nieuws

Brussel, dat zijn wij zelf! Europese regelgeving en ruimtelijke ontwikkeling, Plan Amsterdam nr. 2/2006

bouwbreed Premium

Nieuwe Europese richtlijnen weten vaak onverwacht planvormings- en uitvoeringsprocessen in de bouw en ruimtelijke ontwikkeling te frustreren. Het fenomeen van Europese regels en verordeningen is weliswaar niet onbekend bij professionals sinds in de jaren tachtig de Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn ingevoerd, maar door nieuwe kaderrichtlijnen, zoals die voor water en luchtkwaliteit, worden niet alleen aan […]

Nieuwe Europese richtlijnen weten vaak onverwacht planvormings- en uitvoeringsprocessen in de bouw en ruimtelijke ontwikkeling te frustreren. Het fenomeen van Europese regels en verordeningen is weliswaar niet onbekend bij professionals sinds in de jaren tachtig de Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn ingevoerd, maar door nieuwe kaderrichtlijnen, zoals die voor water en luchtkwaliteit, worden niet alleen aan ruimtelijke plannen steeds hogere eisen gesteld, maar ook de opstellers en uitvoerders daarvan hebben daarmee te maken. En binnenkort komen er weer nieuwe richtlijnen uit Brussel op het gebied van stedelijke milieukwaliteit, geluid en veiligheid.

Naar verwachting krijgt de ruimtelijke ordening – naast de fundamenteel gewijzigde Wet op de ruimtelijke ordening – te maken met zo�n twaalf EU-richtlijnen. Dat betekent dat er veel geïnvesteerd zal moeten worden in kennis en in �slimme� oplossingen, waardoor geen impasse mag ontstaan in de planvorming, zoals dreigde te ontstaan na uitspraken van de Raad van State over de luchtkwaliteit waardoor bouwprojecten moesten worden stilgelegd danwel voorlopig in de ijskast terecht kwamen. Alleen al daarom was het initiatief van de Amsterdamse dienst ruimtelijke ordening om een symposium te organiseren rond de bestaande (en te verwachten) Europese richtlijnen een gelukkige. Drie deskundigen uit Europese steden – Venetië, Londen en Madrid – waren uitgenodigd om hun visie te geven, een visie die vaak nogal een zorgelijke toon kreeg. Zo constateerde Roberto Scotti, president-directeur van een technisch adviesbureau, dat de doelstellingen van de Vogel- en Habitatrichtlijnen weliswaar perfect pasten bij de plannen in Venetië om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken, maar dat de theorie en praktijk met elkaar frontaal botsten, omdat er – op politiek niveau – toestemming moest worden verkregen voor het bijbehorende reddingsplan.

Ook de toepassing van de kaderrichtlijn water – die toch als doel heeft een goede ecologische situatie te scheppen – ging in de Venetiaanse Lagune niet gemakkelijk, omdat geen consensus kon ontstaan over dat �goede�. Deze richtlijn bleek in ieder geval niet bruikbaar; veel zinniger zou het zijn om – ook op bestuurlijk niveau – overeenstemming te krijgen hoe zo�n betere ecologische situatie valt te bereiken.

Ook de Londense ervaringen met de aanpak van de luchtvervuiling blijkt ingewikkeld. De stad kampt – nog steeds – met luchtvervuiling in de vorm van stikstofdioxide en fijnstof. Hoewel de concentraties geleidelijk afnemen – onder andere door allerlei verkeersbeperkende maatregelen in het centrum – kan de stad nog steeds niet voldoen aan de Europese normen. Nu wordt – aldus David Hutchinson van de Greater London Authority – stapsgewijs de Low Emission Zone ingevoerd die de luchtvervuiling verder zal terugbrengen.

Jurisprudentie

Hoogleraar Enrique Alonso gaf aan dat in Spanje juist onder invloed van Europese subsidies en rekening houdend met alle richtlijnen recent een groot aantal infrastructurele werken is uitgevoerd. Het kan dus wel, maar het kost de nodige inspanning en creativiteit, zeker waar waardevolle natuurgebieden werden doorsneden.

Zijn ervaring kwam erop neer dat verzet tegen richtlijnen weinig zin heeft; het is voor de rest een kwestie van geven en nemen. “Onverwachte problemen leveren namelijk dikwijls onverwachte successen op”.

Duidelijk is dat – in ieder geval in Nederland – sprake is van een Inhaaleffect op het gebied van nieuwe Europese regels. Dat de besluitvorming daardoor veel complexer is geworden is duidelijk. Dat geldt ongetwijfeld voor de nieuwe jurisprudentie op dat gebied. Het blijkt weinig zinvol om lacunes in de wet op te zoeken of verzet tegen normen en richtlijnen te plegen, omdat dat proces niet alleen tijd kost, maar ook leidt tot reputatieverlies.

Eerder zou de (gemeentelijke) overheid en adviseurs juist op zoek moeten gaan naar innovaties en nieuwe samenwerkingsvormen. We zullen attent moeten zijn op veel wat in Brussel gebeurd en ons daar niet voortdurend in een te laat stadium tegen af moeten zetten. Of zoals een van de deelnemers aan het symposium zei “Brussel dat zijn wij zelf!”

Gemeente Amsterdam/

Dienst Ruimtelijke

Amsterdam 2006,

Reageer op dit artikel