nieuws

Welstandscommissies aanvaard als noodzakelijk kwaad

bouwbreed Premium

amsterdam – Een luis in de pels, een nuttige instantie of een noodzakelijk kwaad? Hoe worden welstandscommissies eigenlijk ervaren? Naar aanleiding van de wetswijziging in 2003 die resulteerde in de Nota welstand, lichtte de Federatie Welstand vorig jaar haar 130 plaatselijke commissies door.

In totaal reageerden 1200 architecten, projectontwikkelaars, burgers en andere bezoekers van welstandscommissies op stellingen over het functioneren van de commissies. Morgen presenteert voorzitter Flip ten Cate de resultaten op de BouwRai. Vooruitlopend hierop krijgt Cobouw alvast inzage in de resultaten.

De vragen in de enquête zijn verdeeld in drie thema�s: een ordening van de commissiebehandeling, de inhoudelijke behandeling door de commissie en een algemene indruk van de commissie. “Vooral dat laatste is voor mij heel belangrijk”, stelt Ten Cate. “Toen in 2003 de Nota welstand werd gepresenteerd, ontstond onder architecten de grote angst hun vrijheid in het ontwerp kwijt te raken. Vroeger werd alleen bekeken of een bepaald ontwerp aan redelijke eisen van welstand voldeed. Omdat dit echter te subjectief werd bevonden, zijn per gemeente, soms per straat, duidelijke criteria opgesteld waaraan een ontwerp moet voldoen en op grond waarvan een welstandscommissie een ontwerp kan goed- of afkeuren.”

Dit lijkt goed te bevallen. In de provincies Brabant, Friesland, Overijssel, Zuid-Holland en Zeeland, waarvan de resultaten inmiddels bekend zijn, is de gemiddelde score op de vraag �Is het goed dat de bouwplannen in uw omgeving op welstand worden beoordeeld?� een 4,06 (waarbij 1 de laagste en 5 de hoogste score is). Opgesplitst naar locatie scoren bedrijventerreinen een 3,5, centra 3,9 en buitengebieden 3,68. De ondervraagden hebben over het algemeen het gevoel dat de commissie goed naar hen luistert: voor dit onderdeel geven zij een 4,14. De snelheid waarmee een procedure wordt behandeld, scoort een 4,1; hetzelfde geldt voor de stelling �Ik ben het inhoudelijk eens met het advies�.

Over de mogelijkheid tot inspraak zijn de ondervraagden zeer tevreden: de score is 4,27. De motivatie van de commissie scoort met een 3, 96 relatief laag. De manier waarop de plannen worden behandeld en de helderheid van de uitleg van de commissie, krijgen allebei een 3,99.

Ten Cate is blij met de uitkomsten. “Welstandscommissies zijn altijd omstreden geweest. Architecten waren er niet tegen, behalve als het om hun eigen ontwerp ging. Dat is ook wel begrijpelijk. Het is niet leuk als een commissie in tien, vijftien minuten een oordeel geeft over een ontwerp waar je jarenlang aan hebt gewerkt.”

Door de Nota welstand is het welstandsproces volgens Ten Cate een stuk democratischer geworden. “De criteria zijn die van de betreffende gemeente geworden. Bij het oordeel gaat het weliswaar nog steeds voor een deel om smaak, maar nu betreft het de smaak van de gemeenteraad. Een gemeente die ontwerpen op grond van welstandscriteria wil kunnen afwijzen, is verplicht een welstandsnota te maken. Er zijn twee gemeentes, Boekel en Jacobswoude, die er niets voor voelden hun gemeente in kaart te brengen. Zij hebben dus geen welstandscommissie.”

Objectiever

Frits Nuss van de Vereniging voor Ontwikkelaars en Bouwondernemers NVB hoort van zijn leden wisselende ervaringen over de welstandscommissies. “Het merendeel is het erover eens dat het goed is ontwerpen op welstand te toetsen. Alleen als een ontwerp een paar keer terug moet omdat de commissie het er niet mee eens is, ben je niet blij. Ik heb wel de indruk dat de welstandscommissies als een soort noodzakelijk kwaad zijn geaccepteerd. Het nieuwe welstandsbeleid heeft het proces een stuk objectiever gemaakt, dat is zeker een positieve ontwikkeling. Hoewel, helemaal vrij van subjectiviteit is het nooit. Het komt geregeld voor dat ik langs een gebouw rij, waarvan ik denk: hoe is het mogelijk dat dit ooit gebouwd heeft mogen worden?”

Reageer op dit artikel