nieuws

Goede arbitrage blijft voorlopig een sprookje

bouwbreed Premium

Geschillen oplossen met de hulp van een arbiter in plaats van een rechter heeft veel voordelen. Het is goedkoop, snel en houdt de verhoudingen gezond. Toch slaagt de bouwsector er niet in om voor een goed arbitrageinstituut te zorgen. Ondertussen zwelt de kritiek aan op Raad van Arbitrage voor de Bouw en het Garantie Instituut Woningbouw (GIW), de twee belangrijkste instellingen op dit gebied.

analyse
D e Vereniging Bouwen met Staal heeft er genoeg van. De belangenorganisatie van staalbouwers wil niet langer zaken doen met de ondeskundige arbiters van de Raad van Arbitrage. De organisatie heeft daarom een eigen geschillenregeling in het leven geroepen. Hierbij huren de twee ruziënde partijen samen een deskundige in die na een grondig onderzoek een aanbeveling doet. De hoop is dat daarna de kou uit de lucht is en het duo in goede samenwerking het project tot een einde brengt.
Het gebrek aan technische kennis bij de arbiters van de Raad van Arbitrage voor de Bouw is voor de staalbouwers de belangrijkste reden voor het opzetten van een eigen geschillenregeling. Het grootste probleem hierbij is dat de Raad van Arbitrage gebruikmaakt van gepensioneerde aannemers of architecten die niet altijd de indruk wekken met verstand van zaken naar het probleem te kijken. Hun kennis is verouderd of het probleem is zo ingewikkeld dat ze er niets van begrijpen. De staalbouwers zijn niet de eerste die kritiek hebben op de Raad van Arbitrage. De parlementaire enquête naar fraude in de bouw, die in 2002 de sector binnenstebuiten keerde, had nog geen halve pagina nodig om het instituut als partijdig en niet objectief neer te sabelen.
De arbiters hebben zich de kritiek van commissievoorzitter Marijke Vos aangetrokken, en hun organisatie aangepast. Zo zijn nu ook de opdrachtgevers binnen het instituut vertegenwoordigd. Een hele stap. Want voordat Vos de Raad hekelde, was hier geen sprake van en waren alleen aannemers, architecten en ingenieurs bij de R aad vertegenwoordigd.

Oudgedienden

De Raad van Arbitrage mag zijn deuren geopend hebben voor de opdrachtgevers in de bouw, de daadwerkelijke arbitrage is hierdoor niet veranderd. Bij de selectie van een arbiter maakt de Raad nog steeds gebruik van dezelfde lijst. Hierop staan naast juristen ook aannemers en architecten. Praktisch probleem van de bestaande lijst is alleen dat daar veel oudgedienden op staan die wel degelijk een bepaalde deskundigheid in huis hebben, maar niet altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in de sector of kennis hebben van ingewikkelde technische problemen. De Raad van Arbitrage is niet het enige geschilleninstituut dat onder vuur ligt. Ook de arbiters van het Garantie Instituut Woningbouw (GIW) krijgen ervan langs. Aannemers en kopers, vertegenwoordigd door respectievelijk Woningborg en de Vereniging Eigen Huis (VEH), zijn niet gelukkig met het optreden van de GIW-arbiters. Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteiten van de arbiters zelf, maar ook de kwaliteit van de vonnissen die zij uitspreken.
De kritiek op het GIW komt op een cruciaal moment. Op 1 januari 2007 opent het arbitrageloket voor nieuwe koopwoningen de deuren. Het loket, waarover tien jaar is gepraat en dat door het GIW wordt opgetuigd, moet de geschillenbeslechting bij nieuwbouwwoningen aanzienlijk vereenvoudigen. Maar nu de belangrijkste betrokken partijen openlijk kritiek uiten op de GIW-arbiters – die een groot deel van het werk van het loket voor hun rekeningen nemen – bevindt de geloofwaardigheid van het loket zich nog voor de oprichting op een hellend vlak.

Glashelder

De kritiek op de Raad van Arbitrage voor de Bouw en het GIW maakt één ding glashelder. Een goede arbitrage in de bouw, die tegemoet komt aan de wensen, eisen en verwachtingen van de sector en zijn opdrachtgevers, is voorlopig nog een sprookje.

Reageer op dit artikel