nieuws

Verbazing over kwaliteit van kleine dakkapel

bouwbreed Premium

leiden – Ondanks de aanwezigheid van welstandscommissies wordt steeds vaker in afwijkende stijl gebouwd op historische panden. Dat menen de onderzoekers van het RAP Architectuurcentrum op de tentoonstelling en in het gelijknamige nieuwe boek Parels op het dak. Het betreft een zoektocht naar dakopbouwen die een stijlbreuk veroorzaken, maar daardoor ook een verrijking betekenen voor het dakenlandschap.

Op het dak creëren stadsmensen de meest uiteenlopende wereldjes, van telefooncel tot standaard doos. En daar waar een stijlbreuk zichtbaar is, gaat het om een parel. “Een dakparel is een dakopbouw, soms op een plat dak, die in stijl afwijkt van de rest van het gebouw”, aldus Mechteld van Zon van RAP. En afwijken doen sommige dakopbouwen zeker. De onderzoekers hebben zich meer dan eens afgevraagd hoe een opbouw door de welstandscommissie kon komen.

Het onderzoek levert een bijzondere verzameling op van tweehonderd parels uit het hele land, ingezonden door regionale architectuurcentra en particulieren. Nederland kent er waarschijnlijk veel meer, maar het bleek “een vrijwel onbegonnen klus” ze allemaal in de online database te krijgen.

De onderzoekers, die twee jaar lang meer naar boven keken dan ooit, constateren dat het Nederlandse daklandschap ontdooit. Maar, in de ene stad mag meer dan in de andere.

“Steden hanteren verschillende criteria. Groningen is echt architectuurminded, de stad staat open voor experimenten. Maar in Maastricht mag helemaal niets. Het dakenlandschap is er bevroren”, verklaart Bernard de Mol Moncourt. Voor het boek heeft hij foto�s voorzien van bijzondere anekdotes of zelfverzonnen verhaaltjes. “Als ik een dakkapel zie begin ik te fantaseren.” Volgens De Mol Moncourt creëren steeds meer particuliere stedelingen hun eigen paradijs. “Het dak als toevluchtsoord biedt die vrijheid. De rest van het huis staat vast.”

Ook Machiel Wagenaar van Van Swieten Architects ziet dat steeds meer mensen letterlijk uit hun dak gaan. “Op het dak wonen is gewoon prettig”, verklaart hij de ontwikkeling. Het plaatsen van een opbouw heeft volgens hem vaak ook gewoon een functionele achtergrond: ruimte winnen.

Wagenaar is “verbaasd geraakt” over de kwaliteit van de kleine dakkapel. “Kleine ingrepen kunnen al zo interessant zijn. Natuurlijk zijn er altijd geslaagde en minder geslaagde voorbeelden. Welke ik mooi en minder mooi vind laat ik liever in het midden. Ze hebben allemaal hun eigen schoonheid.” En elke opbouw heeft zijn eigen verhaal.

Zo plaatste een inwoner uit Leiden een Engelse telefooncel op het dak. “Voor zover ik weet heeft hij daar niet eens een vergunning voor gevraagd. Ja, via het dak kun je er in komen. Nu staat er een modelpop in.”

Parels op het Dak moet vooral gemeenten inspireren. De laatste zijn volgens De Mol Moncourt soms nog te huiverig om stijlbreuken toe te staan. “Architecten zijn vaak langer bezig met het aanvragen van een vergunning dan met het ontwerp zelf. Ik vind dat er te zwart-wit wordt gedacht. Zo van �als we alles vrijgeven dan wordt het een zooitje�. Ik vind ook niet dat je alles moet toestaan, maar het kan gewaagder.” De onderzoekers adviseren goed naar boven te kijken. Want net als echte parels zijn de meeste dakopbouwen moeilijk te vinden.

�Parels op het dak�: tot en met 26 augustus in het RAP Architectuurcentrum in Leiden.

Extra verdieping op voormalig pakhuis aan de Thorbeckegracht in Zwolle.

Dakopbouw in Utrecht.

Uitbreiding in Maarssen.

Noordweg Middelburg.

Telefooncel op dak in Leiden.

Reageer op dit artikel