nieuws

Komst buitenlandse vakman niet bij voorbaat belemmeren

bouwbreed Premium

Het angstbeeld van grote groepen buitenlandse werknemers die onze bouwplaatsen overspoelen, moet niet worden overdreven, vindt Cees van Vliet. Enerzijds is deze ontwikkeling niet te stoppen, anderzijds zijn buitenlandse vakmensen in de toekomst hard nodig om de vaderlandse bouwcapaciteit op peil te houden.

Over de hele linie van de bouwnijverheid zijn steeds meer Oost-Europese arbeidskrachten werkzaam. Deze trend boezemt menig bouwwerkgever en werknemer angst in. Zijn zij niet een regelrechte bedreiging voor onze boterham? Beconcurreren zij ons niet op oneerlijke gronden waar het gaat om de beloning en de maatregelen voor de gezondheid en veiligheid?

Toegegeven, met de komst van de Oost-Europese arbeidskrachten zijn er aanpassingsproblemen. Zo rijzen problemen op het gebied van de communicatie en de veiligheid. Ook moet niet te licht worden gedacht over het oneigenlijk uitoefenen van het ondernemerschap, de lage beloningen en het ontduiken van cao-afspraken. Dit zijn serieuze problemen waarvoor oplossingen gevonden moeten worden. Overigens heb ik alle vertrouwen dat deze oplossingen worden gevonden; de overheid, werkgevers en werknemers zijn immers niet gebaat bij een verstoorde arbeidsmarkt.

Vanuit de vakbeweging ontstaan nu bijvoorbeeld al initiatieven om de buitenlandse werknemers op de bouwplaats te organiseren.

Hoewel het openstellen van de grenzen voor de nodige problemen zorgt, behoeft de ontstane commotie enige nuance. De komst van de buitenlandse vakman en diens collega�s moet niet bij voorbaat worden belemmerd. Dit staat een gezonde ontwikkeling van onze bedrijfstak in de weg; één waarvan het pad bepaald niet over rozen gaat, maar wel een aantrekkelijk voorland kent. Het ideaalbeeld is een meer evenwichtige arbeidspopulatie. Buitenlandse vakkrachten kunnen ons daarbij helpen. Het mag bekend zijn dat de instroom van jongeren in de verschillende sectoren schromelijk achterblijft. Hierdoor dreigt een chronisch tekort aan vakmensen. Het is dus van essentieel belang om via zijwegen te proberen de populatie en de bouwcapaciteit in stand te houden. Dit belang is zelfs groeiende nu de economie weer aantrekt.

Ziekteverzuim

Wel moet aandacht blijven voor de arbeidsomstandigheden. Het niveau van de gezondheid en veiligheid is in sommige landen een stuk lager dan in Nederland. In de toekomst is het daarom belangrijk om buitenlandse arbeidskrachten op een adequate manier op te leiden en te instrueren. Dat is goed voor de algehele veiligheid op de bouwplaats, bovendien geeft deze aanpak de bedrijfstak een sociaal gezicht.

Een belangrijke voorwaarde is wel dat er op de bouwplaats voor een ieder dezelfde regels gelden; voor bouwplaatspersoneel, onderaannemers, zelfstandigen en buitenlandse vakkrachten. Het is niet goed dat bepaalde werknemers een aantal regels niet in acht hoeven te nemen. Dit brengt het algehele niveau van de gezondheid en veiligheid in gevaar. Ook bestaat hierdoor de kans op een tanende motivatie onder werkgevers en werknemers. Het verschil in regeldruk kan aanleiding zijn om te bezuinigen op het treffen van de arbomaatregelen.

Al eerder in mijn bijdragen aan deze krant heb ik geschreven dat het gebruiken van de arbeidsomstandigheden als concurrentiemiddel een slecht uitgangspunt is. Beknibbelen op de gezondheid en veiligheid is een kwalijke zaak; vroeg of laat krijgt het bedrijf hiervoor de rekening gepresenteerd. Niet alleen groeit het risico dat het ziekteverzuim en het aantal ongevallen stijgen, óók doen slechte arbeidsomstandigheden afbreuk aan het imago van het bedrijf en de bedrijfstak in zijn geheel. Bij het zoeken naar verantwoorde oplossingen voor de nadelige effecten van buitenlandse instroom, kan de Arbocatalogus een rol van betekenis spelen. Deze bevat afspraken die breed door de bedrijfstak worden gedragen, zoals de afspraken uit de A-bladen. Vanaf volgend jaar zal de catalogus in werking treden, waarmee de overheid zich voor een belangrijk deel terugtrekt als regelgever.

De verantwoordelijkheid op het gebied van de arbeidsomstandigheden verschuift hiermee naar de sociale partners in de bedrijfstak. De overheid wil vanaf volgend jaar bovendien de Nationale kop van regels afschaffen. Nederland zal grotendeels Europa volgen en geen verdergaande regels in de Arbowet opnemen. De sectoren bepalen grotendeels zelf wat zij bovenop de Europese regels aan eigen afspraken vastleggen. Hierbij moet samen met de overheid worden gestreefd naar een brede werkingssfeer.

De afspraken moeten gelden voor alle aanwezigen op de bouwplaats. Dit voorkomt oneerlijke concurrentie en zorgt ervoor dat de arbeidsinspectie helder en duidelijk kan controleren. In een gesprek tussen een delegatie uit de bedrijfstak en staatssecretaris Henk van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, blijkt dat de overheid voorstander is van een Arbocatalogus die voor de hele bouwplaats geldt. Dat is ook wat sociale partners in de bedrijfstak vinden. Als de afspraken breed worden gedragen én over de hele breedte werken, weet een ieder weet wat van hem of haar wordt verwacht. Dit betekent een stimulans voor het gezond en veilig werken en kan oneerlijke concurrentie op dit gebied voorkomen.

Cees van Vliet

Algemeen directeur Arbouw

Beknibbelen op gezondheid is kwalijk

Reageer op dit artikel