nieuws

Geen overgangstermijn Wet werken aan winst

bouwbreed Premium

De bouw krijgt geen respijt van de Eerste Kamer voor een lange overgangstermijn in de Wet werken aan winst. De bouwwereld wil die juist om langzaam te groeien in het nieuwe systeem van snellere belastingafdrachten.

De Eerste Kamer wil niet aan deze overgangstermijn van een paar jaren. Dat werd dinsdag duidelijk tijdens de behandeling van de wet in de Eerste Kamer.
Minister Zalm (financiën) zei dat bouwondernemers die door de wet in de problemen komen, doordat zij eerder belasting over winst moeten betalen bij onderhanden werk, aanspraak kunnen maken op de Invorderingswet. Voor een overgangstermijn is daarom dus geen aanleiding, vindt Zalm. Die zou volgens de minister ook in strijd zijn met de Invorderingswet.
De bouw heeft grote moeite met de Wet werken aan winst. Bouwend Nederland zei vorige week al dat bouwers in financieringsproblemen komen als er geen overgangstermijn van vier of vijf jaar zou komen om te wennen aan het nieuwe systeem. Want vooral het eerste jaar geeft grote problemen, omdat bouwbedrijven belasting moeten betalen over zowel oudere jaren als het nieuwe jaar.

Ruimhartig

Een meerderheid in de Eerste Kamer steunt Zalm echter in zijn opvatting. CDA-senator Peter Essers zei wel dat hij Zalm vertrouwt dat de mogelijkheid van een betalingsregeling ruimhartig wordt toegepast voor de bouw. “Met de lijfspreuk ‘sterk in de zaak, soepel in de uitvoering’.”
De bouwwereld vreest dat het financieringsprobleem voor de bedrijven ontstaat, doordat de Belastingdienst vanaf 1 januari komend jaar eerder met bouwers kan afrekenen over de winst. Nu wordt vaak pas belasting op de winst betaald na oplevering van een project. Volgens Bouwend Nederland komen door nieuwe belastingregels verschillende bouwbedrijven in de problemen omdat ze een aanzienlijke eenmalige extra belasting, bovenop de normale belastingafdracht, moeten betalen. Volgens de brancheorganisatie zal dit bij een aantal bedrijven leiden tot liquiditeitsproblemen. Vorige week sprak de organisatie over een financieringsprobleem van honderden miljoenen euro’s.
Een woordvoerder van het ministerie van Financiën zegt dat het voordeel voor bouwondernemingen om achteraf te betalen, inderdaad wegvalt. “Daar hebben de bouwondernemingen jarenlang rentevoordeel van gehad.”
Tegelijkertijd wijst hij erop dat bouwers bij lopende projecten die pas na komend jaar worden afgerekend, juist weer een voordeeltje halen. Over die winst hoeven ze maar 25,5 procent vennootschapsbelasting (Vpb-tarief) te betalen. Dat was in twee jaar geleden nog 34,5 procent, aldus de woordvoerder.
Volgende week wordt nog – op initiatief van GroenLinks, SP en PvdA ­ gestemd over het wetsvoorstel.

Reageer op dit artikel