nieuws

‘Beveiliging New Orleans uiterst onverantwoordelijk’

bouwbreed Premium

In New Orleans is met het systeem van zeewaterkeringen veel misgegaan op zowel technisch als organisatorisch gebied. Professor Jurjen Battjes van de TU Delft is verbaasd over de wijze waarop het US Army Corps of Engineers te werk is gegaan bij de beveiliging tegen hoogwater. “Uiterst onverantwoordelijk op punten waar mensenlevens mee zijn gemoeid.”

Hoe is het mogelijk dat er zoveel fout is gegaan? “Daarvoor zijn enkele hoofdoorzaken aan te wijzen. Ten eerste is de politieke besluitvorming en de budgettering te detaillistisch en te verbrokkeld. In het Congres wordt beslist over het budget voor afzonderlijke dijkvakken. Ook een organisatie met het US Army Corps of Engineers dat op federaal niveau ontwerp en aanleg doet, terwijl lokale overheden – waaronder de talrijke levee boards – verantwoordelijk zijn voor het beheer, de inspectie en het onderhoud, zorgt voor problemen. Op technisch gebied zijn door het US Army Corps of Engineers bij het ontwerp van zeeweringen elementaire fouten gemaakt. Te gek voor woorden. Ook de lokale overheden hebben bij hun inspecties steken laten vallen. Zo werd de facto toegestaan dat omwonenden voor de aanleg van hun privézwembad een hap uit het binnentalud van de dijk haalden. Er stonden hoge bomen in de dijk die bij een orkaan ontwortelen en zwakke plek achterlaten. Een ander voorbeeld is het referentiepeil. Het US Army Corps of Engineers besloot zwart op wit voor het ontwerpen van waterkeringen in New Orleans uit te gaan van de bestaande niveaus van hun benchmarks (peilmerken), wetende dat die peilpunten in een zettingsgebied oderhevig zijn aan zakkingen. Daardoor werden sommige dijkvakken aangelegd met een kruinhoogte die zo’n halve meter lager was dan het ontwerp. De verantwoordelijke mensen daar zijn zich onvoldoende bewust geweest van de essentie van hun taak”.
Aan welke punten heeft het External Evaluation Panel ,waar u lid van bent, veel aandacht besteed?
“Het panel bestaat nog, want het rapport is nog niet definitief. In juni is het Draft Final IPET Report uitgebracht, in november verschijnt het Final Report. Wij als panel vonden dat het mandaat niet zo nauw was als de leden van de taskforce het interpreteerden. Wij vonden ook dat achtergronden zouden moeten worden onderzocht, zoals de organisatorische en andere institutionele, naast uiteraard de technische.
Wij als panel hebben een aantal keren punten aangereikt die volgens ons bekeken moesten worden, maar die buiten het veld lagen dat IPET wilde aanpakken. In maart nog is een pittig statement aan generaal Carl A. Strock, Chief of Engineers van het US Army Corps of Engineers, gestuurd met een serie punten waarvan wij vonden dat daar hoe dan ook naar gekeken zou moeten worden, ook als IPET dat niet zou doen”
Is USACE blij geweest met het werk van uw External Review Panel?
“Ze zeggen van wel. Maar ze hebben eigenlijk een wat dubbele houding. Het door het Corps naar buiten uitgedragen uitgangspunt was: ‘we want to get to the bottom of this’. Maar feitelijk blijkt uit persberichten vanaf het begin al dat ze bepaalde dingen achterhouden. Alleen onder dwang gaven ze meer informatie. Bij Amerikanen is er volgens mij meer dan bij Europeanen een groot verschil tussen wat ze naar buiten uitdragen en hun interne handelen. Ze gaan daarbij op een ethisch platform zitten met een niveau dat ze niet waar kunnen maken. Of ze nu blij zijn, is niet zo van belang. Het gaat erom dat wij naar hogerhand hebben gerapporteerd wat we ervan vonden. Als er iets goed was, hebben we dat gezegd. Maar als er in onze optiek iets fout was, hebben wij dat ook gezegd. Veel van onze suggesties zijn opgevolgd, maar een aantal heeft ook geen vervolg gekregen.”
Speelt in een land als Amerika financiële afweging niet een te grote rol?
“Het is een kwestie van cultuur en van geld. In het Congres worden budgetten toegekend aan duizenden ‘itemised’ stukjes. Hier in Nederland gaat dat anders. Hier bestaat meer continuïteit in financiering binnen de door de politiek gegeven kaders. Ook de cultuur binnen de organisaties die met de waterkeringen te maken hebben, speelt mee. Het Corps is een militaire organisatie. Zo’n 98 procent bestaat wel uit burgers, maar de aansturing is militair. Er heerst te veel het idee dat niet mocht worden afgeweken van de voorschriften, terwijl die voor de gebeurtenissen niet toereikend waren.”
Is veiligheid tegen water wel een issue bij de mensen en de politiek in Amerika? “Water is daar als dreiging minder van belang dan in Nederland. Bovendien is de Amerikaan veel meer dan de Europeaan bereid risico te nemen en ook te accepteren als het fout gaat. Wel is het zo dat de risico’s in de vele kosten-batenanalyses te beperkt waren, waardoor een te laag veiligheidsniveau werd geaccepteerd. Maatschappelijke aspecten zijn vaak niet meegenomen en als je levens buiten de sommetjes houdt, voldoet een laag dijkje al gauw.”
Kunnen Amerika en Nederland nog wat van elkaar leren ?
“Jazeker. De Amerikanen kunnen op gebied van prioriteitsstelling, betere besluitvorming en betere afweging van risico’s van ons leren. Wij toetsen regelmatig onze waterkeringen. Wij hebben een betere techniek, Rijkswaterstaat maakt mijns inziens niet de elementaire fouten zoals daar is gedaan, althans niet zo schril. Wij in Nederland kunnen leren van de totale maatschappelijke ontwrichting die ontstaat als een stedelijk gebied onder water komt te staan. Je moet er veel voor over hebben om dat te voorkomen. Het is een illusie te denken dat evacuatie een oplossing zou zijn, of dat een snel herstel mogelijk is. In dat verband is het voor ons nuttig om de Deltanorm te herzien. De bevolking en de economie zijn inmiddels verder gegroeid. Dus moet die norm worden aangepast. Daar moet je geen loopje mee nemen.”

Reageer op dit artikel