nieuws

Fysieke belasting kost bouw mensen

bouwbreed Premium

Veel werknemers ervaren de fysieke belasting in de bouwnijverheid als te hoog. Moet worden geconstateerd dat de inspanningen om het werk te verlichten onvoldoende resultaat hebben? Volgens Cees van Vliet zit er schot in de verbeterslag die jaren geleden werd ingezet, maar is er nog een lange weg te gaan.

Veel werknemers ervaren de fysieke belasting in de bouwnijverheid als te hoog. Moet worden geconstateerd dat de inspanningen om het werk te verlichten onvoldoende resultaat hebben? Volgens Cees van Vliet zit er schot in de verbeterslag die jaren geleden werd ingezet, maar is er nog een lange weg te gaan.

Op 4 oktober 2006 presenteerde de organisatie van Samen Beter de rapportage van het project Arbovriendelijke werkmethoden in de sector Afbouw en Onderhoud. Tijdens de presentatie hoorde ik voorzitter van de Branchebegeleidingscommissie Rob Veraart zeggen dat het steeds belangrijker wordt om te voorkomen dat werknemers vroegtijdig uitvallen. De sector wil immers graag dat werknemers na hun zestigste blijven doorwerken. Volgens Veraart vereist dit maatregelen als we willen dat dit op een gezonde en veilige manier gebeurt.
Toch ziet het merendeel van de werknemers het niet zitten om veel langer dan gepland door te werken. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) die dit vorig jaar in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd uitgevoerd, blijkt dat slechts drie van de tien bouwwerknemers zich in staat achten om door te werken tot hun vijfenzestigste.
Negen van de tien bouwvakkers is van plan eerder te stoppen met werken. Opvallend is de reden om eerder te (moeten) stoppen. Maar liefst 41,6 procent van het bouwpersoneel geeft aan langer door te kunnen werken als de arbeid minder zwaar zou zijn. Het verminderen van de fysieke belasting is dus een belangrijk aandachtspunt, wil de bedrijfstak meer mensen voor het vak behouden dan nu het geval is. Het gaat hierbij overigens niet alleen om langer doorwerken, maar ook om het behoud van de jonge werknemers. Uit eerder onderzoek van Arbouw blijkt dat juist de fysieke belasting voor jongeren een belangrijke reden is om de bedrijfstak na korte tijd alweer te verlaten.

Effect

De cijfers van de NEA vallen tegen, maar zijn extra wrang gezien de vele inspanningen die de bedrijfstak al geruime tijd verricht om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Hierin is het verminderen van de fysieke belasting een belangrijk onderdeel. Dit heeft onder meer vorm gekregen in de convenanten (zoals Samen Beter voor de sector Afbouw en Onderhoud), afspraken in A-bladen over gewichten van materialen en het bevorderen van het gebruik van hulpmiddelen. Hebben deze inspanningen dan onvoldoende effect? Gezien de uitkomst van de enquête kun je die vraag eigenlijk alleen bevestigend beantwoorden. Aan de andere kant, je zou ook de vraag kunnen stellen hoe hoog de fysieke belasting zou zijn zónder alle inspanningen. Ik denk nog veel hoger. Bovendien geloof ik dat er in de toekomst nog een belangrijke nawerking van de convenanten en afspraken uit de A-bladen te verwachten valt. Ik heb het al eerder geschreven, het verbeteren van de arbeidsomstandigheden is een kwestie van de lange termijn. Uit het Samen Beter-rapport komt ook naar voren dat de verschillende partijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Zo moet de toeleverende industrie aandacht hebben voor het zo gezond en veilig mogelijk verwerken van de materialen. Als de partijen eerder in de keten aandacht voor de arbeidsomstandigheden hebben, kan dit een groot effect hebben op de kwaliteit van de omstandigheden in de praktijk. Zo dienen ook de opdrachtgever en de architect zich enkele wezenlijke vragen te stellen, bijvoorbeeld rondom het gewicht en de schadelijkheid van de materialen. Aannemers zouden minder vaak hun verantwoordelijkheid moeten afschuiven. Nu wordt nog vaak het zware werk uitbesteed aan de gespecialiseerde aannemer, de zelfstandige of de werknemer uit het buitenland. Hiermee verschuift slechts het probleem van de te hoge fysieke belasting.

Opschalen

Er zijn ook diverse signalen die duiden op een positieve tendens. Zo is er grote belangstelling voor de inzet van hulpmiddelen. Daarbij maken brancheorganisaties nuttige afspraken. De Ondernemersvereniging Bestratingbedrijven Nederland is met de overheid overeengekomen dat vanaf 1500 vierkante meter aangesloten nieuw werk, de bedrijven machines zullen inzetten. De arbeidsinspectie heeft tot oktober gecontroleerd of de straatmakers zich aan deze afspraak houden. Verder is het opschalen van het Loopbaantraject Bouw en Infra een belangrijke verbetering. Het omscholingsproject voor bouwvakkers is vorig jaar gestart voor werknemers in Noord-Holland en is nu landelijk beschikbaar. Bouwvakkers die hun werk te zwaar vinden en dreigen uit te vallen, kunnen worden opgeleid voor ander, minder belastend werk. Al deze activiteiten zijn jaren geleden ingezet, duren voort en kunnen niet anders dan een positief effect sorteren. Dat effect is belangrijk, want de bouw is een prachtige bedrijfstak. De mensen die er werken, verdienen goede zorg voor hun arbeidsomstandigheden. Het signaal dat het werk voor een grote groep echter nog te zwaar is en de hoge fysieke belasting wel eens een reden kan zijn om de bedrijfstak te verlaten, moet daarom uitermate serieus worden genomen.
Cees van Vliet
Algemeen directeur Arbouw,
Amsterdam

Reageer op dit artikel