nieuws

Hoofdelijkheid is in bepaalde gevallen toewijsbaar

bouwbreed

Hoofdelijke aansprakelijkheid wil zeggen dat twee of meer schuldenaren voor een en dezelfde schuld (en ieder voor het geheel) aange-sproken kunnen worden. Hoofdelijkheid is een uitzondering, het uitgangspunt van de wet is dat schuldenaren voor een gelijk deel verbonden zijn, tenzij iets anders is overeengekomen of wet of gewoonte anders bepalen. De RvA en het AIBk hebben zich onlangs over dit onderwerp uitgesproken.

Bij hoofdelijkheid kan de schuldeiser kiezen wie hij aanspreekt om de gehele schuld te voldoen. Dat is voor de schuldeiser prettig, want hij hoeft nu niet achter alle schuldenaren aan te gaan en hij loopt geen risico dat een van de schuldenaren bijvoorbeeld door faillissement niet kan betalen. Voor de hoofdelijke schuldenaren is dit bezwaarlijk, want het insolventierisico wordt mogelijk op een van hen afgewenteld. De wet bepaalt daarom ook dat hoofdelijkheid een uitzondering is. Een van de uitzonderingen, die voor de bouwpraktijk van belang is, luidt dat als op ieder van twee of meer personen en verplichting tot betaling vergoeding van dezelfde schade rust, zij hoofdelijk verbonden zijn. Even voor de duidelijkheid: als een schuldenaar de gehele schade betaalt, betekent dat nog niet dat de andere schuldenaren vrijuit gaan. De betalende schuldenaar kan ‘regres’ nemen op de niet betalende schuldenaren, maar wel voor dat deel dat zij ook moeten bijdragen aan de schuld.
De betalende schuldenaar heeft dus niet op zijn beurt het recht om volledige betaling van een van de anderen af te dwingen. Bij hoofdelijkheid gaat dus om aansprakelijkheid (wie kan aangesproken worden) en draagplicht (wie moet de schuld uiteindelijk voor hoeveel in zijn portemonnee voelen).

Bouwpraktijk

Wanneer is er nu sprake van vergoeding van dezelfde schade? Dit doet zich bijvoorbeeld voor indien twee personen een zaak beschadigen. Zij hoeven tot die zaak niet in dezelfde rechtsverhouding te staan: de een kan bijvoorbeeld een onrechtmatige daad worden verweten: de brandstichter die zomaar een huis in brand steekt. En de ander die huismeester is en hetzelfde huis in brandt steekt: als huismeester is hij contractueel gehouden goed voor het huis te zorgen en dit soort daden te voorkomen en niet zelf te plegen. De eigenaar van het huis mag nu de een of de ander aanspreken zonder dat hij zich behoeft te bekommeren om de precieze draagplicht van ieder van hen en zonder het insolventierisico te lopen.
In de bouwpraktijk zien we dit soort samenlopen vaak tussen aannemer-ontwerper-toezichthouder. Lange tijd wilden arbiters niet aan hoofdelijke veroordelingen, want zo was men van mening: aannemer en architect leveren twee onderscheiden prestaties en dus zou niet voldaan zijn aan het wettelijk stelsel dat ik hiervoor beschreef. Het laatst werd dit nog beslist door het AIBk in zijn uitspraak van 16 augustus 2000, BR 2001, pagina 253. Daar wordt nu anders tegen aan gekeken. In de gevoegde zaak, beslist op 25 juli 2006, nummer 26.642/1200-0351, wordt de vordering inhoudende een hoofdelijke veroordeling van aannemer en architect ten dele toegewezen. Arbiters nemen als uitgangspunt: hoofdelijkheid is toewijsbaar in die gevallen waarin op aannemer én architect een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade rust. In dit geval ging het om verschillende schadeposten en van een daarvan houden arbiters aannemer en architect beiden aansprakelijk. Van andere posten wordt vastgesteld dat alleen de aannemer aansprakelijk is en dan komt hoofdelijkheid uiteraard niet aan de orde.
Om de architect en aannemer inzake de hoofdelijke veroordeling als het ware van dienst te zijn, bepalen arbiters voor hun onderlinge verhouding ook nog de draagplicht, zodat daar later geen twist over kan ontstaan.
In de uitspraken van 22 augustus 2006, nummers 70.929, 70.940 en 70.949, wordt eveneens tot hoofdelijkheid besloten. De architect was in beroep gegaan van een vonnis in eerste instantie. In appel constateren arbiters dat de architect, anders dan in eerste instantie was geoordeeld, niet als enige aansprakelijk gehouden kon worden. Er resteert echter nog wel aansprakelijkheid van de architect. In die zin wint de architect dan ook, maar zijn grief tegen het vonnis in eerste instantie faalt in die zin dat hij nog wel belast blijft met de schade, doch slaagt voor wat betreft de gehoudenheid van ook een ander, hetgeen van invloed is op de gehoudenheid van de architect krachtens artikel 6:102 BW (hoofdelijke aansprakelijkheid). En ook in deze uitspraak bepalen arbiters vervolgens de verdeelsleutel van de uiteindelijk door aannemer, architect en constructeur te dragen schadeplichtigheid. Maar zij worden hoofdelijk veroordeeld: een kan worden aangesproken voor het geheel. (Op deze laatste uitspraak kom ik in een volgende aflevering uitgebreid terug.)

Toezicht

Tot slot nog een opmerking over de betrokkenheid van de toezichthouder in dit soort situaties. De toezichthouder/directie veroorzaakt zelf in het algemeen de fout die tot de schade leidt niet direct. Hij had deze kunnen voorkomen door beter toezicht. Om die reden wordt het er voor gehouden dat hij een van de schuldenaren is die heeft bijgedragen tot de uiteindelijke schade. Een hoofdelijke veroordeling kan dus ook hem treffen. In het algemene verbintenissenrecht worden hier vraagtekens bij gesteld: gaat het wel aan om een toezichthouder te belasten met hoofdelijke aansprakelijkheid waar zijn rol eigenlijk toch een andere is geweest? Leidt dit bovendien niet tot toezichthoudersangst en vluchtgedrag van toezichthouders?
Nu hoofdelijkheid in het arbitrale bouwrecht stevig aanvaard lijkt te zijn, is het een kwestie van tijd eer toezichthouders dit verweer ook zullen gaan voeren. Een oplossing, zo men het een probleem vindt, is uit het algemene verbintenissenrecht nog niet te putten.
Prof. dr. M.A.B. Chao-Duivis
Directeur van het Instituut voor Bouwrecht (IBR), Den Haag en hoogleraar bouwrecht aan de TU Delft.
Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het IBR.
www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels