nieuws

Project aanbesteden op kwaliteit levert geld op

bouwbreed Premium

rosmalen – Aanbesteden op kwaliteit in plaats van op de laagste prijs levert zowel de klant als de aannemer geld op. Daar is de Amerikaanse hoogleraar Dean Kashiwagi na twaalf jaar studie van overtuigd. Heijmans ook, want die wil gaan oefenen met het model.

Meer dan 380 projecten met een waarde van zo�n 380 miljoen dollar heeft de Amerikaanse hoogleraar van de Arizona State University de afgelopen twaalf jaar bestudeerd. Die zijn aanbesteed volgens zijn model, het Performance Information Procurement System, kortweg PIPS.

“Er is geen bewijs gevonden dat de initiële kosten van projecten die volgens dit systeem zijn gegund hoger zijn dan van projecten die op de markt zijn gebracht met laagste prijs als gunningscriterium. Sterker nog, de aanbestedende dienst van de US Coast Guard heeft uitgerekend dat de kosten gedurende de gehele levenscyclus van projecten die via PIPS zijn aanbesteed, 19 procent lager liggen dan traditionele laagsteprijscontracten”, vertelt Kashiwagi.

Hij ziet daarnaast nog een groot voordeel van het model. “Bij traditionele contracten werkt de opdrachtgever met standaards die voor hem de minimumkwaliteit moeten opleveren. Voor de aannemer zijn die standaards echter het maximum. Gevolg is dat de klant niet krijgt wat hij eigenlijk wil hebben en dus teleurgesteld is,” aldus Kashiwagi.

Simpelweg komt zijn systeem erop neer dat gekeken wordt naar de kwaliteit die aannemers eerder hebben geleverd. Daarbij gaat het niet alleen om het eindresultaat, maar ook om de kwaliteit van het proces. Maar omdat resultaten uit het verleden nog geen garantie voor de toekomst zijn, wordt ook aan de aannemer gevraagd naar een plan van aanpak inclusief kwaliteitsborging voor het aan te besteden project.

In zijn onderzoeken heeft Kashiwagi gekeken naar de manier waarop aannemers omgaan met de verschillende aanbestedingsvormen. “Als een klant voor de laagste prijs gaat, dan zal een aannemer in principe zijn goedkoopste en dus minst geschoolde personeel inzetten. Dat is logisch. Bij laagste prijs moet er veel controle zijn en zal er vaak ruzie zijn tijdens de uitvoering. Zijn beste mensen zijn daar te duur voor. In het PIPS-model, waar de aannemer een grotere verantwoordelijkheid heeft voor het eindresultaat, kan de controle van de klant minder groot zijn, er zullen minder ruzies zijn en de aannemer zal zijn beste mensen op het project zetten. Hij moet wel, want hij moet resultaat leveren. Het gevolg is dat hijzelf ook meer verdient.”

De hoogleraar maakt graag de vergelijking met de Amerikaanse auto-industrie die het lastig heeft. Dat komt volgens hem omdat op cruciale posten in het management mensen zijn gezet met een masterstitel in business administration (MBA) die geen verstand hebben van techniek.

“Als die zien dat het minder gaat, en dat ging het in Detroit, dan hebben ze maar een truc geleerd: snijden in de kosten. De Japanse auto-industrie heeft dat anders gedaan. Die hebben twee lijnen uitgezet: waarde voor de klant creëren en het verhogen van de efficiëntie. De bouwmarkt moet dat begrijpen en daarvan leren.”

�Meten is weten� geldt heel sterk in zijn model. “Zonder meten weet je niets. Dan kun je ook niet de klant duidelijk maken dat jij degene bent waar hij de beste waar voor zijn geld krijgt. En daar gaat het juist om. Als je als aannemer geen kwaliteit en waarde levert, overleef je niet. Als iemand iets beter of goedkoper doet dan heb je immers een probleem. Dan krijg je geen opdrachten meer”, is zijn stellige overtuiging.

Het model vereist bij opdrachtgevers duidelijk een andere houding ten opzichte van aanbesteden. Niet langer in uitgebreide bestekken alles voorschrijven, maar denken in termen van prestaties. Vervolgens niet alles zelf willen controleren, maar de aannemer zijn werk laten doen en die ook verantwoordelijk maken voor het eindresultaat en de manier waarop dat wordt bereikt.

Ook voor de aannemer geldt dat die moet veranderen. Procesbeheersing, verbetering van de efficiëntie en het durven nemen van de verantwoordelijkheid zijn daarbij sleutelwoorden. Daarbij is volgens Kashiwagi van belang dat het veranderingsproces binnen de hele organisatie, dus ook op de werkvloer, wordt gedragen. “Als het management belangrijker is dan de mensen op de werkvloer dan gaat het verkeerd.”

Reageer op dit artikel