nieuws

Steeds meer uitbesteden leidt tot groei onveiligheid

bouwbreed Premium

De ongevallencijfers van de bouw over 2005 gaven een trendbreuk te zien, in negatieve zin wel te verstaan. In een reactie zeggen werkgevers- en werknemersorganisaties alles op alles te zetten om van 2005 een uitzonderingsjaar te maken. Maar hoe is niet echt duidelijk. De laatstetijd wekken partijen vaak de indruk dat de bouwvakkerzijn eigen niveau van veiligheid kan bepalen. Volgens Han Knegt gaat dat bij de huidige complexe bouw maar zeer ten dele op.

De ongevallencijfers van de bouw over 2005 gaven een trendbreuk te zien, in negatieve zin wel te verstaan. In een reactie zeggen werkgevers- en werknemersorganisaties alles op alles te zetten om van 2005 een uitzonderingsjaar te maken. Maar hoe is niet echt duidelijk. De laatstetijd wekken partijen vaak de indruk dat de bouwvakkerzijn eigen niveau van veiligheid kan bepalen. Volgens Han Knegt gaat dat bij de huidige complexe bouw maar zeer ten dele op.

In het artikel ‘Heijmans zucht onder veiligheidsregime Shell’, Cobouw 6 september 2006 (nummer 163) is te lezen hoe je veiligheid kunt versimpelen tot het niveau van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Het gaat om een groot werk van Shell. Een bouwer maakt in het artikel gewag van het strenge veiligheidsregime van zijn opdrachtgever, die buitenproportionele aandacht schonk aan het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Ter illustratie zie je één van de mannen aan het werk, inclusief alle toeters en bellen. De opdrachtgever stelde daarbij een extreme eis ten aanzien van het aantal toegestane ongevallen. De grens lag op 5 ongevallen per 1 miljoen gewerkte uren. Voor het goede begrip, op een werk waar een jaar lang 125 man werkt zit je na één verstuikte enkel al in de gevarenzone.
Dit is niet realistisch en nodigt uit tot het verdonkeremanen van incidenten, ook tot ‘geblesseerd’ doorwerken. Vice voorzitter John Kerstens van FNV Bouw spreekt in een ingezonden brief op de opiniepagina, Cobouw , 12 september 2006 (nummer 167) over het zelfde werk de verwachting uit de rest van de bouwtijd zonder ongevallen vol te maken. Maar met het voorbeeldige informatiecentrum, de drie veiligheidsfunctionarissen en de bonussen moet het lukken, aldus Kerstens. En als dat niet lukt doe je er toch gewoon nog wat veiligheidsfunctionarissen bij?
Een week zonder incidenten levert elke bouwvakker een bonus van 5 euro op. Het lijkt een variant op de spiegeltjes en kralen van vroeger. Maar veilig gedrag belonen is toch niet meer van deze tijd? Veilig werken behoort de norm te zijn.
Ook bij dit bonussysteem is de onderliggende gedachte, dat de bouwvakker zelf het veiligheidsniveau op het werk bepaalt, terwijl dat slechts voor een klein deel van de risico’s opgaat. Voor de onderbouwing van deze stelling word ik op mijn wenken bediend.
De geïnterviewde projectleider maakt melding van tachtig onderaannemers op zijn werk. Hoe kan je in vredesnaam tachtig onderaannemers, waarvan er vele elkaars veiligheid wezenlijk kunnen beïnvloeden, in het veiligheidsgareel houden.
Is misschien een vuistdik V&G-plan de oplossing? Of onderaannemers met een VCA-certificaat? Dat blijken toch vaak papieren oplossingen? Voor papier heeft de Efteling een passende bestemming.
Minder
Wil de bedrijfstak de veiligheid op de bouw wezenlijk verbeteren, dan moet het alsmaar verder versnipperen van werk worden teruggeschroefd. Immers, bouwbedrijven hebben hierdoor een steeds kleinere kern van vakbekwame bouwvakkers. Het gevolg is een veelheid aan onderaannemers, klusbedrijven en zelfstandigen, partijen die in de regel veel moeilijker toegang hebben tot informatiebronnen en deskundige ondersteuning, en die altijd op het scherp van de snede moeten inschrijven om de opdracht binnen te halen. En dit kan leiden tot een (te) hoog werktempo en veel wisseling in personeel. En vergeet de stress niet bij het uitvoeringsteam van de bouwer, dat voor de schier onmogelijke taak staat om alles in goede banen te leiden. Kortom, we zijn in een situatie geraakt die niet echt meehelpt de veiligheid in de bouw structureel te verbeteren. Bouwers zouden weer meer zelf, dus met eigen personeel moeten doen, zeker als het om werkzaamheden gaat die vroeger meestal wel des bouwers waren. Wellicht biedt dit ook aanknopingspunten voor een betere loopbaanontwikkeling en seniorenbeleid in de toekomst.
Open
Steeds meer opdrachtgevers en bouwers streven naar nieuwe aanbestedingsvormen, zoals de één op één constructie en diverse varianten daarop. Bij deze contracten is sprake van een meer open sfeer en gelijkwaardigheid van partijen. De bouwer heeft meer mogelijkheden om zijn expertise in te brengen, wat vanzelfsprekend gepaard gaat met een grotere verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het eindresultaat. Als dit kennelijk zo goed uitpakt, dan moet een dergelijke vorm toch ook mogelijk zijn bij de contracten tussen bouwer en onderaannemer, met als beoogd resultaat een meer gelijkwaardige en duurzame relatie, waarin op het punt veiligheid spijkers met koppen worden geslagen, over meer dan de helm alleen. Over het zodanig afstemmen van de diverse werkzaamheden dat veiligheidsrisico’s worden weggenomen, over een realistische planning, over de inzet van deskundig personeel en over het toezicht op naleving van de gemaakte afspraken.
Han Knegt
Veiligheidskundige bij Aboma+Keboma , Ede
knegt@aboma.nl

Reageer op dit artikel