nieuws

Aannemer vrijuit na Schipholbrand

bouwbreed Premium

Hoofdaannemer Sprangers Bouwbedrijf van de afgebrande vleugels in het cellencomplex op Schiphol wordt niet eens genoemd in het eindrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De problemen concentreerden zich op het ontwerp en de containers zelf die een directielevering waren.

Directeur C. Franse van Sprangers ontving het afgelopen jaar tot viermaal toe
de Raad voor de Veiligheid. Zijn bedrijf werd volledig doorgelicht en vooral de
projectorganisatie van het bouwproject dat in 2003 in amper drie maanden tijd
werd gerealiseerd, kreeg veel vragen op zich afgevuurd. Franse kreeg al eerder
de concept-versie ter inzage van het onthutsende rapport dat donderdag werd
gepresenteerd. Hij wist dus al dat zijn bedrijf buiten schot bleef. “Het klinkt
misschien wat wrang, maar het project was een schoolvoorbeeld van strakke
projectorganisatie. Na afloop kregen we van de Rijksgebouwendienst een
referentiebrief die er niet om liegt. De organisatie werd zo’n beetje de hemel
in geprezen.” De problemen tijdens de brand op 27 oktober 2005, waarbij elf
doden vielen, concentreerden zich volgens Franse op het ontwerp en op de
containers die een directielevering waren. Pegu en Jan Snel zorgden elk voor
ongeveer de helft van de in totaal ruim 50 containers van vleugels J en K van
het cellencomplex.

Sparing

De oude zeecontainers kwamen voorzien van een verlaagd plafond, wandbekleding
en installatieschacht op de bouwplaats aan. Sprangers koppelde ze, en bouwde een
gang, een gemeenschappelijk overkapping, recreatieruimte en bibliotheek. In elke
container maakte Sprangers een sparing voor een ventilatiekoker, maar die werd
volgens keurig brandwerend afgedicht. Franse: “De rook drong de cellen ook niet
binnen door kieren langs die buizen, maar door de buizen zelf, toen de wand
daarvan door de hitte al was bezweken.” Ook het feit dat de rook- en warmte
afvoerinstallatie (RWA) niet functioneerde, werd de hoofdaannemer uit Breda niet
aangerekend. De installatie kwam weliswaar tot stand onder zijn
verantwoordelijkheid, maar de Rijksgebouwendienst sloot volgens Franse geen
onderhoudscontract af met de leverancier. De precieze oorzaak waardoor de
installatie het liet afweten, heeft de onderzoeksraad niet kunnen achterhalen.
Overigens had TNO al becijferd dat de capaciteit van de RWA onvoldoende was.

Reageer op dit artikel