nieuws

Historische Atlas van Den Haag plezierig lees- en kijkboek

bouwbreed

‘O, o, Den Haag

‘O, o, Den Haag
Mooie stad achter de duinen
De Schilderswijk, de Lange Poten
En het Plein
O, o, Den Haag
Ik zou met niemand willen ruilen
Meteen gaan huilen
Als ik geen Hagenees zou zijn’
Aldus zong Harry Klorkestein in 1982. Met zijn charmante Haagse volksbuurtaccent scoorde hij een hit, die iedere rechtgeaarde Hagenees bijna een kwart eeuw later moeiteloos uit volle borst kan meezingen.
De stadsdelen die Klorkestein bezingt, Duinen, Lange Poten, het Plein en de Schilderswijk, vormen een dwarsdoorsnee van de plek die al eeuwen onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent op stedenbouwers en stedenslopers. Van graaf Floris IV die in de dertiende eeuw de aanzet gaf tot de bouw van de stad, tot en met de machiavellistische wethouder van volkshuisvesting Adri Duivesteijn die zeven eeuwen later zijn sloopwoede koelde op de karakteristieke Schilderswijk.
Het proces van opbouw tot verwoesting tot wederopbouw is door Steven van Schuppen gedetailleerd beschreven in de ‘Historische Atlas van Den Haag; Van hofvijver tot hoftoren’, die verscheen bij uitgeverij Sun.

Speurtocht

Anders dan het woord ‘atlas’ in de titel doet vermoeden is Van Schuppens boek niet in de eerste plaats een verzameling stadsplattegronden. Het is meer dan dat. Weliswaar vallen bij het doorbladeren van het boek de vele historische kaarten, prenten en foto’s op, maar wie begint te lezen, wordt meegesleept in een spannende speurtocht langs eeuwen geschiedenis.

Gehucht

Zo blijken er in prehistorische tijden al nederzettingen te zijn geweest op het grondgebied van het tegenwoordige Den Haag. En in Romeinse tijden verrees in deze contreien zelfs een kleine stad. In de vroege middeleeuwen ontvolkte dit gehucht waarna de belangstelling voor het gebied achter de duinen taande om in de dertiende eeuw weer op te bloeien.
Toentertijd leidde de komst van graaf Floris geleidelijk tot verregaande ingrepen in het gebied. Er werd gebouwd en er werden waterwerken aangelegd zodat de hofhouding over voldoende drink-, spoel- en bluswater beschikte. Het hof, de bedrijvigheid en de irrigatiewerken trokken mensen aan, van edelen tot en met paupers zodat een eeuw nadat Floris IV zijn hofhouding had opgezet een dorp was ontstaan.
Van Schuppen beschrijft dat proces met oog voor detail. Zo mocht bijvoorbeeld in de 14e eeuw het klootjesvolk niet meer via de deftige Kneuterdijk en de Plaats naar het Haagsche Bos lopen. “Voortaan moest het grauw door de Hoge Nieuwstraat zijn weg boswaarts vervolgen”, aldus Van Schuppen, die dit soort wetenswaardigheden noemt zonder de rode draad van zijn betoog uit het oog te verliezen.
Wie die hoofdlijn volgt neemt kennis van uiteenlopende historische ontwikkelingen. Waarbij het veelal gaat om kleine gebeurtenissen met grote gevolgen. Een voorbeeld uit vele: in 1883 nam een Belgische directeur van een tramwegmaatschappij het initiatief om in Scheveningen een deftige wijk te bouwen. Zo wilde hij klanten vinden voor de paardentram die in Scheveningen reed. De buurt, het Belgisch Park, bestaat nog steeds en staat bekend als een van de meest karakteristieke Haagse wijken.
Door dit soort petit histoire toe te voegen aan een strak verhaal met talloze fraaie illustraties heeft Van Schuppen van de Historische Atlas van Den Haag een plezierig lees- en kijkboek gemaakt. Een aanrader zowel voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de hofstad als voor de liefhebbers van lokale geschiedenis.
Steven van Schuppen, Historische Atlas van Den Haag; Van Hofvijver tot Hoftoren, uitgeverij Sun, isbn 9085062640.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels