nieuws

Gemiste kans op vrijage

bouwbreed Premium

Het leek wel het eerste gemengde feestje op de middelbare school. Beide seksen zenuwachtig. Jongens bij jongens. Meiden bij meiden. Onderling een beetje uitgelaten, maar naar elkaar toe afwachtend en met speldenprikken uitdagend. Sommigen wisten zelfs niet zo goed hoe ze af en toe moesten kijken en of ze wel of niet om een grap mochten lachen. Toch beschrijf ik hier niet een schoolfeestje, maar een besloten discussiemiddag waar tien opdrachtgevers (gemeenten en waterschappen) en vijftien middelgrote bouwondernemers uit de GWW met elkaar om tafel zitten. Waar hebben deze mannen het nu over in het post-PEC-tijdperk?

Het leek wel het eerste gemengde feestje op de middelbare school. Beide seksen zenuwachtig. Jongens bij jongens. Meiden bij meiden. Onderling een beetje uitgelaten, maar naar elkaar toe afwachtend en met speldenprikken uitdagend. Sommigen wisten zelfs niet zo goed hoe ze af en toe moesten kijken en of ze wel of niet om een grap mochten lachen. Toch beschrijf ik hier niet een schoolfeestje, maar een besloten discussiemiddag waar tien opdrachtgevers (gemeenten en waterschappen) en vijftien middelgrote bouwondernemers uit de GWW met elkaar om tafel zitten. Waar hebben deze mannen het nu over in het post-PEC-tijdperk?
De agenda van beide ‘kampen’ bleek volstrekt anders te zijn. De bouwondernemers willen eigenlijk maar één ding weten: “Hoe komen we van prijserosie af?”
Opdrachtgevers leggen uit dat ze intussen ook wel door hebben dat de grote prijsverlagingen van de afgelopen jaren schaduwzijden hebben: risico’s op meerwerk, meer toezichtkosten en soms waardeloze uitvoerende bedrijven. Ze geven aan dat het aanbestedingsbeleid verschuift. Ze gaan niet meer zomaar voor de laagste inschrijver, maar ze willen meer kijken naar bewezen reputatie (past performance) en de kwaliteit van de aanbieding. Het besef breekt ook door dat de aanbestedingsregels enerzijds rigide lijken, maar anderzijds veel mogelijkheden bieden om op andere zaken dan prijs te selecteren. In het verlengde daarvan vragen opdrachtgevers zich af hoe ze af kunnen komen van meerwerk en van juridische procedures tegen gunninguitslagen. Van meerwerk lijken ze nooit af te komen. Is de ene bouwondernemer bereid ook al in de aanbesteding te bewerkstelligen dat meerwerk vanwege fouten in het bestek wordt voorkomen, een andere bouwondernemer haalt daar toch zijn schouders over op.
Ook blijkt het uit te maken hoe goed de relatie tussen de bouwondernemer en de opdrachtgever is: als de relatie slecht is of ontbreekt, dan is het toch logisch dat je je mond houdt? Wat het arbitreren tegen een gunninguitslag betreft, vindt iedereen dat dat eigenlijk moet stoppen. Maar ja, als een ander het wel doet, dan…
De agenda van opdrachtgevers gaat niet over prijs (ze hebben overigens niet te klagen in de huidige markt), maar over het innovatief vermogen van de opdrachtnemers. Opdrachtgevers verbazen zich er over dat bouwondernemers niet veel vaker langs komen met uitdagende/nieuwe/andere oplossingen voor bestaande vraagstukken. Zo’n onderwerp is bijvoorbeeld de stand van zaken van de ondergrondse infrastructuur: “Iedereen weet dat er te weinig geld is om riolen te vernieuwen, maar het moet wel. Help ons daarmee!” Eerste reactie van de middelgrote bouwondernemers is dan overigens: “Maar jullie vragen ons toch niets!?”, waarop de opdrachtgevers herhalen: “Kom nu zelf eens met voorstellen die ons helpen”. En vervolgens worden de bouwondernemers een beetje stil. Je ziet ze denken: “Verrek, meent hij het echt?”, maar ook “Ik zal me daar een beetje gek zijn om tijd en geld in een ongevraagd voorstel te steken, zonder dat er perspectief is op werk”. En je zou verwachten dat bouwondernemers vervolgens toch iets slims bedenken om deze handschoen op te nemen, maar helaas: zonder aanbod gaan de opdrachtgevers aan het eind van de bijeenkomst naar huis.
Wat levert zo’n ‘feestje’ nu op. Ook al werd er wat houterig gedanst en een klein beetje geflirt, het bleef een saai schoolfeestje. Dat lag overigens meer aan de jongens dan aan de meiden. De jongens wisten met de situatie eigenlijk niet zo goed raad, terwijl de meiden genoeg uitdaagden.
Laten we hopen dat de jongens wat meer leren van hun grote broers en rijpere leeftijdgenoten, dan kan het een stuk spannender worden op dit soort gemengde feestjes.
Lenny Vulperhorst, Utrecht
l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op dit artikel