nieuws

Het ideale aanbestedingsmodel bestaat niet

bouwbreed

den haag – Ook in het buitenland gaan niet alle aanbestedingen van een leien dakje. Aan alle verschillende soorten contracten en samenwerkingsvormen kleven voor- en nadelen. Desondanks probeert het kenniscentrum Aanbestedingen daar uniforme lessen uit te trekken. Onderzoek in Australië, België, Denemarken, Frankrijk, Zweden en Groot Brittannië levert drie hoofdstromingen op.

Op uitdrukkelijk verzoek van de Tweede Kamer heeft het ministerie van VROM opdracht gegeven om de aanbestedingspraktijk in het buitenland te onderzoeken. Aanleiding was de bouwfraudeaffaire waaruit bleek dat de traditionele manier van aanbesteden prijsafspraken deels in de hand werkte. Bovendien lijken grote bouwprojecten structureel uit de hand te lopen als het gaat om de financiën.

VVD-Kamerlid P. Hofstra vond het een goed idee om eens over de landsgrenzen te kijken. Het Britse Construction Innovations heeft dat gedaan en de aanbestedingspraktijk in diverse landen in kaart gebracht. Minister Dekker (VROM) heeft de resultaten afgelopen week naar de Tweede Kamer gestuurd.

De onderzoekers merken zelf op dat ieder uniek project een eigen aanpak vergt waarbij prioriteiten van de opdrachtgever gevolgen hebben voor de uitvoering. Kosten, tijd, wensen en prioriteit van de opdrachtgever, complexiteit en risico�s spelen allemaal een rol. In grote lijnen worden drie aanbestedingsmodellen onderscheiden.

Het Anglo-Saxon-model in Australië en Groot-Brittannië heeft een sterke professionele cultuur, en strikte scheiding van ontwerp- en bouwverantwoordelijkheid. In deze landen is ook de meeste ervaring opgedaan met publiek private samenwerking en innovatieve contractvormen. In 2003 waren 451 privaat gefinancierde bouwprojecten in aanbouw. De M6 en The Skye Bridge zijn voorbeelden van hoe de overheid concessies voor infrastructuur kan uitgeven. De praktijk heeft volgens de onderzoekers wel uitgewezen dat het optuigen van innovatieve werken niet loont voor werken onder de 20 miljoen pond.

In Denemarken en Zweden is het zogenoemde �corporatist�-model in zwang. Daarbij werken opdrachtgever en opdrachtnemer nauw samen en is geen strikte scheiding tussen ontwerp en bouwfase. De onderzoekers merken daarbij op dat het Nederlandse �poldermodel� daar een variant van is. De Götatunnel geldt als succesvol voorbeeld waarbij een mix is gevonden van deze tradities en de realisatie van een zeer complex project.

Gedurende het de ontwerp en bouwfase was steeds ruimte voor aanpassingen om het ontwerp zo optimaal mogelijk te maken. Daarbij is wel de vraag gerezen in hoever een opdrachtgever moet gaan om de bouwer te helpen bij het nakomen van zijn contractuele eisen.

In Frankrijk, en in mindere mate in België, wordt gewerkt volgens de �étatique�. De overheid heeft grote invloed op relaties en inrichting van de bouw. De meeste werkzaamheden wordt onder verantwoording van de bouwer uitgevoerd, waarbij het ontwerp van ondergeschikt belang is. Bij deze manier van werken ligt onevenredig de focus op het werk en is nauwelijks aandacht voor de eindgebruiker, waarschuwen de onderzoekers.

In Frankrijk is inmiddels – vergelijkbaar met de Britten – flink wat ervaring met de bouw van ziekenhuizen in een pps-model. De evaluatie van een ziekenhuis van 7468 vierkante meter werd tien maanden eerder opgeleverd dan via de traditionele bouwmethode. De kosten vielen echter met 14,4 miljard euro een half miljard hoger uit. Desondanks is de ervaring positief.

Dekker schrijft in de begeleidende brief dat PIANOo (Professioneel en innovatief aanbesteden, netwerk voor overheidsopdrachtgevers) het onderzoek zal uitwerken tot een handboek met �best practices� dat straks wordt gebruikt voor adviseringen bij Nederlandse aanbestedingen. Deze dienst, onder leiding van H. Baayen, valt inmiddels onder Economische Zaken.

De minister laat in het midden welke lessen zijn te trekken op basis van de buitenlandse praktijken. Probleem daarbij is dat de aanbestedingspraktijk in elk land wordt “bepaald door de wetgeving, contractuele verhoudingen, tradities en ervaringen”. Eén optimaal model voor de verschillende werken bestaat dan ook niet.

Dekker is best tevreden over de huidige aanbestedingspraktijk en wijst erop dat met het ARW 2004 en ARW 2005 al belangrijke wijzigingen zijn doorgevoerd. Daarmee is meer ruimte gekomen voor de concurrentiegerichte dialoog, gunning van raamcontracten en uitsluiting van deelname. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor elektronisch aanbesteden en veilen.

De minister wijst erop dat op Rijksniveau al uitgebreid wordt geëxperimenteerd met innovatieve contracten. Zowel bij Rijkswaterstaat als bij de Rijksgebouwendienst wordt veel meer verantwoordelijkheid bij marktpartijen neergelegd. De beheersing van dergelijke innovatieve contracten vindt plaats door middel van de vorig jaar ontwikkelde “systeemgerichte contractbeheersing”. Minister Peijs verklaarde onlangs dat Rijkswaterstaat al 70 procent van alle contracten op een innovatieve manier op de markt zet.

De rijksgebouwendienst doet inmiddels ervaring op met veilen. Na twee experimenten – onder meer voor het schilderwerk van de Bredase koepelgevangenis – heeft vorig jaar de eerste elektronische aanbesteding inclusief veiling plaatsgevonden. Eind vorig jaar heeft de RGD voor het eerst een raamcontract geveild. Voor alle rijksopdrachten boven de 112,5 miljoen euro geldt inmiddels dat er een verplichte toets volgt op de mogelijkheden van publiek private samenwerking.

PIANOo werkt onderzoek uit tot handboek voor aanbestedingen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels