat mij dan ook te ver om te zeggen dat het door de droogte van afgelopen zomer komt zoals Fugro concludeert. Daarvoor ontbreekt een grondige onderbouwing met harde data. Bovendien blijft het verschil tussen de omvang van de schaden tijdens de droge zomers van 2003 en 2006 daarmee onverklaard”, concludeert Molenkamp.
In het rapport van Fugro ontbreekt volgens Molenkamp ook het geologische profiel van de diepere ondergrond van Zevenaar. Daardoor is de ligging van kleilagen in de diepere watervoerende zandlagen onduidelijk. De mogelijke geohydrologische barrièrewerking van de tunnelbak van de Betuwelijn door het grondgebied van de gemeente blijft daarmee ook onduidelijk.
Op basis van de bestaande waarnemingen had behalve de klimatologische factor met neerslag en verdamping ook de geohydrologische barrièrewerking van de tunnel, de waterstand in het Pannerdens Kanaal, de onttrekking van grondwater via de provincie en het peilbeheer van het open water door de waterschappen voor beide situaties overtuigend aangegeven moeten zijn.
De tekortkomingen die Molenkamp in het rapport van Fugro aangeeft, betekenen volgens de hoogleraar geotechniek niet dat de conclusies en aanbevelingen in het rapport van Fugro niet correct zouden kunnen zijn. “Echter hun basis, zoals gerapporteerd, is ten minste zwak en mogelijk niet correct”, besluit Molenkamp zijn commentaar.
Fugro Ingenieursbureau laat weten niet op het commentaar van professor Molenkamp te willen reageren en verwijst door naar de gemeente Zevenaar.
Een woordvoerder van de gemeente kan nog niet zeggen of de gemeente in het commentaar reden ziet verder onderzoek te laten uitvoeren. De gemeente wacht af tot zij door de bewonersvereniging Zwik op de hoogte wordt gebracht van de volledige inhoud van het commentaar.

Reageer op dit artikel