nieuws

‘Organisatie Maeslantkering grootste risico’

bouwbreed Premium

Bij de Maeslantkering moet in de toekomst de nadruk liggen op hoogwaardigheid van het beheer, onderhoud en de bijbehorende organisatie. Faalkansanalyse dient een ondersteunend element te zijn om na te gaan welke onderdelen de meeste aandacht verdienen.

Dit is een van de conclusies die onderzoekers van adviesbureau Horvat & Partners trekken in hun rapport ‘Second opinion Faalkans Maeslantkering’. Analyse van Rijkswaterstaat heeft aangetoond dat na doorvoeren van een probabilistische manier van beheer en onderhoud de faalkans van de kering voor niet sluiten 1:100 bedraagt. Adviesbureau Horvat & Partners is door Rijkswaterstaat gevraagd een onafhankelijk oordeel te geven over de gevolgde methodiek van faalkansbepaling en -beheersing en over de mogelijke maatregelen om tot verbetering van de kering, de methodiek en de beheerorganisatie te komen.
De faalkansanalyse en de berekende faalkans van Rijkswaterstaat wordt door de onderzoekers geclassificeerd als ‘goed in aanpak en voldoende volledig en betrouwbaar ingevuld’. Een uitzondering hierop is dat nog onvoldoende rekening is gehouden met functioneren van de kering in geval van extreme stormcondities (eens in de tien jaar). Tot nu toe is de kering nog nooit operationeel ingezet bij een stormvraag. Sinds 1997 zijn wel functioneringssluitingen uitgevoerd. Bij een aantal daarvan zijn problemen opgetreden. Met verbeteringen komt Rijkswaterstaat voor het niet sluiten van de kering tot de faalkans van 1:100.

Stormcondities

In het rapport schrijft Horvat & Partners het van belang te achten een eenmalige verificatietest uit te voeren op het integrale gedrag van de kering tijdens een sluiting onder condities die zoveel mogelijk lijken op reële stormcondities. Dit heeft als voordeel dat latente fouten aan het licht kunnen komen. Bovendien wordt dan ook de operationele organisatie getest. De onderzoekers merken op dat alle in het kader van het onderzoek benaderde experts en geïnterviewden de organisatie van de kering als het grootste risico hebben benoemd. Het onderzoeksteam deelt die mening en beveelt aan het duurzaam borgen van een hoog beheer- en onderhoudsniveau maximale aandacht te geven. Rijkswaterstaat heeft laten weten alle conclusies van Horvat & Partners over te nemen.
De faalkans van 1:100 voor niet sluiten van de Maeslantkering betekent dat deze niet voldoet aan de ontwerpeisen. Dit maakt een studie nodig om het systeem van kering en de achterliggende waterkeringen in de Rijn-Maasmonding als geheel te beoordelen op veiligheid. In deze zogenoemde achterlandstudie concluderen Rijkswaterstaat Zuid-Holland dat als gevolg van een 1:100 kans op niet-sluiten van Maeslant- en Hartelkering het aantal onvoldoende dijkvakken in de Rijn-en Maasmonding met tenminste 6 kilometer toeneemt en dat twee kunstwerken extra als ‘onvoldoende’ worden beoordeeld. Het eindoordeel van de achterlandstudie is dat de veiligheidstoets voor zowel de Maeslantkering als de Hartelkering ‘onvoldoende’ is.
De achterlandstudie is door Rijkswaterstaat in eigen beheer uitgevoerd in samenwerking met de betrokken waterschappen. Het Expertise Netwerk Waterkeren is gevraagd deze studie te toetsen. Eind dit jaar zullen de resultaten van die toetsing bekend zijn.

Reageer op dit artikel