nieuws

Minister handhaaft bouwopgave Groene Hart

bouwbreed

Minister Winsemius (VROM) handhaaft de maximale bouwopgave voor het Groene Hart tot 2020 op 35.700 woningen. Recent onderzoek waaruit blijkt dat dit veel meer woningen zijn dan nodig is voor de eigen bevolkingsaanwas, is voor de minister geen reden om de productie verder aan banden te leggen.

Dat blijkt uit de reactie van de minister op de bevindingen van RIGO Research en Advies over de woningbouwplannen van de drie Groene-Hartprovincies. Het Groene Hart is in de Nota Ruimte aangemerkt als nationaal landschap. In het gebied met de beschermde status mogen alleen woningen worden gebouwd voor de eigen bevolking.
De provincies hebben onlangs met het Rijk de afspraak gemaakt dat er komende jaren maximaal 35.700 woningen mogen komen. Volgens RIGO zijn dat er echter 7700 (20 procent) te veel. Op basis van een eigen prognoses, CBS-cijfers en de huidige migratiepatronen concludeert het onderzoeksbureau dat er maar 28.000 woningen nodig zijn om de eigen bevolkingsgroei op te vangen. Volgens RIGO zal met een productie van 35.700 huizen tot 2020 het aantal woningen in het Groene Hart veel sneller stijgen dan in de rest van het land.
In zijn reactie stelt Winsemius dat het uitgangspunt voor nationale landschappen als het Groene Hart neerkomt op “behoud door ontwikkeling”. Dit betekent volgens de minister dat ruimtelijke ontwikkelingen als woningbouw en bedrijventerreinen mogelijk zijn, mits die niet schadelijk zijn voor de kwaliteit van het landschap. Hij wijst er daarnaast op dat de omvang van de woningbouwproductie aan de strikte voorwaarde is gekoppeld dat er nooit meer mensen in het Groene Hart mogen gaan wonen dan dat eruit vertrekken.
Op basis van eigen berekeningen is het Rijk voor het Groene Hart uitgekomen op maximaal 35.700 woningen tussen 2004 en 2020. Het verschil met het RIGO is volgens de minister ook niet zo groot als gesteld omdat het onderzoeksbureau de behoefte voor de periode 2006-2020 heeft berekend. Als ook het RIGO naar de behoefte vanaf 2004 had gekeken resteert een verschil van 3700 woningen, aldus de minister, die dit verklaart door de verschillen in aannames over de te verwachten migratiestromen. Het uiteindelijke verschil van pakweg 10 procent is volgens de minister dermate klein dat er “geen reden” is om de bouwopgave naar beneden bij te stellen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels