nieuws

Minder regels leiden tot een toenemende verantwoordelijkheid

bouwbreed

Met de terugtredende overheid zal in de toekomst steeds meer van de branches en bedrijven zelf worden verwacht. De noodzaak tot een consequent zelfredzame houding van organisaties en bedrijven vraagt ook in de bouwnijverheid om een specifieke invulling, concludeert Cees van Vliet.

Met de plannen voor minder regels wil de overheid de verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden primair bij de sociale partners leggen. De overheid wil alleen nog doelen voorschrijven. Vervolgens is het aan de werkgevers en werknemers hoe zij deze zogenaamde doelvoorschriften willen verwezenlijken. Het kabinet wil hiermee een groter draagvlak creëren en zorgen voor maatwerk; het kabinet gaat er vanuit dat regels die de branches zelf opstellen, beter aansluiten bij de risico�s op de werkvloer.

In de aanloop naar de verwezenlijking van de plannen, begin 2007, wil de overheid alvast de regelgeving aanpakken. Het gaat om regels uit de zogenoemde Nationale Kop, extra regels waartoe de Europese regelgeving niet verplicht. Om deze deregulering hebben de ondernemingen en hun vertegenwoordigende organisaties de laatste jaren min of meer zelf gevraagd.

Nu de overheid de roep om minder regels lijkt in te willigen, staan de organisaties en bedrijven voor een geheel nieuwe opgave. De arbeidsomstandigheden moeten vanaf heden voornamelijk door eigen initiatieven op een hoger plan worden gebracht. Van de organisaties en hun achterban wordt zelfredzaamheid verwacht, gelijk aan de grotere verantwoordelijkheid die vanaf 1 januari is ontstaan rondom de ziektekosten, arbeidsongeschiktheid en levensloop van werknemers. Op grond van deze veranderingen wordt van de bedrijfstak tevens verwacht dat er dit jaar een Arbocatalogus wordt samengesteld. Deze dient als leidraad bij het invullen van de doelvoorschriften van de overheid. De Arbocatalogus bestaat uit praktische en toegankelijke, bedrijfstakeigen regels en voorschriften die leiden tot het beoogde beschermingsniveau van de werknemer.

Proefproject

Het gevaar van schrappen van regels en het neerleggen van grotere verantwoordelijkheid bij werkgevers en branches is dat deze verantwoordelijkheid niet naar behoren zal gebeuren. Waar zelfredzaamheid wordt vereist, moet dit wel naar behoren worden ingevuld. De werkgevers en organisaties zullen hieraan gehoor moeten geven.

Voor de bouwnijverheid hoeft deze ontwikkeling niet ongunstig uit te pakken. In de bedrijfstak gebeurt namelijk al zeer veel. Zoals de arboconvenanten voor de bouw, de sector afbouw en onderhoud en de funderingsbranche. Bij arboconvenanten gaat het niet om regels, maar om afspraken die werkgevers en werknemers samen met de overheid binnen de gestelde looptijd trachten te verwezenlijken. En u kent vast ook wel 1 op 6, de succesvolle campagne die werkgevers en werknemers wijst op de aanwezigheid van valgevaar op de werkplek. In het vervolg hierop zal een proefproject worden gestart waarbij bouwplaatsen worden gescand op veiligheid en gezondheid.

Vergrijzing

Een ander bedrijfstakeigen initiatief is het werkdrukproject voor uta-personeel. Daarnaast zijn de RI&E MKB Bouwnijverheid en het Handboek Arbeidsmiddelen van Arbouw goede voorbeelden van zelfredzame initiatieven. Deze instrumenten (beschikbaar via www.arbouw.nl) maken het voor de bedrijven gemakkelijker om aan hun verplichtingen te voldoen Naast het vervullen van die verplichtingen worden bedrijven ondersteund bij het daadwerkelijk aanpakken van de risico�s in hun bedrijven. Ook is men beter in staat zelf aan de slag te gaan, vaak zonder inschakeling van deskundigen.

Zelfredzaamheid is in toenemende mate belangrijk gezien de stijgende vergrijzing. Uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) blijkt deze trend op dit gebied (Bouw/Werk, editie december 2005). Tussen 1997 en 2004 verdubbelde het percentage 55-plussers in de bouw. Volgens een prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal dit percentage in de potentiële beroepsbevolking de komende jaren nog verder oplopen. Het EIB meldt in zijn publicatie dat het onvermijdelijk is dat we de komende jaren de 55-plussers steeds vaker op de bouwplaats tegenkomen.

Naast positieve kanten aan deze ontwikkeling schuilt hierin ook een gevaar. Ouderen verzuimen vaker. Meer oudere werknemers in dienst betekent dus een hoger verzuim. Bedrijven zullen daar rekening mee moeten houden. Oudere medewerkers moeten lang en gezond aan de slag kunnen blijven, zeker gezien de veranderingen rond vut en prepensioen. Ook in dit geval geldt dat de werkgevers maximaal gebruik kunnen maken van de faciliteiten in de bedrijfstak. Ik heb in dit kader nog niet de loopbaantrajecten genoemd. Deze vormen een manier voor werknemers met beginnende klachten om dreigende ziekte of arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Werkgevers zouden hun werknemers moeten stimuleren van deze mogelijkheid gebruik te maken. Datzelfde geldt voor de medische keuringen bij de arbodienst. Tijdens het PAGO (Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek) kan de bedrijfsarts eventuele risico�s al vroeg signaleren en gerichte actie ondernemen, zo nodig door de werknemer naar één van de loopbaantrajecten te verwijzen.

Kortom: in de toekomst zal veel eigen initiatief van de bedrijven en sectoren worden verwacht. De bedrijfstak heeft al heel veel gerealiseerd, maar zal ook op dit terrein nog veel extra inspanningen moeten leveren. De initiatieven moeten gericht zijn op de mens en zijn arbeid, met als resultaat dat maatwerk wordt geleverd.

De sector kan de omstandigheden scheppen, de bedrijven zullen zich vooral met de uitvoering bezighouden. Dit samenspel wordt de komende jaren steeds belangrijker, met name op het terrein van de arbeidsomstandigheden.

Overheid wil alleen nog doelen voorschrijven

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels