nieuws

Bomag: Verdichtingscontrole maakt kleiner materieel te ingewikkeld

bouwbreed Premium

Verdichtingscontrole is een trend, weet Jorg Unger van Bomag, maar zo’n meetsysteem maakt kleinere verdichtingsmachines als trilplaten al snel te ingewikkeld. Zeker bij kleiner materieel pakt eenvoud het beste uit. Standaard hulpmiddelen monteren maakt een machine onnodig duurder terwijl de koper het wellicht maar weinig gebruikt, vindt de marketingdirecteur van de Duitse machinebouwer.

Zo’n hulpmiddel is de Economiser waarmee Bomag het werk met zijn omkeerbare trilplaten efficiënter maakt. Deze meter bepaalt de mate van verdichting en voorkomt zo dat de ene plek te veel wordt verdicht en de andere te weinig. Daarmee vermindert ook de kans dat bijvoorbeeld bestratingswerk als gevolg van verzakkingen opnieuw moet worden gedaan.
Unger benadrukt dat de Economiser geen meter is die bouwkundig relevante waarden bepaalt. Het is een alleen een handigheidje met een waarde van zo’n 1000 euro dat aangeeft dat de bodem in meer of mindere waarde is verdicht. De bijbehorende cijfers verzamelen alleen de beduidend duurdere meetsystemen die Bomag voor het grote verdichtingsmaterieel levert. En de metingen worden bouwkundig pas relevant wanneer zo’n systeem op het te verdichten materiaal is gecalibreerd.
Zulke toestellen zijn ook in de meest afgeslankte vorm veel te duur voor een trilplaat; de prijs van zo’n meter valt al snel net zo hoog uit als die van de trilplaat. Het is ook een onnodige investering omdat opdrachtgevers van werken die met een trilplaat worden verdicht geen met cijfers onderbouwde verdichtingscontrole voorschrijven. Technisch is het mogelijk, er zal echter maar weinig interesse voor zijn, verwacht Unger.

Groei

Bomag bouwt jaarlijks zo’n 30.000 machines waarvan ruim 22.000 kleine. In eigen land boekt de fabrikant een groei van ongeveer 20 procent. De catalogus voor kleine en compacte machines is in de afgelopen tien jaar verdubbeld en voor bepaalde typen zelfs verdrievoudigd.
Bomag zegt als enige meetsystemen aan te bieden die vanuit een rijdende machine bouwfysisch relevante meetwaarden verzamelen over de mate waarin de bodem wordt verdicht.
De Duitse machinebouwer ressorteert volgens Unger inmiddels een klein jaar onder de Franse Fayat-groep. Dit familiebedrijf zet jaarlijks met ruim 10.000 medewerkers wereldwijd zo’n 8,6 miljard euro om. Bomag kreeg met de overname de kans zijn klantenkring te vergroten en de catalogus uit te breiden. De Duitse fabrikant zegt nu machines te leveren voor al het wegenbouwwerk tussen aanleg en sloop.

Zelfstandig

Unger gaat ervan uit dat de machinebouwer overeind blijft in het grote geheel van de Fayat-groep. Bomag blijft een zelfstandig onderdeel dat zijn verdichtingsmachines zoals het dat sinds bijna vijftig jaar gewoon is in de eigen kleur geel lakt en niet in het blauw van de Fayat-groep. Het Franse conglomeraat voert verschillende zelfstandige machinemerken waarvan Bomag er een is.
Dat de Duitse fabrikant zijn naam behoudt ligt volgens Unger voor de hand. Fayat heeft ook voor het merk en de bijbehorende goodwill moeten betalen. De machinebouwer zet zo’n 80 procent van zijn productie af in het buitenland. Met de kennis die daarmee is opgedaan en met de naam die Bomag met zijn verdichtingsmachines opbouwde kan Fayat de export van zijn eigen machines verbeteren. Daarbij kan de Franse groep gebruikmaken van het wereldwijde handelarennet van Bomag en zo nieuwe markten betreden.

Reageer op dit artikel