nieuws

Transparantie basis voor goede concurrentie bouw

bouwbreed Premium

den haag -Transparantie geldt als een van de pijlers van het veranderingsproces in de bouw. Samen met integriteit is het begrip sinds de bouwfraude-affaire in opmars. In het platform PSIBouw met daarin zogeheten tafels heeft de avantgarde van de bouwbedrijven en adviesbureaus erover gediscussieerd.

Een van de conclusies die onder leiding voorzitter Oskar de Kuijer is getrokken is dat zowel opdrachtnemers als opdrachtgevers transparantie moeten oppakken om proces- en systeeminnovatie in de bouw te bewerkstelligen.

Grote adviesbureaus als DHV en bouwbedrijven als BAM laten hun personeelsleden nu al oefenen met praktijkcasussen waarin dilemma�s rond transparantie worden nagespeeld. Transparantie wordt zelfs gezien als een noodzakelijke voorwaarde om tot een goede marktwerking te komen in de bouw, zo bleek recentelijk uit een advies van PSIBouw aan de Regieraad Bouw.

Macho-verhalen

Twintig sleutelfiguren in het bouwproces menen dat transparantie er toe kan bijdragen om de in zichzelf gekeerde bedrijfstak waarin macho-verhalen hoogtij vierden, om te vormen tot een professionele bedrijfstak waarin serieus geleerd wordt van missers, meent bijvoorbeeld Jan de Koning, directeur van opleidingsinstituut BOB.

Hij denkt dat “de zwijgcultuur” kan worden doorbroken door meer transparantie en openheid in de bedrijfscultuur te weven. “Als iemand nu verkeerd gestapelde stenen van een steiger stoot, wat tot levensgevaarlijke situaties kan leiden, is er een cultuur van �niks zeggen, snel doorlopen�.”

Dat moet volgens De Koning veranderen in een situatie waarin de betreffende medewerker zijn fout meldt, zonder angst voor represailles. “Dat cruciale veranderingsproces is gelukkig gaande. Ik zie het aan de jongelui die wij hier opleiden en die het toekomstig management gaan vormen in de bouw. Die zijn veel opener en willen zaken bespreekbaar maken.”

Toch zal het nog een hele toer worden om de hele bouwkolom transparanter te laten werken. Vooral bij de kleinere bouwbedrijven zal de ouwejongens-krentenbrood-mentaliteit niet 1-2-3 zijn verdwenen. De oude, jarenlange ingesleten cultuur van ons kent ons is niet gemakkelijk af te schudden. Dat neemt niet weg dat de grote partijen graag een begin willen maken met meer heldere omgangsvormen in de bouw.

Selectie niet langer op prijs, maar op een prijs-kwaliteitverhouding is daarbij een uitgangspunt. Dat is een veel gekoesterd uitgangspunt, maar hoe moet dat? Door lijstjes aan te leggen van aannemers en adviseurs over geleverde prestaties in projecten in het verleden, bijvoorbeeld hun mate van budgetoverschrijding, hun veiligheidssysteem, omgang met onderaannemers, opleverkwaliteit, zegt de een.

Elkaar niet tot de laatste cent in de voorfase uitknijpen, vergroot de kans op vertrouwen, zegt een ander. Dat kan voor de opdrachtnemer tot grotere winst en meer meerwerk leiden en bij de opdrachtgever tot grotere tevredenheid. Als opdrachtnemers kunnen laten zien: deze kwaliteit krijg je voor deze prijs, dan is er voor iedereen meer winst.

Open boekhouding

Vooral nieuwe contractvormen kunnen een belangrijk hulpmiddel vormen om de transparantie in een vroegtijdig stadium in het bouwproces te verankeren. In het bijzonder de publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals in pps-constructies, bieden bij uitstek de mogelijkheid om van meet af aan wederzijds vertrouwen tussen opdrachtgevers (publieke partijen) en opdrachtnemers uit de bouw (private partijen) te verankeren.

“Dergelijke contracten tussen private en publieke partijen vergen vanzelfsprekend een meer open boekhouding en afspraken over risicodekking. Ook het dbfm-contract (design-build-finance-maintanance) biedt mogelijkheden voor meer transparantie”, zegt bijvoorbeeld Rudolf Mulder, directeur van ingenieursbureau DHV.

