nieuws

Gezamenlijke kennisontwikkeling leidt tot innovaties Stichting CUR heet voortaan Curnet

bouwbreed Premium

gouda – Om te komen tot innovatieve oplossingen op het gebied van de ruimtelijke ordening, is gezamenlijk onderzoek, al dan niet in Europees verband, essentieel. Aldus de CUR. Eén van de succesvolle praktijkvoorbeelden is het ComCoast-project, een nieuwe benadering van hoogwaterbescherming rond de Noordzee. “We hebben hiermee een trend gezet”, aldus CUR-voorzitter Remmelts.

De jaarlijkse CUR-dag stond dit keer in het teken van (Europese) samenwerking, een vereiste als bouwend Nederland tot innovatieve oplossingen wil komen voor vragen op het gebied van ruimtelijke ordening. “Innovatie kan pas echt een vlucht nemen als verschillende partijen samenwerken”, betoogde CUR-voorzitter ir. W. Remmelts in Gouda. Bij deze gezamenlijke kennisontwikkeling ziet hij een stimulerende rol weggelegd voor Bouwend Nederland.

Voor de sector kan (Europese) samenwerking alleen maar voordelen hebben. Remmelts refereerde aan de gezamenlijke kennisontwikkeling in Nederland aangaande de diepwaterafzinktunnels waarmee de Nederlandse ingenieursbureaus en bouwers zich internationaal onderscheiden. De CUR wil een spilfunctie vervullen door kennis en ervaring van relevante partijen bij elkaar te brengen en onderzoek te stimuleren en te faciliteren om zo “een broedplaats voor nieuwe ideeën te zijn”.

Eén van de succesvolle praktijkvoorbeelden van Europese samenwerking die leidt tot een duurzame en economische technologische oplossing, is het ComCoast-project, een Europees project waarbij Rijkswaterstaat als leading partner optreedt.

Het behelst een nieuw concept voor waterkeren. “We zijn op zoek gegaan naar een alternatief voor het alsmaar verhogen van dijken. Door naar slimmere oplossingen te zoeken hopen we een passend antwoord te vinden op de zeespiegelstijging. Bij wet leggen we dijken aan zonder de lokale omstandigheden goed in ogenschouw te nemen. Echt economisch maatwerk is er niet. Mede door dit projectt wordt beetje bij beetje in andere richtingen gedacht”, aldus ir. F.C. Hamer van Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde. Hij spreekt van “een nieuwe benadering van hoogwaterbescherming rond de Noordzee.”

Vijf landen kampen met hetzelfde probleem. “Als we af en toe wat meer golfoverslag toelaten en die in een zogeheten overgangszone, een geleidelijke overgang van zee naar land, opvangen, biedt dat nieuwe perspectieven. De overgangszone kan voor diverse functies worden gebruikt zoals recreatie, toerisme, natuurontwikkeling of zilte landbouw. Tegelijkertijd ontstaat een beheerste situatie.”

Het ComCoast-project moet eind 2007 klaar zijn. Het maakt deel uit van het EU-Interregprogramma; circa zestig projecten met een totaalbudget van 300 miljoen euro.

Inmiddels zijn pilots gestart, waarvan twee in Nederland. In Perkpolder wordt momenteel onderzocht hoe, via het combineren van veiligheid met ander landgebruik, de economie in het gebied kan worden opgepept. Ook bij de Hondsbossche en Pettemer Zeewering wordt de ComCoast-benadering gestalte gegeven.

In plaats van het wederom verhogen van de dijk wordt een “meer golfoverslagbestendige zeewering” voorgesteld. In een gebied van 450 hectare tussen de primaire en secundaire kering wordt het water opgevangen. Hamer: “De provincie Noord-Holland heeft het concept omarmd. Er vindt intensief overleg plaats met omwonenden en andere betrokken partijen. Over enkele maanden wordt het aan de staatssecretaris voorgelegd. Deze oplossing leidt tot zowel forse kosten- als tot ruimtebesparing. Uiteindelijk moeten we van waterkeren naar watermanagement.”

Veldproeven

Voorts vinden in Groningen veldproeven plaats. Hamer: “Meer golfoverslag stelt andere eisen aan een dijk. Het binnentalud is de achilleshiel. We hebben samen met de lokale autoriteiten en de aannemer aan de binnenzijde van een dijk bij Delfzijl, net onder de oppervlakte, een grofmazige polyester mat aangebracht. De graswortels zullen zich hieraan vastzetten, waardoor je kunt spreken van �gewapend gras�. Volgend voorjaar wordt met behulp van een golfoverslagsimulator getest of de versterkte dijk de gewenste veiligheid kan bieden.”

In gezamenlijke onderzoeksprogramma�s in Europees verband heeft Nederland vooralsnog een beperkte inbreng. Hamer: “Met de Hondsbossche Zeewering hebben we weliswaar een trend gezet, maar Engeland heeft al veel eerder gekozen voor een oplossing �in de breedte�. Dijken zijn, waar het kon, vervangen door zones, waar unieke wetlands zijn ontstaan. Die gebieden stijgen door aanslibbing mee met de zeespiegelrijzing. Nederland kan daar nog veel van leren.”

De CUR in zijn huidige vorm houdt op te bestaan. CUR-voorzitter Remmelts laat weten dat de stichting CUR wordt vervangen door een nieuwe stichting Curnet.

De �oude CUR� zal voortaan door het leven gaan als CUR Bouw & Infra. Hier worden projecten uitgevoerd op het gebied van de gebouwde omgeving met als belangrijkste thema�s civiele techniek, droge en natte infrastructuur en beton als materiaal. Deze vormen samen met de ontwikkelkern en het facilitair bureau de drie verschillende organisatie-eenheden van de nieuwe stichting.

CUR-voorzitter ir. W. Remmelts: “Door het ondersteunen en uitvoeren van projecten of programma�s willen we de broedplaats zijn voor nieuwe ideeën die uiteindelijk tot praktisch toepasbare kennis leiden.”

In het kader van het ComCoast-project vinden in Groningen veldproeven plaats. Aan de binnenzijde van een dijk bij Delfzijl wordt een grofmazige, polyester mat aangebracht. Vervolgens wordt de grasmat teruggebracht en kunnen de wortels zich aan de polyester mat vastzetten.Foto: Rijkswaterstaat

Reageer op dit artikel