nieuws

Uitstel Europese richtlijn energiebesparing in Nederland onnodig Adviseur: welke kwalificatie?

bouwbreed

Minister Dekker (VROM) heeft de invoering van een deel van de Europese richtlijn betreffende energiebesparing (EPBD) uitgesteld. Reden: de hoge administratieve lasten die ermee zouden zijn gemoeid. Bovendien wil de regering de EU-richtlijn combineren met andere maatregelen voor een betere energieprestatie van gebouwen. Volgens Harm van den Oever is een praktische oplossing voorhanden : “Koppel de EPBD aan de invoering van de witte certificaten dan kan Nederland voldoen aan de richtlijn vanuit Europa en blijft de administratieve last beperkt.”

De inzet is hoog: energiebesparing is van direct belang voor iedereen en voor het land als geheel. Veertig procent van alle energie wordt in gebouwen verbruikt. Naast de maatregelen voor nieuwbouw, moet het leeuwendeel van de energiebesparing in de bestaande bouw worden gerealiseerd. En juist dat onderdeel wil maar niet goed van de grond komen.

Het ministerie van EZ, dat met energiebesparing in de industrie al uitstekende resultaten heeft geboekt, wil op dit beleidsterrein graag snel doorpakken. Zij heeft daarin de steun van vele marktpartijen en brancheorganisaties. Maar het zijn de regering, die de administratievelastendruk in deze kabinetsperiode met ten minste een kwart wil verminderen, en de Tweede Kamer – gericht op korte termijn successen – die kansrijke initiatieven in de weg staan. Steeds weer wordt voorgerekend wat �de extra administratieve lasten� de burger en de ondernemer zouden kosten. Ook de gemeenten reageren schichtig op wat zij beschouwen als een nieuwe handhavingstaak. Blijkbaar ontbreekt de tijd om eens goed naar de alternatieven te kijken. Met de bestaande menskracht en middelen, gevoegd bij deskundigheid en technologie die ook al beschikbaar zijn, kan de EPDB vrij eenvoudig worden ingevoerd.

Er is echter groot verschil van inzicht aangaande de te kiezen beleidslijnen. De Tweede Kamer is en blijft beducht voor de kosten. De administratie zou te duur zijn en de adviezen leiden niet noodzakelijk tot energiebesparing. Met name de rol van de energiebedrijven enerzijds en de installatiebedrijven anderzijds zou nog onduidelijk zijn. Zorgwekkend is dat de EPBD qua uitvoering dreigt te worden uitgesmeerd over drie jaar. De utiliteitsbouw zou dan in 2009 aan de beurt komen terwijl daar juist enorm op energie te besparen is.

Er is een praktische oplossing voorhanden waarmee Nederland kan voldoen aan de richtlijn vanuit Europa en waarmee de administratieve last beperkt blijft. Deze oplossing doet recht aan alles wat al is ontwikkeld én aan de betrokken partijen. Hierbij heeft de gebouweigenaar een sleutelfunctie, de fysieke situatie van het gebouw is de maatstaf en de overheid kan achterover leunen. Deze oplossing kan nú worden opgetuigd.

Binnen het kader van EPBD moet door de gebouweigenaar voor ieder gebouw een standaard gebruikscijfer – energie-index – worden vastgesteld, te vergelijken met EPC voor de nieuwbouw. Op basis van deze energie-index kan de gebouweigenaar een energieprestatieadvies (EPA) vaststellen.

Indien de gebouweigenaar wil dat aan dit verkregen advies rechtsgevolg wordt verbonden, laat hij dit valideren door een daartoe gekwalificeerde EPA-adviseur.

Met het opvolgen van het verkregen advies – energiebesparende maatregelen nemen – kan de gebouweigenaar de zogenaamde witte certificaten verkrijgen. Deze certificaten zijn op simpele wijze te koppelen aan de EPBD waarbij de administratieve lasten beperkt blijven.

De witte certificaten dienen als stimulans voor de energiebedrijven die van de overheid een energiebesparingsverplichting opgelegd hebben gekregen; zij kunnen hiermee energiebesparingactiviteiten aantonen of �afkopen�. Bij deze certificaten gaat het om een �virtueel document� dat kan worden verleend als is aangetoond dat maatregelen ertoe hebben geleid dat de energie-index van een gebouw is gedaald. Het certificaat is verhandelbaar, net zoals een aandeel of obligatie.

