nieuws

Pps mist constante opdrachtenstroom

bouwbreed Premium

Publiek-private samenwerking dreigt met een opdracht per jaar een nichemarkt te worden. Na een paar successen in het verleden en de pps-school die afgelopen week werd geopend, loopt het geen storm met nieuwe opdrachten. Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman wil niet te hard klagen, maar is niet optimistisch.

Publiek-private samenwerking dreigt met een opdracht per jaar een nichemarkt te worden. Na een paar successen in het verleden en de pps-school die afgelopen week werd geopend, loopt het geen storm met nieuwe opdrachten. Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman wil niet te hard klagen, maar is niet optimistisch.
Afgelopen jaar is alleen de renovatie het ministerie van Financiën in een pps op de markt gezet, bleek gisteren tijdens de nationale conferentie ‘Pps bouw en infra’. Zeven jaar geleden is het fenomeen dbfm in Nederland geïntroduceerd en dat heeft een handvol concrete pilot-projecten opgeleverd: de Infraprovider van de hsl, de zuiveringsinstallatie bij Den Haag, de Montaigneschool, de A59 en de N31. De pps-vorm heeft een financieel voordeel opgeleverd van 5 tot 30 procent. De betrokken bouwers hebben bij zowel de installatie als de school aangegeven dat de winst nog veel groter had kunnen zijn als de opdracht breder was geformuleerd.
“De kennis bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers is aanwezig. De kans op grove mislukkingen is steeds kleiner, maar we moeten vaststellen dat het geen storm loopt”, constateert Elco Brinkman. Alleen een constante stroom van opdrachten kan ervoor zorgen dat pps een blijvertje is. “Het is een gezamenlijke verantwoording om het investeringsvolume overeind te houden.”

Screening

Rijkswaterstaat screent alle projecten boven 100 miljoen euro op mogelijkheden van pps en de Rijksgebouwendienst doet dat al bij werken boven 25 miljoen euro. Brinkman wijst erop dat daarbij de neiging bestaat nog steeds alleen traditioneel naar de prijs te kijken. “Het gaat om een lagere bouwprijs, maar ook andere vormen van meerwaarde zoals extra functies of bouwtijd.”
Hij waarschuwt dat het Kenniscentrum PPS van het ministerie van Financiën is opgeheven, maar dat gemeenten bijvoorbeeld geen idee hebben waar ze nu terecht kunnen voor informatie. Ook valt het Brinkman op dat Rijkswaterstaat wel een aantal initiatieven ontplooit met een kennispool en handboek, maar van interdepartementale samenwerking geen sprake is.
“In de richting van de politiek zou ik willen zeggen: De meerwaarde is bewezen. Laat een nieuw kabinet niet weer opnieuw die discussie voeren, maar serieus werk maken van de initiatieven die lopen. Een van de basisprincipes van pps is dat je langdurige afspraken moet kunnen maken.” Van de twaalf potentiële pps-infraprojecten zijn er alweer drie vertraagd. Daarbij gaat het om de A4 Midden-Delfland, de A2 Maastricht en de A15 Maasvlakte.
Hoofdingenieur-directeur Bert Keijts van Rijkswaterstaat is het helemaal eens met Brinkman. Hij is echter niet optimistisch over de haalbaarheid van grote dbfm-contracten. “De besluitvorming werkt bijzonder belemmerend. Ik ben bang dat we de ambities voor nieuwe doorsnijdingen niet waar kunnen maken.” Keijts geeft toe dat de markt heel goede oplossingen op tafel heeft gelegd voor bijvoorbeeld de Tweede Coentunnel. “Toch kunnen we niet kiezen voor de beste bouwmethode, simpelweg omdat de lopende procedures dan in knel komen waardoor nog meer kans op vertraging ontstaat.”
Keijts zegde toe binnen Rijkswaterstaat te kijken naar meer kleinere contracten waarbij ontwerp en onderhoud worden gecombineerd.
De hoogste baas van Rijkswaterstaat wil graag in een vroegtijdig stadium met de bouwwereld samenwerken, maar geeft aan met handen en voeten gebonden te zijn. “Met enige jaloezie kijk ik naar ProRail dat veel verder mag gaan omdat het wordt behandeld als nutsbedrijf. Wij zoeken bewust de grenzen van het toelaatbare op, omdat we ervan overtuigd zijn dat spraakmakende praktijkvoorbeelden het best overtuigen.”

Reageer op dit artikel