Winstmarges zijn dan vooraf bekend en geaccepteerd. Het komt er op neer dat de huidige manier van bestekmaken wordt verlaten en eerst meer te spreken in termen van kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid, in plaats van voor te schrijven om zoveel kuub zand te scheppen.

In nieuwe contractvormen is de prijs en prestatie meer in balans. Een opdrachtnemer zal niet alleen bouwen maar ook steeds meer gedurende tientallen jaren de exploitatie voor zijn rekening nemen. Daar moeten met prestatie-indicatoren goede afspraken over komen.

DHV-directeur Mulder signaleert in de nieuwe contracten wel een mogelijke barrière, namelijk een verband met bestuurlijke politieke zaken. “Het is evident dat er meer innovatiekracht moet worden benut, want dat kan leiden tot betere en goedkopere producten. Maar als je dat nastreeft, kan je in de knoop komen met planprocedures die het publieke proces waarborgen, zoals mer- en tracébesluit. Vervlechting van het aanbestedingsproces en het publieke proces is nodig, maar moeilijk. Dat blijkt wel uit zaken als de Betuwelijn en de hsl. De hsl is mede zo duur geworden door de tunnel van 1 miljard gulden onder het groene hart. Ook het feit dat er in de Betuwelijn een tunnel onder een camping wordt doorgelegd, bevindt zich voor mij op een hellend vlak.”

Communicatie is cruciaal. Ruud van Doorn van IBA zegt: “Zowel in de bouwput als op het werk naar collega�s en de politiek als op voorlichtingsavonden voor bewoners moet je eerlijke discussies aangaan en heldere uitleg geven. Niet een flauw persbericht van een communicatiebureau, maar door ingewijden zelf. Ingenieurs zouden daartoe beter moeten leren communiceren. Het zou hen in de opleiding en in nascholingscursussen moeten worden geleerd.”

Vast staat dat de tijd van louter praten over nut en noodzaak van meer transparantie in het bouwproces wel zo�n beetje voorbij is. Aan de slag, luidt het devies. “Politiek commitment hebben we nodig”, zegt Wouter Remmelts van BAM Civiel. “Tien pilotprojecten met vroege selectie en nieuwe contractvormen. Een herenakkoord afsluiten waarin geregeld is dat niemand tussentijds naar de arbitragecommissie loopt. Gewoon eens goed oefenen. Maar het duurt lang voordat de mouwen daadwerkelijk worden opgestroopt. De Regieraad heeft geen enkele macht. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat moet die projecten snel aanwijzen. Heldere criteria opstellen, aan de slag, evalueren, al doende leren.”

Enthousiasme

Hoewel het een tamelijk abstract begrip blijft, meent wetenschapper André Nijhof van de Universiteit Twente dat tal van uitgangspunten in proefprojecten kunnen worden uitgewerkt. “Selectie op kwaliteit, afspraken over het bij elkaar in de keuken kijken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer zijn concrete zaken waar de Regieraad mee aan de slag kan”, zegt Nijhof, die een van de auteurs is van het advies.

Dan kan de bouwwereld, eerst met de grote bedrijven, en dan later met de kleinere bouwbedrijven, het vertrouwen in de sector terugwinnen. En er is nog meer te winnen, menen velen. Jan de Koning van trainingsbureau BOB zegt het zo: “Dat er weer meer enthousiasme ontstaat. Dat mensen verdorie trots zijn op iets moois dat er is gemaakt, dat ze hebben meegewerkt aan zo�n hsl of Betuwelijn. De jongere mensen in onze cursussen stralen zo�n trots gelukkig al meer uit. Het is jammer dat door het politieke gekrakeel hsl en Betuwelijn in zo�n slecht daglicht zijn komen te staan. Dat verdient de bouw niet gelet op de hoogstandjes van techniek in beide projecten.”

*René Didde is freelance wetenschapsjournalist en schrijft regelmatig over bouwen, milieu en ruimtelijke ordening.

(Dit artikel is gemaakt op basis van een twintigtal interviews met sleutelfiguren uit het bouwproces.)

�Dat mensen verdorie trots zijn op iets moois�

Reageer op dit artikel