Aantrekkelijk voor de gebouweigenaar is uiteraard dat hij door de uitgevoerde aanpassingen niet alleen zijn energiekosten omlaag brengt, maar daarvoor bovendien wordt beloond met certificaten die geld waard zijn. Bij verkoop van het gebouw krijgt de nieuwe eigenaar een erkend document over de energetische staat van het gebouw. Dat levert mogelijk ook fiscaal voordeel op.

Het handelssysteem in witte certificaten kan gemakkelijk worden gekoppeld aan het centrale afmeldsysteem zoals hieronder besproken. Als door verbetering van de energie-index recht ontstaat op energiecertificaten, kunnen die meteen aan de aanbodkant van het handelssysteem zichtbaar worden gemaakt.

Om in neutrale concurrentie te blijven zouden bij de invoering, de witte certificaten niet aan de energieleveranciers, maar aan de netbeheerders moeten worden aangeboden.

Afmeldsysteem

Het energieprestatieadvies kan in veel gevallen door de gebouweigenaar, van bijvoorbeeld een woning, winkel, restaurant of school, zelf worden opgesteld. Referentiemodellen, meetprotocollen en rekenregels zijn allemaal al ontwikkeld. Daarvoor is slechts een gratis op internet beschikbaar rekenprogramma nodig, niet ingewikkelder dan een belastingformulier.

De EPA-adviseur meldt het advies bij een digitaal, openbaar, centraal afmeldsysteem Daarin is per gebouw te vinden: postcode, huisnummer, energie-index, kenmerken, naam adviseur en datum. Dit systeem, door een stichting beheerd, wordt bekostigd door de belanghebbenden en kost dus geen gemeenschapsgeld. Het systeem kan worden geraadpleegd door de gebouweigenaar om te controleren of de EPA-adviseur is gekwalificeerd en door de adviseur of zijn rapport gelijk is aan de eigen administratie. Gemeenten en andere overheidsinstanties kunnen in het systeem nagaan of aan de EPBD verplichtingen is voldaan.

Met de mogelijkheid dat iedereen de energie-index van een gebouw kan opzoeken in het systeem, vervalt de plicht om die index in een overheidsgebouw zichtbaar aan te brengen. De beherende stichting ten slotte kan steekproefsgewijs de EPA�s controleren en er eventueel een bonus/malus systeem aan koppelen. Dit centraal afmeldsysteem kan ook gebruikt worden om elektronisch de verbeterde index te verkopen, zonder papieren rompslomp. Deze aanpak heeft veel mooie kanten. Door combinatie van de bestaande instrumenten met de mogelijkheden die het internet biedt, blijven administratieve lasten laag. De gebouweigenaar stelt zelf het besparingspotentieel vast zonder kosten te maken. Hij kan dat ook laten doen door de huisinstallateur of gebouwbeheerder.

Het gebouw wordt integraal bekeken. Pas als duidelijk is dat er echt besparingsmogelijkheden zijn wordt een gekwalificeerde adviseur ingeschakeld. Bij invoering van de witte certificaten wordt de motivatie van de gebouweigenaar nog groter. En het centrale afmeldsysteem, betaald door degenen die er ook financieel baat bij hebben, voorkomt lastenverzwaring voor burger en ondernemer. Deze systematiek kan zeer snel worden ingevoerd om alles wat ervoor nodig is, al is ontwikkeld.�

In het geval van een eenvoudig gebouw controleert de EPA-adviseur steekproefsgewijs de bevindingen van de eigenaar en berekent de energie-index. In het geval van een woning kan dat de inspecteur van de woningcorporatie, de makelaar of de installateur zijn, die geschoold zijn voor eenvoudig EPA-advies. Bij meer gecompliceerde gebouwen maakt de hoger gekwalificeerde en geschoolde EPA-adviseur het complete advies. Allen hebben de benodigde kennis, de meetapparatuur en beschikken over alle specificaties van de installaties in het gebouw.

Van alle energie wordt 40 procent in gebouwen verbruikt

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels