nieuws

Overheid denkt niet innovatief

bouwbreed Premium

In 2005 heeft het Rijk een aanzienlijke meevaller uit de aardgasbaten aangewend voor innovatiesubsidies. Begin mei presenteerde het Centraal Planbureau (CPB) een vernietigend rapport over het merendeel van 24 innovatieprojecten die deze subsidie hebben ontvangen. Slechts zes projecten doorstaan de economische toets van het CPB. Over veertien projecten zegt het CPB zelfs: “Uitvoering van deze […]

In 2005 heeft het Rijk een aanzienlijke meevaller uit de aardgasbaten aangewend voor innovatiesubsidies. Begin mei presenteerde het Centraal Planbureau (CPB) een vernietigend rapport over het merendeel van 24 innovatieprojecten die deze subsidie hebben ontvangen. Slechts zes projecten doorstaan de economische toets van het CPB. Over veertien projecten zegt het CPB zelfs: “Uitvoering van deze projecten zal naar verwachting de maatschappelijke welvaart verlagen.” Bij de verdeling van het subsidiegeld heeft het Rijk de plank dus volkomen misgeslagen.

De conclusie van het CPB was simpel. Doordat er in die periode al veel innovatiesubsidies verstrekt zijn was de spoeling van de subsidieaanvragen dun. Minder kansrijke projecten kwamen bovendrijven. Klaarblijkelijk was dat voor de overheid geen reden om die projecten niet te subsidiëren. Als tweede oorzaak noemt het CPB dat door de korte termijn waarop het geld moest worden verdeeld er weinig tijd was om een gedegen plan te schrijven. Wat niet heeft verhinderd dat de overheid in die korte tijd voor bijna een half miljard euro aan subsidies heeft verdeeld.

De analyse van het CPB is te beperkt. De spoeling is niet dun in innovatief Nederland. En de plannen liggen klaar. De pijn ligt ergens anders. De overheid is niet in staat om innovatie te beoordelen. De ambtenaren die de plannen beoordelen denken ambtelijk. Ze spelen op safe. Ze denken risico�s te verkleinen door aan grote instituten geld te geven en de risico�s te spreiden door subsidies aan samenwerkingsverbanden te geven. Ambtelijk denkende mensen beoordelen plannen van ondernemende mensen. Dit zijn mensen die verschillende talen spreken.

Subsidieverlening is geformaliseerd daardoor is er geen mogelijkheid om snel te schakelen. Voor subsidieaanvragen zijn complexe structuren bedacht die beoordeling moeten objectiveren. Door de structuren die zijn opgeworpen kunnen alleen ervaren subsidietijgers doordringen tot eindrondes bij subsidieverdelingen. Dat levert niet altijd de meest effectieve projecten op.

Het CPB rapport laat zien dat met subsidiegeld diverse instituten zijn opgericht dan wel fors zijn ondersteund. Vrijwel al deze instituten hebben een negatieve beoordeling gekregen. Om er drie te noemen: het National Institute voor City Innovations (36 miljoen), GATE, instituut voor ontwikkeling van games (20 miljoen), Innosport, innovatie in sport (23 miljoen). Al deze instituten zijn samenwerkingsverbanden met lange termijn agenda�s en weinig concrete doelstellingen. Terwijl juist bij de meest succesvolle projecten weinig partijen betrokken zijn, die bovendien onder tijdsdruk en met een concreet marktdoel aan een product werken. De kleinere ondernemingen zijn de dupe, zij komen niet eens in aanmerking voor subsidie. En juist kleine ondernemingen hebben de steun in de rug voor een project hard nodig.

Het Rijk heeft een voorkeur voor het subsidiëren van sexy projecten. Projecten die ver van realisatie of commercialisatie zijn worden ondersteund. IT en biotechnologie projecten krijgen het meeste geld. Maar kansrijke innovaties in de maakindustrie worden steevast afgewezen. Waarom? De argumenten zijn vaak grotesk. Zo werden plannen afgewezen omdat het projectplan te goed was uitgewerkt of omdat de terugverdientijd te kort was.

Kortom, de subsidiegever stelde dat het project potentieel te succesvol was voor een innovatiesubsidie. Maar het duwtje dat nodig was om een haalbaar innovatief idee om te zetten in een toepassing voor de markt werd niet gegeven. En dat is volgens mij juist de bedoeling van innovatiesubsidies.

Ik kan niet anders dan concluderen dat de overheid vooral subsidie geeft aan de zwakke broeders die aangeven dat hun plan moeilijk is en dat zelfs zij nog niet voldoende kennis hebben. Het ontbreken van marktpotentie lijkt een voorwaarde voor het verlenen van subsidie. Het kan beter. De overheid schiet met het huidige innovatiebeleid volledig langs het doel. De relatie met de markt ontbreekt. Subsidieer projecten die zich richten op een concrete toepassing, waarbij introductie op de markt in het verschiet ligt. Stel subsidies beschikbaar om de drempels weg te nemen die verhinderen dat innovatieve ideeën worden gerealiseerd. Waar innovatief Nederland bijvoorbeeld behoefte aan heeft is subsidie om prototypes te maken. Dat is een voorbeeld waarbij de overheid een bijdrage kan leveren bij het slagen van projecten die nu niet van de grond kunnen komen. Door dit soort subsidies wordt een innovatief idee een concreet product.

Tot slot, het is niet erg als een innovatieproject mislukt.

Een groot deel van wat NatLab van Philips deed was gedoemd te mislukken, maar tussen al die mislukkingen is wel de compact disc(cd) geboren. En van die uitvinding wordt Philips nog steeds rijk.

De overheid mag dus best wat meer risico nemen met het toekennen van subsidiegeld. Maar dan graag wel voor projecten die leiden tot concreet toepasbare producten en niet voor logge samenwerkingsverbanden.

Ir. K. Honselaar

Directeur Composietenteam, Rotterdam

jan@composietenteam.nl

Reageer op dit artikel